close

YOOtoppanel

otseminar  
Onze eerstvolgende seminars:

Het Nieuwe Testament in Vogelvlucht, 6 maart, Baptistengemeente Sneek

Het Nieuwe Testament in Vogelvlucht, 20 maart, evangeliegemeente Soest
ntseminar

Top Panel
dinsdag, 25 juni 2019
Afdrukken
vrijdag, 13 november 2009 11:58
Inhoudsopgave
Kerkvaders
Anteniceense tijdperk
Brief van Plinius aan Trajanus
Apologeten
Postniceense tijdperk
Alle pagina's

Kerkvaders

 

pentecost20flame20and20dove"..maar gij zult kracht ontvangen, wanneer de Heilige Geest over u komt, en gij zult mijn getuigen zijn te Jeruzalem en in geheel Judea en Samaria en tot het uiterste der aarde." Hand 1:8

Het woord  ‘kerk’ is afgeleid van het Griekse "kuriakè" (van de Heer), dat echter in de Bijbel nergens voor de gemeente wordt gebruikt.  ‘Gemeente’ is de vertaling van het Griekse "ekklesia" (vergadering). De eerste naam komt in de Griekse grondtekst dus nergens voor; de tweede 120 maal. Het woord ekklesia wordt in twee betekenissen gebruikt in het Nieuwe Testament: de universele en plaatselijke gemeente .


 

Oude Kerkgeschiedenis

    De periode van de oude kerkgeschiedenis strekt zich uit van ca. 30 - 590 na Christus: van Pinksteren tot Gregorius de Grote. Ze valt uiteen in drie tijdperken: het apostolische, anteniceense (vóór het concilie van Nicea) en postniceense (na Nicea).


    Het apostolische tijdperk (30 - 100 A.D.)

      Van 30-40 AD  bestaat de gemeente voornamelijk uit Joodse christenen. Er vindt een sterke uitbreiding plaats naar Samaritanen en heidenen vanaf 40 AD en vooral na de uitzending van Paulus vanuit Antiochië. Proselieten (tot het jodendom bekeerde heidenen) vormen een brug naar de heidense wereld.

      Er komt meer vervolging naarmate het de Romeinen duidelijk wordt dat het Christendom meer is dan een onderdeel van het Jodendom. De Joden hebben officieel vrijstelling van de keizervereri ng. O    ok de christenen weigeren offers te brengen aan een mens. Daarvoor hebben ze hun leven over.   De vervolging in Rome laait op onder Nero na de grote brand van 64 AD. Misschien was die brand door de keizer zelf aangestoken en schoof hij de schuld af op de christenen. In deze periode valt waarschijnlijk het martelaarschap van Petrus en Paulus (68 AD).

          Een tweede periode van vervolging valt onder keizer Domitianus (ca. 90AD), die uitdrukkelijk aanbidding als god eiste. Johannes wordt v erbannen naar Patmos. De Openbaring van Johannes is ook bedoeld als bemoediging voor vervolgde gemeenten in deze periode. Johannes' dood (rond 96AD) betekent het einde van de apostolische periode.

      De leiding in de plaatselijke gemeenten berust bij oudsten of opzieners (Gr. presbuteroi, episkopoi) en diakenen. Rondtrekkende profeten en leraars onderwijzen de verspreide huisgemeenten; onder hen helaas ook valse leraars (2 en 3 Johannes).

       


       

      Het anteniceense tijdperk (100 - 325 A.D.)

      Van de laatste apostel tot het concilie van Nicea

      Dit is de periode van de apostolische vaders, die de apostelen nog hebben meegemaakt. In Klein Azië en Syrië komt de leiding van de plaatselijke gemeenten steeds meer bij één van de oudsten te liggen, die alleen de titel ‘bisschop’ (episkopos) krijgt (kort na 100 AD). Later krijgen de bisschoppen zelfs regionaal gezag. De andere oudsten worden presbyters genoemd; zij vormen een vast college dat de bisschop kiest en bijstaat. In Hand 20 waren oudsten en opzieners nog synoniem.

      Door allerlei ontwikkelingen in de leer en de eredienst (avondmaal als herhaling van het offer van Christus, de kerk als het geestelijk Israël) krijgen zij steeds meer de plaats van priesters en de diakenen steeds meer die van Levieten (vandaar de Roomse gedachte van een altaar en een onbloedig misoffer). De scheiding met de ‘gewone’ gemeenteleden, de leken (van Gr. laiki; laos=volk) wordt groter. Meer en meer werd geleerd, dat het ambt van bisschop/presbyter een goddelijke oorsprong had en terugging op de apostelen. Het gezag werd niet meer ontleend aan de gaven, maar aan de zgn. goddelijke oorsprong van het `ambt'. De Bijbelse gedachte dat ieder christen een priester is, gaat verloren tot de Reformatie (m.u.v. kleine ‘sekten’). De nadruk gaat meer naar moralisme, sacramentalisme en hiërarchie (Gr. lett. priesterheerschappij). De genade wordt het beginpunt van een nieuw leven, waarin de gelovige verder zich moet inspannen om de geboden te onderhouden.

      The_Christian_Martyrs_Last_Prayer

      Onder de vele martelaren tijdens de regering van keizer Trajanus (98-117 AD) is ook de kerkvader  Ignatius ( ? - 115). Befaamd is ook het martelaarschap van Polycarpus van Smyrna (69 - 155).


      Brief van stadhouder Plinius aan keizer Trajanus.

      "Ik heb de gewoonte, Heer, mij tot U te wenden met alle zaken, waarover ik in twijfel verkeer. Wie immers kan beter dan Gij bij mijn aarzeling mij leiding geven of mijn onwetendheid onderrichten?

      Bij processen tegen Christenen ben ik nooit geweest: daarom weet ik niet wat men gewoonlijk daarbij bestraft of onderzoekt en hoever men daarbij gaat. Zo zat ik in ongewone moeilijkheden: moet er enig verschil gemaakt worden naar leeftijd; moeten soms de nog zo jeugdigen niets afwijken van de sterkeren? Moet er vergiffenis geschonken worden aan het berouw of moet hij, die werkelijk Christen is geweest, geen nut ervan hebben dat hij opgehouden heeft het te zijn? Moet de naam zelf, als hij vrij is van schanddaden, straf meebrengen of geldt dat van schanddaden, die onafscheidbaar zijn van de naam?

      Voorlopig heb ik deze gedragslijn gevolgd met hen, die als Christen bij mij werden aangebracht. Ik heb aan hen de vraag gesteld, of zij Christenen waren. Hun die bekenden, heb ik ten tweeden en ten derden male de vraag gesteld en hen daarbij met de doodstraf bedreigd. Wie bleven volharden heb ik laten terechtstellen. Immers, ik was hier zeker van, dat, wat het ook wezen mocht dat zij beleden, toch voorzeker hun hardnekkigheid en onbuigzame koppigheid behoorden te worden bestraft. Er waren anderen, even waanzinnig, die ik, omdat zij Romeinen waren, aangetekend heb om naar Rome opgezonden te worden. Weldra zoals dat pleegt te gebeuren tengevolge van het feit, dat een zaak aan de orde is, breidde de aanklacht zich uit en deden zich verscheidene bijzondere gevallen voor. Een anoniem geschrift is mij voorgelegd, dat vele namen bevatte. Hen die ontkenden, dat zij Christenen waren of geweest waren, als zij na mij de goden hadden aangeroepen en voor Uw beeld - dat ik om deze reden met de godenbeelden had laten aanbrengen - met wierook en wijn gebeden hadden verricht en bovendien Christus hadden gevloekt (dingen waartoe, naar men zegt, zij die inderdaad Christenen waren niet te brengen zijn) heb ik vrijgelaten. Anderen bekenden maar kwamen daar weldra van terug. Zij zeiden, dat zij het wel geweest waren, maar dat zij ermee opgehouden waren, sommigen drie jaar geleden, sommigen al vele jaren, menigeen zelfs meer dan twintig jaar geleden. Allen hebben zowel aan Uw beeld als aan de godenbeelden eer bewezen en Christus gevloekt. Zij verzekerden dan, dat hun hele dwaling als volgt was geweest, dat zij gewoon waren op een vaststaande dag voor zonsopgang samen te komen en in beurtzang een hymne op Christus, als op een god, te reciteren en zich door een heilige handeling te verplichten, niet tot enig misdrijf, maar om geen diefstal, roof of ontucht te begaan, geen woordbreuk te plegen, geen opvordering van toevertrouwd goed te verloochenen. Daarna was het hun gewoonte  uiteen te gaan en later weer samen te komen om spijs te gebruiken, maar heel gewoon en onschuldig voedsel. En daarmee waren zij opgehouden na mijn edict, waarbij ik volgens Uw instructies verboden had, dat er 'broederschappen' zouden zijn. Om dit alles heb ik het min of meer noodzakelijk geacht om wat er waar van was ook door pijniging te onderzoeken uit twee dienstboden, die diaconessen genoemd werden. Ik heb niets anders gevonden dan een ordinair, teugelloos bijgeloof. Derhalve heb ik de instructie uitgesteld en besloten U te raadplegen. Want de zaak schijnt mij raadpleging te verdienen, vooral om het getal van hen, die er gevaar bij lopen. Want velen van allerlei leeftijd, stand en zelfs van beide seksen worden aangeklaagd en zullen dat worden.

      De besmetting van dat bijgeloof heeft zich niet alleen tot de steden, maar ook in de dorpen en op het platteland verbreid, doch zij schijnt tot stilstand en tot herstel gebracht te kunnen worden. In elk geval staat het al in voldoende mate vast, dat de tempels, die reeds bijna verlaten stonden, de eredienst zijn gaan hervatten en dat de plechtigheden, die lang hadden stilgelegen, weer beginnen bezocht te worden, en dat men het vlees der offerdieren te koop heeft, waarvoor kopers maar uiterst zelden te vinden waren geweest. En uit dat alles is gemakkelijk op te maken, welk een menigte van mensen op het goede pad kan worden gebracht, als er ruimte wordt gemaakt voor berouw."

      Geschreven omstreeks 111 na Christus, waarschijnlijk vanuit Amisus  (Samsoen) in Pontus.

      (Naar: Het oudste christendom en de antieke cultuur II. red. Waszink, van Unnik en De Beus. Haarlem 1951)

       

        


      Apologeten schreven verdedigingen van het christelijk geloof, soms gericht aan de keizer. Daarin weerlegden ze de beschuldigingen die tegen de christenen werden ingebracht (o.a. landverraad en immoraliteit). Ze voerden bewijzen aan voor de waarheid van het Christendom (bv. vervulde profetie) en vielen het heidendom aan (rationalistische kritiek op Grieks­Romeins veelgodendom). Zulke apologeten waren Justinus Martyr en Tertullianus. Van de laatste is ook de uispraak: "Het bloed der martelaren is het zaad der kerk".

      Marcion Justinus_Martyr tertullian Cyprian_von_Karthago2
       Marcion  Justinus de Martelaar Tertullianus Cyprianus van Carthago

      In de tweede eeuw voerde de kerk ook een felle strijd tegen dwaalleren van de Gnostiek, Marcion en Montanus. Meer over de anti-marcionitische prologen vindt u hier. De kerk reageerde op deze dwalingen door: (1) geloofsregels als doopbelijdenis te formuleren, (2) een eerste canon vast te stellen  (ca. 180 AD; het proces werd twee eeuwen later voltooid in Carthago); (3) een kerkelijke hiërarchie (bisschoppen) te vormen i.p.v. de vroegere ‘democratische’ leiding. Cyprianus vestigde een sterke kerkelijke hiërarchie, gebaseerd op apostolische successie. Daarnaast namen diverse kerkvaders in geschrifte stelling tegen dwalingen. Eén van hen was Irenaeus, bisschop van Lyon na de massamoord op christenen in 175 A.D., met zijn Contra Haereses (Tegen de dwalingen).

      Om meer te lezen over de vorming van de canon klikt u hier.

      origen De kerkvader Origenes is nog steeds ietwat omstreden. Hij was een groot intellect, bijbeluitlegger, filosoof en asceet. D.m.v. een allegorische bijbeluitleg (typerend voor Alexandrië i.t.t. Antiochië in Syrië)probeerde hij het christendom te verbinden met het Griekse denken. O.i.v. Grieks dualisme tussen stof en geest leggen velen zware nadruk op ascese (o.a. heremieten, Simon de pilaarheilige). Hieruit ontstaat later het kloosterwezen.

      Een eerste algemene christenvervolging (249-257) vindt plaats onder keizer Decius, nogmaals (257-258) onder Valerianus, een bijzonder hevig (303-311) onder Diocletianus.

      constantine
      Het jaar 312 AD ziet de bekering van Constantijn de Grote. Het volgende jaar 313 AD vaardigt hij het Edict van Milaan uit: volkomen godsdienstvrijheid en gelijkberechtiging van het Christendom. Wat later verkreeg de kerk speciale gunsten. "Wanneer de wereld kerks wordt, wordt de kerk werelds". In 380 AD verklaart keizer Theodosius het Christendom tot staatsgodsdienst.

      In deze periode ontstaan diepgaande theologische strijdpunten. Het eerste is

      De strijd over de wezenseenheid van de Vader en de Zoon

      Arius

      Onder invloed van de Griekse filosofie en de gnostiek verwierp Arius de centrale gedachte  dat Jezus, de zoon van God ook God zelf is. Hij leerde dat Jezus het eerst schepsel was. Hij is niet eeuwig, noch wezensgelijk aan God. Hij lijkt op God (homoiousios). Hierbij werd hij fel bestreden door bisschop Athanasius wat er toe leidde dat de kerk uiteindelijk, na Athanasius' dood, Arius' gedachten definitief als ketterij verwierp. Tegenover Arius stelde Athanasius, de ‘vader van de orthodoxie’  dat de Zoon aan God gelijk (homoousios) is.

      Athanasius

      Arius Athanasius

       

        

       


       

       

      Het postniceense tijdperk (325 - 590 A.D.)

      Van het concilie van Nicea tot Gregorius de Grote

      nicea1wiki
      325   Concilie van Nicea

      De belijdenis dat Christus de zoon van God is en ook God zelf, is fundamenteel voor het christelijke geloof. Mede door de debatten die waren ontstaan rondom de opvattingen van Arius kwam de kerk tot de vaststelling van de leer van de drie-eenheid van God en de tweenaturenleer van Jezus Christus. In de geloofsbelijdenis van Nicea uit 325 na Chr. is de leer van de drie-eenheid vastgelegd. Er waren nog twee concilies (kerkvergaderingen) nodig alvorens men tot de definitieve afronding van deze theologische kwesties kwam.

      381   Concilie van Constantinopel

      Dit concilie bevestigde de geloofsbelijdenis die in 325 in Nicea was vastgesteld. De tweede fundamentele doctrine van de christelijke kerken werd voor altijd vastgelegd: de leer van de drie-eenheid. Het geloof in de Heilige Geest als gelijkwaardige goddelijke derde persoon van de in essentie éne God werd in de geloofsbelijdenis van Nicea opgenomen. De Heilige Geest komt voort uit God de Vader en wordt samen met Christus de Zoon als God aanbeden en geëerd.

      Chrysostom
      Johannes Chrysostomos was vanaf 386 gedurende 12 jaar een begenadigd prediker. Vandaar zijn bijnaam Chrysostomos (= Guldenmond). In 398 werd hij, tegen zijn zin, door patriarch Theophilus van Alexandrië tot bisschop van Constantinopel gewijd. Hier trad hij op als boetprediker. Daar waar het kerkvolk hem steunde, veroorzaakte zijn optreden verzet in bepaalde kerkelijke en hofkringen. In 403 werd hij op een synode die door Theophilus was bijeengeroepen, schuldig bevonden aan onder andere verraad en werd verbannen. Onder druk van het kerkvolk kon hij terugkeren maar werd in 404 opnieuw verbannen. Hij stierf in ballingschap nabij de de Zwarte Zee.

      De concilies van Hippo (393) en Carthago (397) bepaalden als sluitstuk van een langdurig proces de officiële leer van de kerk en de canon van wat wij het Nieuwe Testament zijn gaan noemen.

      Het tweede grote strijdpunt was:

      De strijd over de twee naturen van Christus

      Nestorius2Apollinarius, bisschop van Laodicea, leerde dat de mens bestond uit lichaam, ziel en geest, en dat in Jezus de goddelijke Logos de plaats had ingenomen van de geest. Nestorius, patriarch van Constantinopel, benadrukte de menselijke natuur van Christus. Zijn tegenstander Cyrillus benadrukte Christus' goddelijke natuur en beschuldigde Nestorius van apollinarisme: in 431 werd hij op het concilie van Efeze geëxcommuniceerd omdat hij een tweevoudige Christus zou leren (een goddelijke en een menselijke) die woonden in het lichaam van Jezus. Op grond van zijn enige bewaard gebleven werk lijkt dat een misvatting te zijn. Het Concilie van Chalcedon (451) aanvaardde de formulering van paus Leo I: " twee naturen in één persoon, onvermengd en onveranderd, ongedeeld en   ongescheiden."

      Augustinus2 De theologische reus van deze periode is Augustinus van Hippo (in het huidige Tunesië). Na een wilde jeugd kwam hij tot bekering onder de prediking van Ambrosius, bisschop van Milaan. Augustinus beheerste geen Grieks, werd daardoor niet beïnvloed door het Griekse denken en formuleerde zo oorspronkelijke theologische gedachten, o.a. in zijn De Civitate Dei. Hieronymus van Caesarea, vertaler van de Vulgata, stond hem af en toe bij in zijn studie van de grondtekst van de Bijbel.

      Als bisschop bestreed Augustinus tal van dwalingen. Als zodanig beschouwde hij ook de Donatisten in Noord Afrika. Zij wezen medegelovigen af die onder druk van vervolging en marteling Christus hadden verloochend.

      benedictus De kluizenaar Benedictus van Nursia (480-547) wordt beschouwd als vader van het westerse kloosterwezen. Hij stichtte het beroemde klooster van Monte Cassino en formuleerde de regel van Benedictus voor kloosterlingen: soberheid, kuisheid, gebed en arbeid (ora et labora), en gehoorzaamheid.

      Door heel deze periode heen krijgt de bisschop van Rome een steeds vooraanstaander positie. Met name Leo I de Grote was voorvechter van pauselijke suprematie en trok grote wereldlijke macht naar zich toe.

      "Mij is gegeven alle macht in hemel en op aarde. Gaat dan henen, maakt alle volken tot Mijn discipelen, doopt hen in de naam des Vaders en des Zoons en des Heiligen Geest en leert hen onderhouden al wat Ik u bevolen heb. En zie, Ik ben met u alle dagen tot aan de voleinding der wereld." Matt 24:19-20

      Voor wie meer wil weten:

      Ante-Niceense Vaders

      Inhoudsopgave: http://www.sacred-texts.com/chr/ecf/index.htm

      o.a. Apostolische Vaders, Justinus Martyr, Irenaeus: http://www.ccel.org/fathers2/ANF-01/TOC.htm#TopOfPage

      o.a Hermas, Clemens van Alexandrië: http://www.ccel.org/fathers2/ANF-02/TOC.htm#TopOfPage

      Tertullianus: http://www.ccel.org/fathers2/ANF-03/TOC.htm#TopOfPage

      o.a. Tertullianus, Origenes: http://www.ccel.org/fathers2/ANF-04/TOC.htm#TopOfPage

      o.a. Hippolytus, Cyprianus: http://www.ccel.org/fathers2/ANF-05/TOC.htm#TopOfPage
      o.a. Dionysius, Methodius: http://www.ccel.org/fathers2/ANF-06/TOC.htm#TopOfPage
      o.a. Lactantius, Victorinus, Apostolische Constituties, Nicea, Oude liturgieën: http://www.ccel.org/fathers2/ANF-07/TOC.htm#TopOfPage

      o.a Test. Twaalf Patriarchen, Pseudo-Clementinen, Apocriefen NT: http://www.ccel.org/fathers2/ANF-08/TOC.htm#TopOfPage

      Niceense en Post-Niceense Vaders

      http://www.sacred-texts.com/chr/ecf/index.htm

       


       
      Laatst aangepast op woensdag, 03 november 2010 12:42
       
      Reageer (0 reacties)

      You need to login or register to post comments.
      Reageer op dit artikel in het forum. (0 posts)