close

YOOtoppanel

otseminar  
Onze eerstvolgende seminars:

Het Nieuwe Testament in Vogelvlucht, 6 maart, Baptistengemeente Sneek

Het Nieuwe Testament in Vogelvlucht, 20 maart, evangeliegemeente Soest
ntseminar

Top Panel
dinsdag, 23 juli 2019
PDF Afdrukken
maandag, 16 november 2009 14:20

Het Evangelie van Johannes


 

Schrijver

De schrijver noemt zijn naam niet. Vanouds is dit evangelie toegeschreven aan Johannes, de discipel die Jezus liefhad. Dat steunt vooral op het getuigenis van enkele oude christelijke schrijvers: Eusebius (ca. 325 AD) en Irenaeus (ca. 185). Irenaeus was bisschop van Lyon, maar kwam oorspronkelijk uit Klein-Azië. Daar was hij een leerling geweest van Polycarpus die op zijn beurt weer een persoonlijk discipel van Johannes was geweest. Ook maakte hij zware vervolgingen mee in Gallië waarbij vele christenen als martelaars stierven; dat moet hem opnieuw bepaald hebben bij de betrouwbaarheid van de boodschap (en dus de geschriften zoals de evangeliën) waarvoor deze mensen op een vaak gruwelijke manier hun leven gaven.

  P52John_Rylands_papyrus Naast deze twee belangrijke getuigen zijn er nog vele andere vroege christenen die Johannes als schrijver van  het vierde Evangelie noemen. Samengevat is er ruim bewijs dat het in het laatste kwart van de tweede eeuw in de orthodoxe kerk algemeen aanvaard werd naast de synoptische evangeliën.  Overigens bevat een van de oudste manuscripten, het Rylands papyrus (P52, ca. 125 AD) uit Egypte, een fragment van Johannes 18. Dat bevestigt de ouderdom van het Evangelie.

Het Evangelie zelf wijst op de schrijver als

  • Een Jood uit Palestina
  • Een ooggetuige (1:14; 19:35; 21:24)
  • Een apostel
  • De apostel Johannes

Datum en plaats

Een precieze datum is moeilijk te bepalen – zelfs of Johannes het Evangelie voor of na Patmos schreef. Tegenover de bijbelkritiek is in ieder geval duidelijk bevestigd dat het vóór 125 AD moet zijn. De meest waarschijnlijke tijd is tussen 80 en 98 AD in Efeze, waar Johannes als opziener van de gemeenten in Klein-Azië zijn laatste jaren doorbracht.


Doelgroep

Verzen als 3:16, 10:16 en 12:32 maken duidelijk dat Johannes een brede doelgroep op het oog had. Hij geeft zijn doel duidelijk aan in 20:30,31 (vgl. 1 Joh 5:13): "Jezus heeft nog wel vele andere tekenen voor de ogen zijner discipelen gedaan, die niet beschreven zijn in dit boek, maar deze zijn geschreven, opdat gij gelooft, dat Jezus is de Christus, de Zoon van God, en opdat gij, gelovende, het leven hebt in zijn naam."

Het vierde Evangelie benadrukt dat Jezus werkelijk mens was, maar tegelijk meer dan mens: de Christus, de Zoon van God. Hij was dus de vervulling van de Messiaanse beloften in het Oude Testament. Juist dit Evangelie legt er de nadruk op dat Jezus de Zoon van God is:

  • Verwoord in de proloog (1:1-18)
  • Gedemonstreerd in de tekenen
  • Uitgesproken in toespraken en woordenwisselingen (bv. 5:16-18; 8:47-59; 10:30-33; 19:7)
  • Benadrukt in zijn dood en opstanding (vgl. 3:16-17; 6:40)

Doel

Het doel is in de eerste plaats evangelisatie en geloofsopbouw. Daarnaast kan ook bescherming van jonge christenen tegen de dwaalleer van de opkomende Gnostiek een rol spelen. Die erkende juist niet dat God mens geworden was, maar sprak liever van een Christusgeest die de mens Jezus overschaduwde. De Gnostiek werd in de 2e eeuw de aartsvijand van het Christendom.

Sleutelwoorden in Johannes’ doelstelling zijn ‘tekenen’, ‘geloven’ en ‘leven’.

Tekenen

 

Het Nieuwe Testament gebruikt krachten, wonderen en tekenen (semeia) als synoniemen met verschillende nadruk: de bron (Gods kracht), de uitwerking (verwondering), de betekenis (boodschap). Johannes gebruikt stelselmatig het laatste woord. Ieder wonder ‘betekent’ iets. Door de tekenen komt het geloven, door het geloven leven. Johannes beschrijft Jezus’ tekenen om te laten zien wie Hij is: de Zoon van God, de Almachtige. Het grootste teken van allemaal is Jezus’ opstanding uit de dood.

Geloven

 

Het werkwoord ‘geloven’ komt 106 keer voor in 85 verzen; niet éénmaal het zelfstandig naamwoord ‘geloof’. Kennelijk ligt de nadruk op het geloven als daad.

 ..opdat gij gelooft, dat Jezus is de Christus, de Zoon van God..

  • De inhoud van het geloof is Jezus Christus, de Zoon van God (2:23; 3:16; 5:38,46,47;enz.)
  • Geloven is een persoonlijke ontmoeting met Jezus Christus.
  • Een persoonlijk antwoord op Gods openbaring van de Persoon, het woord en het werk van Jezus Christus.

Geloven betekent:

  • iets als waar aannemen
  1. niet blindelings: juist daarom neemt Johannes al de moeite om te beschrijven wat hij gehoord, gezien en getast heeft (1 Joh.1:1-3) en benadrukt hij de tekenen en essentiële details (19:35).
  • vertrouwen dat Gods beloften waar zijn
  • Gods beloften binnengaan
  1. Bovendien betekent geloven (m.n. in de  Hebreeënbrief) trouw zijn – ‘in Hem  blijven’, 6:56vv;15:1vv;17:1vv.

Johannes maakt onderscheid tussen:

  • de velen die tijdelijk en oppervlakkig geloven wegens de tekenen die Hij deed, 2:23vv;7:31;10:42;11:45;12:11; vooral 6:66.
  • de weinigen die bij Hem blijven (6:68vv), voor wie geldt dat:
  1. zij de stem van de Herder horen en volgen, 10:1vv.
  2. zij uit God zijn, 8:47.
  3. zij uit de waarheid zijn, 18:37.
  4. zij een geschenk van de Vader aan de Zoon zijn, 10:29.
  5. zij zijn uitgekozen om heen te gaan en vrucht te dragen, 15:16.
  6. zij zijn gekomen omdat de Vader hen getrokken heeft, 6:44.
  7. niemand hen kan roven uit de hand Zijns Vaders, 10:29.
  8. Hij over hen waakt, 17:12.
  9. Hij hen heiligt, 17:19.
  10. Hij hun Gods naam openbaart, 17:6.
  11. Hij voor hen bidt, 17:9.
  12. Hij hun de woorden Gods geeft, 17:8.

Johannes gebruikt veel uitdrukkingen die ongeveer hetzelfde betekenen als ‘geloven’, zoals: komen tot Jezus, 5:40; Jezus volgen, 8:12; Jezus aannemen als het Licht, 1:12; Hem aanschouwen, 12,45; in Hem blijven,15:4-7.

Tegenstellingen van geloven zijn: Hem niet aannemen, 1:11; niet kennen, 1:10; niet geloven, 3:18; de Zoon ongehoorzaam zijn, 3:38; niet tot Hem willen komen, 5:40; Hem haten, 7:7; Zijn woord niet bewaren, 12:47; Hem verwerpen, 12:48; niet liefhebben, 14:24.

Leven

 

Ook dit woord komt vaak (32x) voor in dit evangelie. Het is de vorm van leven die ‘in de Vader’ is en die aan de Zoon is meegedeeld, 5:26.

Het is ‘het leven’ dat mensen als gevolg van de zondeval missen, maar waaraan zij deel krijgen door het geloof in  Jezus Christus, 3:15. Het manifesteert zich in gemeenschap met God, door het kennen van Jezus Christus (17:3). Buiten God om is geen leven mogelijk. Het van God onafhankelijke ‘leven’ moet plaats maken voor het eeuwige leven (12:25). Het is een heel nieuwe manier van leven in verbondenheid met Christus (10:1vv;15:1vv,9vv).

'Leven' heeft ook een moreel aspect. Het gaat hand in hand met gerechtigheid en heiligheid - je hele persoon en bestaan laten beheersen door  Jezus als Zoon van God). Dat betekent: niet meer tot de wereld behoren, (15:19; 17:14,16) en niet meer in leugen leven  (8:44vv). Wie het leven bezit kan voor God bestaan en komt niet in het oordeel (5:24). Er is ook een nauwe relatie tussen ‘leven’ en ‘opstanding’ (11:25,26).


Karakter van het Evangelie

Evenals in de Openbaring speelt het getal ‘zeven’ een grote rol in het evangelie - hoewel het getal zelf niet uitdrukkelijk genoemd wordt. Zeven is het getal van de goddelijke volheid. Hierdoor benadrukt Johannes opnieuw wie Jezus is: God zelf (10:30).

  • zeven keer ‘Ik ben’ – 8:58 "Voorwaar voorwaar,ik zeg u: eer Abraham was, ben ik Å"
  • zeven tekenen: Kana, de zoon van de hoveling, de verlamde in Bethesda, spijziging van de 5000, gaan over de zee, genezing van de blindgeborene, opwekking van Lazarus.
  • zeven gesprekken: Natanael, Nicodemus, de Samaritaanse vrouw, de overspelige vrouw, de blindgeborene, Martha, Petrus en de discipelen.

Door deze zeven persoonlijke gesprekken benadrukt Johannes dat ieder mens persoonlijk moet reageren op Jezus Christus. Geloven betekent: binnengaan, reageren.

Laatst aangepast op dinsdag, 10 mei 2011 08:22
  Geen reacties.
You need to login or register to post comments.
Reageer op dit artikel in het forum. (0 posts)