close

YOOtoppanel

otseminar  
Onze eerstvolgende seminars:

Het Nieuwe Testament in Vogelvlucht, 6 maart, Baptistengemeente Sneek

Het Nieuwe Testament in Vogelvlucht, 20 maart, evangeliegemeente Soest
ntseminar

Top Panel
donderdag, 13 december 2018
Afdrukken
maandag, 16 november 2009 14:30

Het Evangelie van Lucas


St Lucas icoon

Schrijver

 

 

De schrijver van dit evangelie noemt zijn naam niet, maar al sinds de 2e eeuw AD wordt Lucas unaniem als auteur genoemd. Zonder vroege en betrouwbare overlevering zou men waarschijnlijk de naam van een apostel of andere discipel van het eerste uur hebben genoemd. De interne bewijzen zijn met die traditie in overeenstemming. Blijkens de inleiding was de schrijver geen ooggetuige van het leven van Jezus, maar heeft hij zulke getuigen geraadpleegd voordat hij zijn boek schreef. Uit zijn werk leren we hem kennen als een zorgvuldig man met een hoge opleiding.

De inleiding  van het Evangelie lijkt sterk op die van de Handelingen; ook de stijl en woordkeus van beide boeken vertonen grote overeenkomst (vgl. Lucas  1:1-3  en Hand 1:1; Lucas 24:36vv en Hand 1:1-11). Het is duidelijk dat dezelfde man beide boeken geschreven heeft. De twee boeken zijn als een eenheid bedoeld: Hand.1:1  ..wat Jezus begonnen is te doen en te  leren...

Uit Handelingen zelf kunnen we met grote zekerheid opmaken dat Lucas de schrijver is geweest. Een deel van het boek is namelijk geschreven in de wij-vorm (16:10-17; 20:5-16; 21:1-18; 27:1-28:16). Kennelijk heeft de schrijver zich in Troas bij Paulus' gezelschap aangesloten tijdens de tweede zendingsreis (vgl. 16:9 en 10). In Filippi is hij achtergebleven om voor de jonge gemeente te zorgen, toen Paulus en Silas na hun vrijlating de stad moesten verlaten (vgl. 16:17 en 18). Toen Paulus op zijn derde reis weer door Filippi kwam op weg van Macedonië naar Troas, is de schrijver weer met hem meegegaan (20:4 en 5) en tot het einde toe in zijn gezelschap gebleven.

Van Paulus' trouwste medewerkers vallen verschillenden af op grond van de tekst van Handelingen zelf: Silas (16:19vv), Timotheüs e.a. (20:4,5) en Marcus (13:13). Titus was tijdens de laatste dagen van Paulus niet bij hem in Rome (2 Tim 4:10). Lucas is de enige van Paulus' gezelschap die overblijft (2 Tim 4:11).


 

Wie was Lucas?

(1)  Afkomstig uit Antiochië, met nauwe banden in Filippi

  • Zijn interesse voor Antiochië blijkt uit de vele verwijzingen naar die stad (Hand 11:19-27; 13:1-3; 14:26; 15:22,38; 18:22).
  • De manier waarop Lucas schreef over Filippi in Hand 16:12 toont zijn band met die stad.
  • Verder weet Lucas details te vermelden over Antiochië:
  1. dat Nicolaus een jodengenoot was uit Antiochië (Hand 6:5).
  2. de namen van de profeten en leraars (Hand 13:1).

(2) Een bekeerling uit de heidenen, hoogst waarschijnlijk een Griek.

(3) Een arts.

 

  • Col 4:14
  • Zijn stijl van schrijven verraadt medische interesse:
  1. Hij noemt naar verhouding veel genezingen.
  2. ‘verkromd’ is een medische term (13:11).
  3. Marc 1:13 spreekt over koorts, maar Lucas spreekt over "zware koorts" (12:53). In die tijd onderscheidden medici slechts "lichte" en "zware koorts".
  4. Lucas vermeldt i.t.t. Marc 1:23-28 dat bij de uitdrijving van de boze geest de persoon geen letsel ondervond (Luc 4:33-37).
  5. Lucas vermeldt als enige evangelist de genezing van het oor van Malchus (22:51).
  6. Het doktersgilde wordt enigszins in ‘bescherming’ genomen (vgl. 8:43 en Marc 5:26).

(5) Een schrijver

  • Zijn stijl en woordkeus is gevarieerd. Niet minder dan 266 woorden komen nergens anders voor in het Nieuwe Testament. Mattheüs bereikt niet eens het halve aantal en Marcus maar een derde.
  • Zijn evangelie bevat vier liederen: 1:46-55; 1:67-79; 2:14; 2:29-32.
  • Hij bouwt op naar een climax. Zie bijv. de gelijkenissen over "het verlorene" (Luc 15).

(6)

 

Een geschiedschrijver.

  • Uit 1:1-4 blijkt dat Lucas
  1. betrouwbare bronnen heeft geraadpleegd,
  2. de verzamelde feiten op orde gesteld heeft (vermoedelijk, maar niet per se chronologisch),
  3. wilde aantonen dat gelovigen geen  verzinsels zijn nagevolgd.
  • Lucas-Handelingen beschrijft de periode van de aankondiging van Johannes’ geboorte tot de verkondiging van het evangelie in Rome. Het evangelie overtreft de andere drie in tijdspan: van de voorzegging van Johannes’ geboorte tot aan de hemelvaart. Het geslachtsregister gaat niet terug tot Abraham (Mattheüs), maar tot Adam.
  • Lucas plaatst de gebeurtenissen in het kader van zijn tijd. “Er was in de dagen van Herodes (de Grote), de koning van Judea, een priester, genaamd Zacharias...” (1:5). Zie ook: 1:36,56,59; 2:1,2,7,42; 3:23; 9:28,37,51; 22:1,7,66; 23:44,54; 24:1,13,29,33.
  • Lucas vermeldt ook persoonlijke gegevens zoals:
    • Anna is 84 jaar (2:36,37).
    •  

      De vrouw is 18 jaar ziek (13:13).
    • De besnijdenis op de 8e dag (2:21).
    • Jezus op 30 jarige leeftijd (3:23).
  • Terwijl Mattheüs zijn stof duidelijk thematisch ordent, laat Lucas Jezus' woorden waarschijnlijk in hun historische verband staan, bijv:
  1. Lucas vermeldt eerst de roeping van de twaalf discipelen en dan pas de Bergrede (6:12-49). Mattheüs begint met de Bergrede (5,6,7). Pas in 10:1-4 zien we de roeping der twaalf apostelen.
  2. Eerst komt iemand met een vraag over een erfenis kwestie, dan vertelt Jezus de gelijkenis van de rijke dwaas (12:13-21).

    (7) Een vriend van Paulus.

    • zijn reisgenoot en medearbeider (Filém 24)
    • is blijkens tot Paulus’ dood bij hem in Rome gebleven (Hand 27:1vv. en 2 Tim 4:11)
    • hij legt vaak een soortgelijke nadruk als Paulus
    • Paulus’ boodschap dat ‘zondaars worden gerechtvaardigd door het geloof’ vinden we in Lucas’ evangelie terug:
    1.  

      Nadat de Farizeeën Jezus verweten dat Hij met zondaars omging, vertelde Hij de gelijkenissen van het verloren schaap, de verloren penning en de verloren zoon. Vooral in de laatste gelijkenis blijkt de eigen gerechtigheid van de oudste zoon en Gods gerechtigheid bij de jongste (hst.15).
    2. Het voorval van de farizeeër en de tollenaar (18:9-14).
    3. De avondmaalswoorden (22:19) lijken op die van Paulus (1 Kor 11:24) i.t.t. Matt 26:26 en Marc 14:22.
    4. Evenals bij Paulus (Fil 4:4,5) vinden we bij Lucas "het goede nieuws van het geloof" (1:14,44,47; 2:10; 15:17; 24:41,52).
    5. Evenals Paulus toont Lucas het universele karakter van het evangelie:
      • 2:32 ‘..tot een licht voor de heidenen’.
      • 3:38 Het geslachtsregister gaat tot Adam.
      • 4:25-27 De weduwe van Sarfat en Naäman.
      • 9:51-56 Geen oordeel over de Samaritanen.
      • 10:1-20 Alleen Lucas spreekt over de 70 discipelen vgl. de 70 volkeren van Gen.10.
      • 13:29 Niet alleen van ‘oost en west’  (Matt 8:11) maar ook van ‘noord en zuid’.
      Evenals bij Paulus neemt het gebed een belangrijke plaats in.

       Datum en plaats

       

       De datering van het evangelie hangt af van die van Handelingen dat immers het  vervolg erop is. Handelingen moet geschreven zijn na Paulus' aankomst (60 AD?) en twee jaar huisarrest in Rome (Hand 28:30). Evangelie en Handelingen kunnen dus niet eerder dan 62 AD voltooid zijn.
      Omdat Lucas niets vertelt over de verschrikkelijke gebeurtenissen in 64 AD (de grote brand van Rome en de daarop volgende christenvervolgingen) heeft hij waarschijnlijk voor dat jaar geschreven – dus tussen 62 en 64 AD.
      Ook de profetie over de verwoesting van Jeruzalem (19:41-44; 21:20-28) verwijst naar een nog onvervulde toekomst. Dat wijst erop dat het Evangelie in ieder geval voor het jaar 70 geschreven is.



       

      Doelgroep

      Beide boeken zijn opgedragen aan Theofilus ('door God beminde'). De aanspreektitel 'hoogedele' (Luc 1:3) duidt erop dat hij een hooggeplaatst Romeins functionaris of edelman was. Of hij was een functionaris aan wie Lucas zijn evangelie schreef ten behoeve van Paulus’ verdediging, òf hij was een pas bekeerd christen – dan is het geschreven om hem verder te onderwijzen en te versterken door de betrouwbaarheid  van het geloof te benadrukken.

      Kennelijk had Lucas meer lezers op het oog en dat zijn vooral heidenen geweest. Hij plaatst de gebeurtenissen in Palestina in het verband van de geschiedenis van het Imperium, geeft een toelichting bij Joodse gebruiken en plaatsen, vervangt Aramese termen door Griekse, en citeert weinig uit het Oude Testament (alleen in directe uitspraken van Jezus).

      Lucas wil meer dan alleen een betrouwbaar historisch verslag schrijven. Hij wil een boodschap overbrengen: Jezus is de Zoon des mensen, die is gekomen als Verlosser voor alle mensen.

       

      Karakter van het Evangelie

      (1) Lucas tekent vooral Jezus als de Zoon van God die waarlijk mens geworden is. Hij toont Jezus in zijn erbarmen met de lijdende mensheid.

      • Barmhartigheid.
       
        • De gelijkenis van de barmhartige Samaritaan   (10:25-37).
        • Vergelijk 6:36 met Matt 5:48.
          • Bewogenheid.
            • De weduwe die haar enige zoon ging begraven (7:13).
            • Alleen Lucas vermeldt dat het een enigst kind betreft (8:41,vgl. Matt 9:18).
            • Ook hier betreft het een enigst kind volgens Lucas (9:38,vgl. Matt 17:15).
            • ‘Weent niet om Mij, maar om uw kinderen’ (23:28-31).
            • ‘Vader vergeef het hun..’ (23:34).
              • Belangstelling voor ontspoorde mensen.
                • De zondares die Jezus’ voeten zalft (7:36-50).
                • Zacheus (19:1-10).
                  • Belangstelling voor mensen die het moeilijk hebben.
                  1. Lucas heeft het over ‘goed doen’ (6:33) en Mattheüs over ‘groeten’ (Matt 5:47).
                  2. Alleen Lucas heeft "wees royaal"   (6:38,vgl. Matt 7:1,2).
                  3. ‘Armen, verminkten, kreupelen en blinden’ (14:21,vgl. Matt 22:9,10).
                  4. De gelijkenis van de rijke N.N. en de arme Lazarus (16:19-31).
                  5. Veel gelijkenissen gaan over het contrast arm/rijk.

                  (2)     Het gebed neemt in dit evangelie een grote plaats in.

                  • Lucas noemt negen keren dat Jezus bad; zeven daarvan noemt hij alleen.
                    • Het gebed van Zacharias, Simeon en Anna (1:13; 2:29,37).
                    • Alleen Lucas vermeldt dat Jezus bad bij zijn doop (3:21,vgl. Matt 3:16);
                    • … voordat hij zijn discipelen koos (6:12,13,vgl. Matt 10:1-4)
                    • … voordat hij over Zijn lijden vertelde (9:18-22,vgl. Matt 16:13-21).
                    • … voordat hij zijn discipelen het ‘onze Vader’ leerde (11:1-4,vgl. Matt 6:9-13).
                      • Gelijkenissen over het gebed alleen in Lucas:
                        • 11:5-8,   "De onbeschaamde vriend".
                        • 18:2-8,   "De onrechtvaardige rechter".
                        • 18:10-14, "De farizeeër en de tollenaar".
                          • Aan de oproep tot waakzaamheid wordt bidden verbonden (21:36, vgl. Matt 25:13; Marc 13:23).
                          • Bidden om de Heilige Geest (11:13, vgl. Matt 7:11).
                          • Alleen in Lucas lezen we dat Hij "des te vuriger bad" (22:43,44).
                          • Van de drie kruiswoorden in Lucas zijn er twee een gebed (23:34,46).
                          • Lucas laat zien dat het leven van de Here Jezus wordt gekenmerkt door gebed (5:16; 9:28,29; 22:31,32).

                          (3)     De Heilige Geest wordt vaak vermeld.

                          • Johannes de Doper zal "vervuld worden met de  Heilige Geest (1:15).
                            • "De Heilige Geest zal over u (Maria) komen" (1:35).
                            • Elisabeth en Zacharias waren vervuld met de Geest (1:41,67).
                            • Simeon en de Heilige Geest (2:25-27).
                            • "Jezus nu, vol van de Heilige Geest.." (4:1,vgl. Matt 4:1).
                            • Het optreden in Nazareth begint met: "en de Geest des Heren is op Mij.."(4:14,18).
                            • De Here Jezus "verheugde zich in de Geest" (10:21,vgl.Matt 11:25).
                            • De Heilige Geest zal u leren wat gij spreken zult (12:12).
                            • De belofte van de Geest (24:49).

                          (4)     De vrouw krijgt veel aandacht in dit evangelie.

                          • De geboorte van Jezus wordt belicht vanuit de positie van Maria (1:26-56,vgl. Matt 1:18-25).
                            • Lucas vermeldt een groot aantal vrouwen: 1:5,27; 2:36; 4:26,38; 7:12,37; 8:2,3,42,43; 10:38,39; 13:11; 17:32; 21:3; 23:27,28; 23:49,55; 24:1-11; 24:10.

                          (5)     Mensen die God verheerlijken in lied en dankzegging.

                          • zie: 1:46-55 (Magnificat); 1:68-79 (Benedictus); 2:14 (Gloria in Excelsis); 2:29-32 (Nunc Dimittis); 2:20; 5:25,26; 7:16; 13; 17:15; 23:47.

                          Laatst aangepast op dinsdag, 10 mei 2011 08:21
                           
                          Reageer (0 reacties)

                          You need to login or register to post comments.
                          Reageer op dit artikel in het forum. (0 posts)