close

YOOtoppanel

otseminar  
Onze eerstvolgende seminars:

Het Nieuwe Testament in Vogelvlucht, 6 maart, Baptistengemeente Sneek

Het Nieuwe Testament in Vogelvlucht, 20 maart, evangeliegemeente Soest
ntseminar

Top Panel
donderdag, 13 december 2018
Evangelie van Marcus Afdrukken
maandag, 16 november 2009 14:43

Het Evangelie van Marcus

De schrijver

Het evangelie is anoniem, maar een sterke traditie wijst Marcus aan als schrijver. Eusebius haalt in zijn Kerkgeschiedenis (Boek III) de vroege kerkvader Papias aan, bisschop van Hiërapolis (ca. 140 AD), wiens werken verloren zijn gegaan. Papias op zijn beurt haalt ‘de Oudste’ aan, met wie hij waarschijnlijk de apostel Johannes bedoelt:

"Marcus, die Petrus' vertolker was, schreef alles nauwkeurig, hoewel niet in volgorde, neer van hetgeen hij zich herinnerde dat de Heer had gezegd en gedaan. Want hij had de Heer niet gehoord, noch was hij een van Zijn volgelingen geweest; maar naderhand, zoals ik zei, volgde hij Petrus, die zijn toespraken opbouwde met oog voor zijn toehoorders, niet als een doorlopend verslag van de woorden van de Heer. Markus was dus gerechtvaardigd toen hij sommige dingen opschreef zoals hij ze zich herinnerde. Want hij had maar een doel – niets weg te laten van hetgeen hij gehoord had, en niets verkeerd weer te geven."

Volgens Papias is het Evangelie van Marcus dus geen biografie zonder meer, maar een weergave van de prediking van Petrus, die zijn stof ordende met het oog op zijn gehoor. De Anti-Marcionitische Proloog (160-180 AD) noemt Marcus als schrijver en verbindt hem met Petrus. Irenaeus (ca.180 AD) schrijft het Evangelie ook aan Marcus toe. Hij zou na de dood van Petrus en Paulus de prediking van eerstgenoemde te boek hebben gesteld.

We mogen aannemen dat met de naam Marcus in het Nieuwe Testament steeds dezelfde persoon wordt bedoeld, die ook Johannes wordt genoemd (zie Hand 12:12,25;13:5,13;15:36-39; Kol 4:10; Filem 24; 2 Tim 4:11 en 1 Pet 5:13). Als jood had hij naast zijn Griekse naam ‘Markos’ ook een Hebreeuwse naam.

Marcus was de zoon van Maria, die een (groot) huis bezat in Jeruzalem en (tenminste) een slavin (Hand 12:12,13). Hij was een neef van Barnabas (Col 4:10), en volgde hem en Saulus op hun eerste zendingsreis (Hand 12:25). Marcus ging mee als helper (huperetes; Hand 13;5). Na Cyprus keerde hij terug naar Jeruzalem (Hand 13;13) - voor Paulus reden om hem tegen de zin van Barnabas niet mee te nemen op een tweede reis (15:37-39). Na deze gebeurtenissen (rond 50 AD) komt hij niet meer in de verhalen voor. Hij moet wel bij Paulus' gezelschap te Rome hebben behoord  (Col 4:10). Nog later schreef Paulus dat hij ‘van veel nut voor de dienst’ was (2 Tim 4:11).

Als ‘Babylon’ een cryptische verwijzing is naar Rome, plaatst 1 Petrus 5:13 hem gelijk met de apostel in deze stad.

Datering

Het evangelie is een weergave van Petrus' prediking te Rome (rond 65 AD). Irenaeus en de Anti-Marcionitische Proloog vermelden dat Marcus schreef na de dood van Petrus (volgens Irenaeus was Paulus ook dood) - dus na 65 AD (martelaarschap van Petrus), of zelfs na 67 AD (wrsch. terechtstelling van Paulus).

Vermoedelijk is het voor 70 AD geschreven. Marcus verwijst immers nergens naar de verwoesting van Jeruzalem en zelfs niet naar eerdere schermutselingen in de Joodse Oorlog (vanaf 67 AD). Als we er bovendien van uitgaan dat Mattheüs en Lucas het werk van Marcus gekend hebben en zelf ook niet verwijzen naar deze gebeurtenissen, komen we tot de conclusie dat Marcus inderdaad voor 70 AD geschreven moet zijn.
De datering tussen 64 en 70 AD is het meest aannemelijk. Dit was een periode van christenvervolging in Rome. Het evangelie past heel goed in die situatie; het beantwoordt aan de behoefte van een vervolgde gemeente.

 

Plaats van schrijven en bestemming

Vroege tradities noemen als plaats van schrijven Italië (A.M. Proloog) of Rome (Irenaeus, Clemens van Alexandrië). Zoals eerder gezegd verbinden ze het schrijven van dit Evangelie met de prediking van Petrus. Bijbelse verwijzingen plaatsen Marcus samen met Petrus en Paulus in Rome tegen het einde van beider leven (2 Tim 4:11; 1 Pet 5:13). Het is historisch gezien waarschijnlijk dat Petrus tegen het eind van zijn leven in Rome was en daar als martelaar is gestorven. De eerste aanhalingen uit Marcus verschijnen juist in christelijke geschriften uit Rome.

Wat betreft de bestemming, leiden veel aanwijzingen naar Rome.

  • Joodse gebruiken die de Romeinen onbekend waren, legt Marcus in het kort uit (15:42; vgl. 7:3,4 met Mattheüs 15:2).
  • Hij vertaalt Aramese woorden (3:17;5:41;7:11,34; 15:22) en gebruikt relatief veel Latijnse termen (4:21 het Latijnse ‘modius’ i.p.v. het Griekse woord voor korenmaat; 12:14 het Latijnse ‘census’ i.p.v. het Griekse woord­ voor belasting; 12:42 de twee koperstukjes van de arme weduwe vergelijkt hij met de Romeinse duit) en latinismen (3:6; 14:65; 15:15).
  • Hij verwijst naar vervolging en martelaarschap (8:34-38;13:9-13), wat juist christenen in Rome zeer zou aanspreken.
  • De onmiddellijke aanvaarding en wijde invloed van dit Evangelie maakt duidelijk dat er een invloedrijke gemeente achter stond. Dat past goed bij de gemeente te Rome. Marcus is het enige Evangelie dat vertelt dat Simon van Cyrene de vader van Alexander en Rufus is, die bekend waren in Rome (Rom 16:13).
  • Een geslachtsregister ontbreekt en er worden weinig joodse feesten en gebruiken vermeld. Waar nodig wordt een toelichting gegeven (7:3,4 vgl. Matt 15:2).

Doel van het Evangelie

Zoals gezegd, schreef Marcus volgens de oudste overlevering in Rome en voor christenen in Rome rond de tijd van Petrus' dood. Petrus stierf tijdens de vervolging onder keizer Nero, die uitbarstte na de brand die in 64 na Christus grote delen van Rome in de as legde. Al snel verspreidde zich het gerucht dat de brand was aangestoken op last van Nero om ruimte te maken voor het Gouden Huis dat hij van plan was voor zichzelf te bouwen. Om de aandacht van zichzelf af te leiden, koos de keizer de christenen als zondebok. De Romeinse geschiedschrijver Tacitus schreef (Annalen 15.44):

 

“Maar noch menselijke hulp, noch keizerlijke mildheid, noch alle wijzen waarop hij de hemel trachtte te verzoenen, konden het gerucht de kop indrukken of de overtuiging wegnemen dat de brand op bevel had plaats gevonden. Daarom, om het gerucht te ontkrachten, schoof Nero een groep mensen als schuldigen naar voren die werden verafschuwd om hun wandaden en door het plebs christenen werden genoemd, en strafte hen met de meest verfijnde wreedheden. Christus, de stichter van de naam, had de doodstraf ondergaan tijdens de regering van Tiberius, door de uitspraak van de procurator Pontius Pilatus. Maar het walgelijke bijgeloof, voor een tijd onderdrukt, stak weer de kop op, niet alleen in heel Judea, waar dit kwaad zijn oorsprong had, maar ook in de hoofdstad zelf, waar alle verschrikkelijke of schandelijke dingen van de wereld zich verzamelen en navolging vinden. Eerst werden dan de uitgesproken leden van de sekte gearresteerd. Daarna, op grond van hun bekentenissen, werden grote aantallen veroordeeld, niet zozeer vanwege brandstichting, maar op grond van haat tegen het menselijk geslacht. En spot begeleidde hun einde: ze werden bedekt met vellen van wilde beesten en aan stukken gereten door honden; of ze werden bevestigd aan kruisen en als het donker werd verbrand om ’s nachts als verlichting te dienen. Nero had zijn tuinen aangeboden voor het schouwspel en gaf een schouwspel in zijn circus, waarbij hij zichzelf uitgedost als wagenmenner onder de menigte begaf, of rijdend op zijn wagen. Dientengevolge, ondanks een schuld die de meest aansprekende straf had verdiend, ontstond er een gevoel van medelijden dat te wijten was aan de indruk dat zij werden geofferd niet voor het welzijn van de staat, maar ter wille van de wreedheid van een enkele man.”

 

De gemeente in Rome onderging dus felle vervolging en velen stierven op gruwelijke wijze als martelaars. Dit stelde het geloof van velen op de proef; zij hadden grote behoefte aan bemoediging en antwoorden op de brandende vraag waarom de Heer niet ingreep.Marcus bemoedigt hen in hun angst en lijden door hen te schilderen hoe Jezus geleefd en geleden heeft. De lijdensgeschiedenis vormt meer dan een derde van zijn evangelie, maar ook daarvoor komt het lijden ter sprake: verzoeking (Hij was bij de wilde dieren, 1:12-13), onbegrip (3:21-22, 30-35), de prijs van discipelschap (8:34-38), verwijzingen naar vervolging (10:30,33-34,45; 13:8,11-13), Zijn eigen lijden (8:31-33; 9:9-13). Bovendien lijkt er een parallel te zijn met het lijden van Johannes de Doper (1:14 vgl. 9:13) – nadat Johannes was overgeleverd .. om te worden terechtgesteld. Trouw en gehoorzaamheid als volgeling van Jezus Christus zullen onvermijdelijk leiden tot lijden en misschien zelfs tot de dood.

Door lijden heen is Jezus, Gods Zoon en Dienstknecht, tot overwinning gekomen. Daarin ligt de bemoediging voor vervolgde en lijdende christenen, van wie velen ook dienstknechten (slaven) waren. Er is dus een overeenkomst met de eerste brief van Petrus (zie bijv. 1 Petrus 3:17-18; 4:1-2,12-13).

Het tweede doel van het Evangelie is evangelisatie. Het is een poging de persoon van Christus en Zijn werk te schilderen als een nieuwe boodschap, zonder veel veronderstelde kennis van het O.T. De korte anekdotes, de kernachtige zinsopbouw en de toegespitste toepassingen van de waarheid zijn juist de ingrediënten voor een straatprediker die Christus verkondigt aan een toevallige groep mensen. Daarom is er ook geen geslachtsregister en geboorteverhaal, maar begint het Evangelie direct met Johannes de Doper en de komst van de Messias (NB: zoals overigens ook de prediking van Petrus in het huis van Cornelius - Hand 10:37vv).


Karakter van het Evangelie

Mattheüs schreef voor christenen uit de joden, Marcus voor Romeinen: kort en bondig, sterk gericht op daden en met veel minder aandacht voor redevoeringen of verwijzingen naar het Oude Testament. Marcus besteedt veel aandacht aan de wonderen van de Heer. Tegenover de nadruk op Jezus’ macht en autoriteit staat wonderlijk genoeg een grote nadruk op dienen (10:45). Heel lang begrepen de discipelen daar niets van. Dat leidt tot een climax in de hoofdstukken 8-10. Marcus is ook het evangelie van de persoonlijke reacties, bijv: verbaasd (1:27; 7:37), kritisch (2:7), bang (4:41), in de war (6:14), vijandig (14:1). Bij Jezus kun je niet neutraal blijven! Hoe reageer jij?

Marcus groepeert zijn stof in een rechte lijn van Galilea naar Jeruzalem. De evangelisten zijn geen droge geschiedschrijvers. Ze laten (ieder op een andere manier) zien wie Jezus is. Daarom kiest en groepeert elke evangelist zijn stof anders. Daarbij worden de feiten geen geweld aangedaan.

 

Normal 0 21 false false false NL ZH-CN X-NONE MicrosoftInternetExplorer4

Het Evangelie van Marcus

De schrijver

Het evangelie is anoniem, maar een sterke traditie wijst Marcus aan als schrijver. Eusebius haalt in zijn Kerkgeschiedenis (Boek III) de vroege kerkvader Papias aan, bisschop van Hiërapolis (ca. 140 AD), wiens werken verloren zijn gegaan. Papias op zijn beurt haalt ‘de Oudste’ aan, met wie hij waarschijnlijk de apostel Johannes bedoelt:

"Marcus, die Petrus' vertolker was, schreef alles nauwkeurig, hoewel niet in volgorde, neer van hetgeen hij zich herinnerde dat de Heer had gezegd en gedaan. Want hij had de Heer niet gehoord, noch was hij een van Zijn volgelingen geweest; maar naderhand, zoals ik zei, volgde hij Petrus, die zijn toespraken opbouwde met oog voor zijn toehoorders, niet als een doorlopend verslag van de woorden van de Heer. Markus was dus gerechtvaardigd toen hij sommige dingen opschreef zoals hij ze zich herinnerde. Want hij had maar een doel – niets weg te laten van hetgeen hij gehoord had, en niets verkeerd weer te geven."

Volgens Papias is het Evangelie van Marcus dus geen biografie zonder meer, maar een weergave van de prediking van Petrus, die zijn stof ordende met het oog op zijn gehoor. De Anti-Marcionitische Proloog (160-180 AD) noemt Marcus als schrijver en verbindt hem met Petrus. Irenaeus (ca.180 AD) schrijft het Evangelie ook aan Marcus toe. Hij zou na de dood van Petrus en Paulus de prediking van eerstgenoemde te boek hebben gesteld.

We mogen aannemen dat met de naam Marcus in het Nieuwe Testament steeds dezelfde persoon wordt bedoeld, die ook Johannes wordt genoemd (zie Hand 12:12,25;13:5,13;15:36-39; Kol 4:10; Filem 24; 2 Tim 4:11 en 1 Pet 5:13). Als jood had hij naast zijn Griekse naam ‘Markos’ ook een Hebreeuwse naam.

Marcus was de zoon van Maria, die een (groot) huis bezat in Jeruzalem en (tenminste) een slavin (Hand 12:12,13). Hij was een neef van Barnabas (Col 4:10), en volgde hem en Saulus op hun eerste zendingsreis (Hand 12:25). Marcus ging mee als helper (huperetes; Hand 13;5). Na Cyprus keerde hij terug naar Jeruzalem (Hand 13;13) - voor Paulus reden om hem tegen de zin van Barnabas niet mee te nemen op een tweede reis (15:37-39). Na deze gebeurtenissen (rond 50 AD) komt hij niet meer in de verhalen voor. Hij moet wel bij Paulus' gezelschap te Rome hebben behoord  (Col 4:10). Nog later schreef Paulus dat hij ‘van veel nut voor de dienst’ was (2 Tim 4:11).

Als ‘Babylon’ een cryptische verwijzing is naar Rome, plaatst 1 Petrus 5:13 hem gelijk met de apostel in deze stad.

Datering
Het evangelie is een weergave van Petrus' prediking te Rome (rond 65 AD). Irenaeus en de Anti-Marcionitische Proloog vermelden dat Marcus schreef na de dood van Petrus (volgens Irenaeus was Paulus ook dood) - dus na 65 AD (martelaarschap van Petrus), of zelfs na 67 AD (wrsch. terechtstelling van Paulus).

Vermoedelijk is het voor 70 AD geschreven. Marcus verwijst immers nergens naar de verwoesting van Jeruzalem en zelfs niet naar eerdere schermutselingen in de Joodse Oorlog (vanaf 67 AD). Als we er bovendien van uitgaan dat Mattheüs en Lucas het werk van Marcus gekend hebben en zelf ook niet verwijzen naar deze gebeurtenissen, komen we tot de conclusie dat Marcus inderdaad voor 70 AD geschreven moet zijn.
De datering tussen 64 en 70 AD is het meest aannemelijk. Dit was een periode van christenvervolging in Rome. Het evangelie past heel goed in die situatie; het beantwoordt aan de behoefte van een vervolgde gemeente.

Plaats van schrijven en bestemming

Vroege tradities noemen als plaats van schrijven Italië (A.M. Proloog) of Rome (Irenaeus, Clemens van Alexandrië). Zoals eerder gezegd verbinden ze het schrijven van dit Evangelie met de prediking van Petrus. Bijbelse verwijzingen plaatsen Marcus samen met Petrus en Paulus in Rome tegen het einde van beider leven (2 Tim 4:11; 1 Pet 5:13). Het is historisch gezien waarschijnlijk dat Petrus tegen het eind van zijn leven in Rome was en daar als martelaar is gestorven. De eerste aanhalingen uit Marcus verschijnen juist in christelijke geschriften uit Rome.

Wat betreft de bestemming, leiden veel aanwijzingen naar Rome.

· Joodse gebruiken die de Romeinen onbekend waren, legt Marcus in het kort uit (15:42; vgl. 7:3,4 met Mattheüs 15:2).

· Hij vertaalt Aramese woorden (3:17;5:41;7:11,34; 15:22) en gebruikt relatief veel Latijnse termen (4:21 het Latijnse ‘modius’ i.p.v. het Griekse woord voor korenmaat; 12:14 het Latijnse ‘census’ i.p.v. het Griekse woord­ voor belasting; 12:42 de twee koperstukjes van de arme weduwe vergelijkt hij met de Romeinse duit) en latinismen (3:6; 14:65; 15:15).

· Hij verwijst naar vervolging en martelaarschap (8:34-38;13:9-13), wat juist christenen in Rome zeer zou aanspreken.

· De onmiddellijke aanvaarding en wijde invloed van dit Evangelie maakt duidelijk dat er een invloedrijke gemeente achter stond. Dat past goed bij de gemeente te Rome. Marcus is het enige Evangelie dat vertelt dat Simon van Cyrene de vader van Alexander en Rufus is, die bekend waren in Rome (Rom 16:13).

· Een geslachtsregister ontbreekt en er worden weinig joodse feesten en gebruiken vermeld. Waar nodig wordt een toelichting gegeven (7:3,4 vgl. Matt 15:2).

Doel van het Evangelie

Zoals gezegd, schreef Marcus volgens de oudste overlevering in Rome en voor christenen in Rome rond de tijd van Petrus' dood. Petrus stierf tijdens de vervolging onder keizer Nero, die uitbarstte na de brand die in 64 na Christus grote delen van Rome in de as legde. Al snel verspreidde zich het gerucht dat de brand was aangestoken op last van Nero om ruimte te maken voor het Gouden Huis dat hij van zins was voor zichzelf te bouwen. Om de aandacht van zichzelf af te leiden, koos de keizer de christenen als zondebok. De Romeinse geschiedschrijver Tacitus schreef (Annalen 15.44):

“Maar noch menselijke hulp, noch keizerlijke mildheid, noch alle wijzen waarop hij de hemel trachtte te verzoenen, konden het gerucht de kop indrukken of de overtuiging wegnemen dat de brand op bevel had plaats gevonden. Daarom, om het gerucht te ontkrachten, schoof Nero een groep mensen als schuldigen naar voren die werden verafschuwd om hun wandaden en door het plebs christenen werden genoemd, en strafte hen met de meest verfijnde wreedheden. Christus, de stichter van de naam, had de doodstraf ondergaan tijdens de regering van Tiberius, door de uitspraak van de procurator Pontius Pilatus. Maar het walgelijke bijgeloof, voor een tijd onderdrukt, stak weer de kop op, niet alleen in heel Judea, waar dit kwaad zijn oorsprong had, maar ook in de hoofdstad zelf, waar alle verschrikkelijke of schandelijke dingen van de wereld zich verzamelen en navolging vinden. Eerst werden dan de uitgesproken leden van de sekte gearresteerd. Daarna, op grond van hun bekentenissen, werden grote aantallen veroordeeld, niet zozeer vanwege brandstichting, maar op grond van haat tegen het menselijk geslacht. En spot begeleidde hun einde: ze werden bedekt met vellen van wilde beesten en aan stukken gereten door honden; of ze werden bevestigd aan kruisen en als het donker werd verbrand om ’s nachts als verlichting te dienen. Nero had zijn tuinen aangeboden voor het schouwspel en gaf een schouwspel in zijn circus, waarbij hij zichzelf uitgedost als wagenmenner onder de menigte begaf, of rijdend op zijn wagen. Dientengevolge, ondanks een schuld die de meest aansprekende straf had verdiend, ontstond er een gevoel van medelijden dat te wijten was aan de indruk dat zij werden geofferd niet voor het welzijn van de staat, maar ter wille van de wreedheid van een enkele man.”

· De gemeente in Rome onderging dus felle vervolging en velen stierven op gruwelijke wijze als martelaars. Dit stelde het geloof van velen op de proef; zij hadden grote behoefte aan bemoediging en antwoorden op de brandende vraag waarom de Heer niet ingreep.
Marcus bemoedigt hen in hun angst en lijden door hen te schilderen hoe Jezus geleefd en geleden heeft. De lijdensgeschiedenis vormt meer dan een derde van zijn evangelie, maar ook daarvoor komt het lijden ter sprake: verzoeking (Hij was bij de wilde dieren, 1:12-13), onbegrip (3:21-22, 30-35), de prijs van discipelschap (8:34-38), verwijzingen naar vervolging (10:30,33-34,45; 13:8,11-13), Zijn eigen lijden (8:31-33; 9:9-13). Bovendien lijkt er een parallel te zijn met het lijden van Johannes de Doper (1:14 vgl. 9:13) – nadat Johannes was overgeleverd .. om te worden terechtgesteld. Trouw en gehoorzaamheid als volgeling van Jezus Christus zullen onvermijdelijk leiden tot lijden en misschien zelfs tot de dood.

· Door lijden heen is Jezus, Gods Zoon en Dienstknecht, tot overwinning gekomen. Daarin ligt de bemoediging voor vervolgde en lijdende christenen, van wie velen ook dienstknechten (slaven) waren. Er is dus een overeenkomst met de eerste brief van Petrus (zie bijv. 1 Petrus 3:17-18; 4:1-2,12-13).

· Het tweede doel van het Evangelie is evangelisatie. Het is een poging de persoon van Christus en Zijn werk te schilderen als een nieuwe boodschap, zonder veel veronderstelde kennis van het O.T. De korte anekdotes, de kernachtige zinsopbouw en de toegespitste toepassingen van de waarheid zijn juist de ingrediënten voor een straatprediker die Christus verkondigt aan een toevallige groep mensen.

· Daarom is er ook geen geslachtsregister en geboorteverhaal, maar begint het Evangelie direct met Johannes de Doper en de komst van de Messias (NB: zoals overigens ook de prediking van Petrus in het huis van Cornelius - Hand 10:37vv).

Karakter van het Evangelie

Mattheüs schreef voor christenen uit de joden, Marcus voor Romeinen: kort en bondig, sterk gericht op daden en met veel minder aandacht voor redevoeringen of verwijzingen naar het Oude Testament. Marcus besteedt veel aandacht aan de wonderen van de Heer. Tegenover de nadruk op Jezus’ macht en autoriteit staat wonderlijk genoeg een grote nadruk op dienen (10:45). Heel lang begrepen de discipelen daar niets van. Dat leidt tot een climax in de hoofdstukken 8-10. Marcus is ook het evangelie van de persoonlijke reacties, bijv: verbaasd (1:27; 7:37), kritisch (2:7), bang (4:41), in de war (6:14), vijandig (14:1). Bij Jezus kun je niet neutraal blijven! Hoe reageer jij?

Marcus groepeert zijn stof in een rechte lijn van Galilea naar Jeruzalem. De evangelisten zijn geen droge geschiedschrijvers. Ze laten (ieder op een andere manier) zien wie Jezus is. Daarom kiest en groepeert elke evangelist zijn stof anders. Daarbij worden de feiten geen geweld aangedaan.

Laatst aangepast op maandag, 01 november 2010 14:15
 
Reageer (0 reacties)

You need to login or register to post comments.
Reageer op dit artikel in het forum. (0 posts)