close

YOOtoppanel

otseminar  
Onze eerstvolgende seminars:

Het Nieuwe Testament in Vogelvlucht, 6 maart, Baptistengemeente Sneek

Het Nieuwe Testament in Vogelvlucht, 20 maart, evangeliegemeente Soest
ntseminar

Top Panel
woensdag, 23 september 2020
Afdrukken
maandag, 16 november 2009 19:39
Inhoudsopgave
Apocriefen
Alternatieve theorieen
Omvang van de canon
Apocriefe boeken
Alle pagina's

Verdeling en omvang van de canon

Vanouds werd het Oude Testament ingedeeld in drie gehelen: Torah, Nebi’im, Ketubim. De Ketubim worden ook wel aangeduid als de Hagiographa. De indeling in drie delen wordt vaak genoemd in de Talmud, maar gaat terug tot een veel vroegere periode. Er bestaan gegevens uit de voorchristelijke periode die duidelijk maken dat de canonieke boeken toen reeds onderverdeeld waren in drie verschillende categorieën.

Christus' getuigenis van de driedelige canon

In Luc 24:44 spreekt Jezus van de Wet van Mozes, de profeten en psalmen. Dat laatste i.t.t. de onder Joden gangbare aanduiding Ketubim. Het is onwaarschijnlijk dat Jezus de overige Ketubim buiten beschouwing  zou willen laten; hij citeert er immers geregeld uit (bijv. Dan 4:26 = Matt 4:17; Dan 7:13 = Marc 14:62; Dan 9:27, 11:31, 12:11 = Marc 13:14).

De proloog tot de Wijsheid van Jezus ben Sirach (Ecclesiasticus)

Het vroegste getuigenis van buitenbijbelse schrijvers is de proloog die de kleinzoon van Jezus ben Sirach (ca.130 v Chr.) toevoegde aan het werk ‘Ecclesiasticus’ of ‘Wijsheid’ van zijn grootvader. De vertaler vermeldt dat hij in het 38e jaar van koning Euergetes (170-117 v Chr.) in Egypte aankwam. Zijn grootvader moet dus rond 190-170 v Chr. geschreven hebben – wat wordt ondersteund door het ontbreken van verwijzingen naar de vervolgingen onder Antiochus IV.

In de proloog onderscheidt de vertaler drie groepen boeken met een unieke autoriteit: ‘de wet, de profeten en de rest der boeken’. Deze laatste groep duidt hij ook aan als ‘andere boeken van onze vaderen’ waarin ook zijn grootvader zich verdiepte. Dus ook de Geschriften, de Hagiographa, waren onderdeel van de canon ca.190 v Chr.

  • Door sommigen wordt wel ingebracht dat onder de 'overige geschriften' alleen het begin van de verzameling van de Ketubim wordt verstaan[19]. Van Bruggen verdedigt dat ‘de overige boeken’ gelijk staat met de wet en de profeten[20]. Het lijkt te gaan om een afgegrensde groep geschriften.

Philo (?), De vita Contemplativa 21 en 25 (ca.40 n Chr)

Een klein boekje dat Philo’s naam niet draagt, maar op grond van het taaleigen aan hem wordt toegeschreven. Het handelt over de Joodse school der Therapeutae, die in veel landen maar vooral in Egypte zouden voorkomen. In de verhandeling komt de opsomming voor ‘de Wet en de en de Orakel welke door inspiratie zijn gegeven door de profeten, en de Psalmen, en de andere boeken middels welke kennis en godsvrucht groeien en zich vervolmaken.’ [21]

Josephus, Contra Apionem 1: 37-43 (ca.93-95 n Chr)

Aan het einde van de eerste eeuw schrijft Flavius Josephus een verdedigings-geschrift voor de Joden tegen een zekere Apion. Deze passage maakt melding van 22[24] zeer vereerde boeken die onderling harmonieerden[1] [25] - een collectie bestaande uit Torah (5), Profeten (13) en daarna volgende boeken (4).

Deze boeken zijn geschreven in de periode van Mozes tot Artaxerxes. In de periode na Artaxerxes zijn ook wel boeken overgeleverd, maar deze zijn niet van gelijke waarde geacht[26]. Hij voegt eraan toe dat, hoewel vele eeuwen inmiddels zijn voorbijgegaan, niemand er iets van heeft willen afdoen of toedoen[27]. Opmerkelijk is dat bij Josephus geen sprake is van een discussie over de canoniciteit van bepaalde boeken. Voor zijn besef ligt het besluit over de canon ver achter hem.

4 Ezra

Dit geschrift stamt uit het einde van de eerste eeuw. Het spreekt over de 24 boeken van de canon die Ezra heeft opgeschreven[28]. Uit deze legende blijkt dat de schrijver overtuigd was van de hoge ouderdom van de canon.

Onderliggende principes van de driedeling

  • Het eerste deel bestaat uit de Wet, de boeken van Mozes – de basis van de theocratie.
  • De boeken in het tweede deel worden ‘de profeten’ genoemd. Profeten waren belangrijk, maar stonden onder Mozes. In wezen voeren de profeten zelfs niets nieuws aan; zij voeren het volk steeds weer terug tot de Wet.
  • De schrijvers van de derde afdeling hadden soms wel profetische gaven, maar namen niet in technische zin de positie van een profetie in Israël in – Gods woordvoerder, middelaar tussen God en zijn volk (Deut 18:15-18; Ex.4:16; 7:1).

Omstreden boeken

Enkele boeken waren omstreden – de Antilegomena (Archer, 78): Prediker[29] (te pessimistisch), Esther (God wordt niet genoemd), Hooglied (te erotisch), Ezechiël (zijn tempelvisie contrasteert met 1e en 2e tempel).



Laatst aangepast op maandag, 01 november 2010 13:47
  Geen reacties.
You need to login or register to post comments.
Reageer op dit artikel in het forum. (0 posts)