close

YOOtoppanel

otseminar  
Onze eerstvolgende seminars:

Het Nieuwe Testament in Vogelvlucht, 6 maart, Baptistengemeente Sneek

Het Nieuwe Testament in Vogelvlucht, 20 maart, evangeliegemeente Soest
ntseminar

Top Panel
donderdag, 13 december 2018
Afdrukken
woensdag, 18 november 2009 20:07

Gezag

In de grond van de zaak is deze hele discussie over de inspiratie en onfeilbaarheid van de Bijbel een discussie over gezag. Het hoogste gezag ligt in het Woord van God en niet in het menselijk verstand dat zich een oordeel over het Woord aanmatigt. Met gezag bedoelen we dat de Bijbel het hoogste recht heeft om te bepalen wat we dienen te geloven en hoe we ons dienen te gedragen.

Bijbelse onfeilbaarheid en bijbels gezag zijn met elkaar verbonden. Alleen waarheid kan het hoogste gezag hebben om geloof en gedrag te bepalen en de Schrift kan alleen in zoverre gezag hebben als zij waar is.

Een feitelijk en theologisch onbetrouwbare Bijbel zou nog steeds indruk op ons kunnen maken als een presentatie van godsdienstige ervaring en deskundigheid. Maar het is duidelijk dat we niet kunnen claimen dat hij heel Gods onderwijs en getuigenis is, gegeven om onze overtuigingen en gedragingen te controleren, als we niet bereid zijn om zijn totale betrouwbaarheid te bevestigen. (…) Onder welke omstandigheden kan de Bijbel, gezien als geïnspireerd en onfeilbaar onderwijs, werkelijk gezag over ons uitoefenen? Mijn antwoord is dit: de Schrift kan slechts zover heersen als zij begrepen wordt, en zij wordt slechts zover begrepen als zij goed uitgelegd wordt.

Gezag in zijn piramidale vorm wordt zelfs als achterhaald beschouwd in gemeenschappen die formeel nog op een autoritaire basis zijn gestructureerd - althans: in westerse samenlevingen. Mensen volgen steeds meer hun eigen oordeel en erkennen en gehoorzamen steeds autoriteiten buiten en boven zichzelf. Dit geldt ook op religieus gebied – zoals blijkt uit de kritische bejegening van het pauselijk gezag.

We dienen te onderscheiden tussen intrinsiek gezag (op grond van iemands kennis) en extrinsiek gezag (op grond van positie). De eerste is een autoriteit, de tweede heeft het. Een document kan ook, op grond van de informatie die het inhoudt, intrinsiek gezag bezitten en daardoor geloof en gedrag voorschrijven. Hier ligt een duidelijke relatie met het leerstuk van de onfeilbaarheid: we zijn niet geneigd groot gezag toe te schrijven aan een document dat klaarblijkelijk fouten en gebreken vertoont. We moeten ook gezag onderscheiden van macht, autoriteit van autoritair gedrag, het bezitten van gezag van het erkend worden ervan.

Voor christenen is en heeft God het hoogste gezag om wie Hij is. De meningen verschillen over hoe Hij dat gezag uitoefent.

Direct

  • door een directe openbaring in een moment van persoonlijke ontmoeting (encounter): Neo-orthodoxie
  • door directe leiding of ‘woord’: charismatische christenen

Indirect (gedelegeerd) door

  • een persoon of instelling (de kerk, de paus, profeten in de kerk)
  • de Bijbel.

Door openbaring maakt God zijn waarheid aan de mens bekend. Inspiratie bewaart de waarheid (zodat de Bijbel zegt, wat God zegt) en maakt haar beschikbaar voor velen. Dat de Bijbel tot ons zegt wat God zegt, veronderstelt wel dat de bijbellezer de betekenis van de tekst begrijpt en overtuigd is van haar goddelijke oorsprong en auteurschap.

  • Volgens de RK kerk gebeurt dit door de kerk. Thomas van Aquino meende dat hij de goddelijke oorsprong van de kerk kon beargumenteren. Van daaruit kon de kerk de goddelijke oorsprong van de Schrift betuigen en de canon vaststellen. Bovendien geeft de kerk (en uiteindelijk de paus) de juiste interpretatie van de Bijbel. De onfeilbaarheid van de paus complementeert de onfeilbaarheid van de Bijbel.
  • Volgens anderen worden betekenis en goddelijke oorsprong van de Bijbel vastgesteld door de menselijke rede. Tot deze groep behoren de rationalisten. Zekerheid over de inspiratie volgt uit bewijzen: vervulde profetie, het bovennatuurlijk karakter van Jezus, en wonderen. Geleerde kritische studie bepaalt de betekenis van de tekst.
  • Erickson (Christian Theology) bekent zich tot de derde visie, dat de innerlijke werking van de Heilige Geest het begrip van de hoorder of lezer verlicht, en begrip en verzekering geeft.

De verlichting door de Geest is nodig vanwege (1) het ontologische verschil tussen God en mens – God is transcendent en gaat de categorieën van het menselijk verstand te boven; (2) de beperkingen t.g.v. de zondeval; (3) de menselijke behoefte aan zekerheid m.b.t. eeuwig leven en dood.

Behalve het eenmalige werk van de Heilige Geest in de wedergeboorte is er het voortdurende werk van de Geest: Hij (1) onderwijst gelovigen alle dingen, (2) getuigt van Jezus, (3) overtuigt de wereld van zonde, gerechtigheid en oordeel., en (4) leidt de gelovigen in alle waarheid.

Autoriteit heeft objectieve en subjectieve componenten. De scholastieke orthodoxie van de 17e eeuw en het fundamentalisme van de 20e eeuw kenden alleen objectief gezag toe aan de Bijbel. Dan krijgt het enkele (voor-) lezen bijna sacramentele waarde. Voor charismatische christenen is de Heilige Geest de hoogste (subjectieve) autoriteit. Een combinatie is nodig: het geschreven woord als objectieve basis, plus de innerlijke verlichting en overtuiging door de Heilige Geest als subjectieve dimensie.

Afgebakend t.o.v. de neo-orthodoxie betekent dit:

  • de Bijbel blijft objectief gezien het Woord van God; voor NO wordt het dit alleen op (en voor de duur van) het moment van godservaring (encounter)
  • de Bijbel heeft een bepaalde en objectieve betekenis die voor iedereen dezelfde is
  • de verlichting heeft een permanent effect: het begrijpen van de betekenis is min of meer blijvend, ook al kan het nadien verdiept worden.

Vanuit de nieuwe hermeneutiek is tegengeworpen dat het belijden van de woordelijke inspiratie en volledige onfeilbaarheid van de Schrift en buigen onder haar gezag in de praktijk vaak leidt tot het bevestigen van het eigen gelijk, terwijl men over het hoofd ziet dat de evangelische lezer vanuit de eigen traditie en context meer betekenis geeft dan ontdekt (de hermeneutische cirkel). Daarom tot slot enkele stellingen die nader uitgewerkt moeten worden.

  • Wezenskenmerken van de evangelische beweging zijn (a) het vasthouden aan een persoonlijke bekering en levende relatie met God; (b) het belijden van de onfeilbaarheid en historische betrouwbaarheid van de Bijbel; (c) een sterke nadruk op zending en evangelisatie. Deze sterkten zijn tegelijk haar zwakten in de omgang met de Schrift.
  • Dat de Bijbel Gods Woord is, moet ons niet uit het oog doen verliezen dat hij uiteindelijk ‘slechts’ gereedschap is tot een leven naar het Grote Gebod.
  • Luthers gedachte van de Schrift als onze tegenstander (verbum Dei adversarium nostrum) is een waardevol en inspirerend complement op de vitale belijdenis van woordelijke inspiratie en (volledige) onfeilbaarheid van de Bijbel.
  • Evangelische christenen dienen deze tegenstander te verwelkomen door (a) reflectie op eigen traditie en geschiedenis, (b) doordenken van eigen theologische accenten, (c) grondige exegese, en (d) lezen in de context van de christelijke gemeenschap.

"Maak er ernst mede u wel beproefd ten dienste van God te stellen, als een arbeider, die zich niet behoeft te schamen, doch rechte voren trekt bij het brengen van het woord der waarheid." (2 Tim.2:15)

Laatst aangepast op maandag, 01 november 2010 13:47
 
Reageer (0 reacties)

You need to login or register to post comments.
Reageer op dit artikel in het forum. (0 posts)