close

YOOtoppanel

otseminar  
Onze eerstvolgende seminars:

Het Nieuwe Testament in Vogelvlucht, 6 maart, Baptistengemeente Sneek

Het Nieuwe Testament in Vogelvlucht, 20 maart, evangeliegemeente Soest
ntseminar

Top Panel
zondag, 27 september 2020
Afdrukken
woensdag, 18 november 2009 20:38
Inhoudsopgave
Onfeilbaarheid
Belang van onfeilbaarheid
Onfeilbaarheid en verschijnselen
Onfeilbaarheid definieren
Chicago Verklaring
Alle pagina's

Onfeilbaarheid


De onfeilbaarheid (Eng. infallibility, inerrancy) van Gods Woord is het sluitstuk van de bibliologie. Als God een speciale openbaring van zichzelf gegeven heeft en mensen heeft geïnspireerd om die op te schrijven, willen we zekerheid dat de Bijbel een betrouwbare bron van die openbaring is.


Diverse opvattingen van onfeilbaarheid

Schaeffer

Absolute onfeilbaarheid stelt dat de Bijbel, ook in alle wetenschappelijke en historische details, volledig waar is. Ogenschijnlijke discrepanties moeten en kunnen verklaard worden (geharmoniseerd).

Volledige onfeilbaarheid beschouwt de Bijbel ook als volledig waar. Deze visie verschilt niet van absolute onfeilbaarheid in zijn kijk op de godsdienstige/ theologische/geestelijke boodschap. Er is wel een belangrijk verschil t.a.v. wetenschappelijke en historische verwijzingen. Deze worden beschouwd als fenomenaal, d.w.z. weergegeven zoals ze zich voordien aan het menselijk oog. Ze zijn niet noodzakelijk exact; vaak zijn het populaire beschrijvingen met algemeenheden en afrondingen. Maar wat ze leren is in essentie correct.

Beperkte onfeilbaarheid beschouwt de Bijbel als onfeilbaar in zijn weergave van alles wat met de leer van de verlossing te maken heeft. Tegenover de waarheid van deze niet-empirische gegevens staan empirische, natuurwetenschappelijke en historische gegevens in de Bijbel die het contemporaine begrip in bijbelse tijden weerspiegelen. De bijbelschrijvers waren onderworpen aan de beperkingen van hun tijd. Openbaring en inspiratie verhief hen niet boven de gewone kennis. De Bijbel claimt niet natuurwetenschap en geschiedenis te leren. Ten aanzien van de doelen waarvoor de Bijbel is gegeven, is hij waarachtig en onfeilbaar.

Onfeilbaarheid in doel stelt dat de Bijbel zonder mankeren zijn doel vervult. Het doel van de bijbelse openbaring is om mensen in een persoonlijke relatie met Christus te brengen, niet om waarheden te communiceren. Dat doel realiseert de Bijbel effectief. Het zou in deze visie echter een misvatting zijn, onfeilbaarheid in verband te brengen met feitelijkheid. Waarheid is geen eigenschap van proposities, maar een middel tot het bereiken van een doel. Impliciet in deze visie is een pragmatische kijk op waarheid.

Geaccomodeerde openbaring heeft in tegenstelling tot de voorgaande visies geen behoefte om de term onfeilbaarheid te gebruiken. Deze visie benadrukt dat de Bijbel door menselijke kanalen kwam en dus deelt in de beperkingen van de menselijke natuur. Dat geldt niet alleen voor natuurwetenschappelijke en historische, maar ook in godsdienstige en theologische zaken. Zo weerspiegelt Paulus in zijn dogmatiek van tijd tot tijd gangbare rabbijnse opvattingen. Dus zelfs in leerstellige zaken vinden we in de Bijbel geopenbaarde en niet-geopenbaarde elementen door elkaar.

Non-propositionele openbaring ziet de Bijbel niet als openbaring. Zijn functie is louter die van heenwijzing naar de persoonlijke ontmoeting die openbarend is.

Irrelevant is onfeilbaarheid voor diegenen die menen dat het thema ons alleen maar afleidt van wat de Bijbel ons werkelijk wil vertellen over onze relatie met God, of dat het bijbelonderzoek/exegese hindert. Deze visie kan de Bijbel al dan niet als propositionele openbaring zien, maar beschouwt onfeilbaarheid als een onnodig en nutteloos a priori.



Het belang van onfeilbaarheid

Theologisch belang

Onfeilbaarheid is een logisch uitvloeisel van de leer van volledige inspiratie. Als bleek dat de Bijbel niet volledig betrouwbaar is, zou ook onze visie op inspiratie in het gedrang komen.



Historisch belang

augustinusantike_02 Hoewel er tot in recente tijden geen uitgewerkte theorie is geweest, is er door de eeuwen heen in de kerk een algemeen geloof geweest in de onfeilbaarheid van de Bijbel. Zo schreef Augustinus in een brief aan Hiëronymus:

Ik moet U bekennen dat ik geleerd heb om dit respect en deze eerbied alleen te hebben voor de canonieke boeken van de Schrift: van die alleen geloof ik vast dat de schrijvers volledig vrij van fouten waren. En als ik in die geschriften iets tegenkom dat me versteld doet staan en tegengesteld aan de waarheid lijkt, dan aarzel ik niet te veronderstellen, dat of het handschrift fouten bevat, of dat de vertaler niet goed begrepen heeft wat er bedoeld werd met het geschrevene, of dat ik het zelf niet goed begrepen heb.Wat alle andere geschriften betreft, hoeveel de schrijvers ook hoger staan dan ikzelf in godsvrucht en geleerdheid, ik aanvaard hun onderwijs niet alleen maar omdat zij die mening zijn toegedaan; maar alleen omdat zij erin geslaagd zijn mij te overtuigen van de waarheid ervan, hetzij door middel van de canonieke ge­schriften zelf, hetzij door redelijke argumenten

En Luther schreef: "De Schriften hebben nooit gedwaald (…) De Schriften kunnen niet dwalen (…) Het is zeker dat de Schrift zichzelf niet zou tegenspreken; dat lijkt alleen zo voor de dwazen en koppige huichelaars."

Daarbij moet wel aangetekend worden, dat Augustinus ogenschijnlijke tegenstrijdigheden in de tekst gladstreek door allegoriseren, dat Luther verre van consistent was, en dat Calvijn in zijn Institutie en zijn commentaren al opmerkte dat de schrijvers van het Nieuwe Testament het Oude nogal vrij citeerden. De kerk heeft door de eeuwen heen geloofd in de betrouwbaarheid van de Bijbel; in hoeverre dat precies hetzelfde heeft betekend als wat onfeilbaarheid voor hedendaagse inerrantisten betekent, is niet meteen helder. Maar de algemene idee is duidelijk niet van recente oorsprong.

Vanuit de kerkgeschiedenis lijken er aanwijzingen te zijn dat wanneer een theoloog, school of beweging de onfeilbaarheid als perifeer begon te beschouwen, dat vaak leidde tot het loslaten van vitale dogma’s zoals de goddelijkheid van Christus of de Drie-eenheid. In dit "laboratorium van de theologie" blijkt de betekenis van het loslaten van de onfeilbaarheid.


Epistemologisch belang

Sommige beweringen in de Bijbel zijn verifieerbaar of falsifieerbaar. Als de Bijbel op zulke punten onjuist blijkt te zijn, op welke grond kunnen we dan nog concluderen tot zijn betrouwbaarheid op niet-empirische gebieden? Wanneer de Bijbel niet onfeilbaar blijkt te zijn in zijn natuurwetenschappelijke en historische proposities, is hij daarmee nog niet onwaar in zijn niet-empirische beweringen. Maar als het één onwaar is, wordt het ander wel onzeker.

We kunnen dan wel proberen de zaak te redden door bijbelse autoriteit te beperken tot transcendente of leerstellige waarheden. Immuniteit voor verificatie of falsificatie berooft de uitspraak dat de bijbelse leer waar is van alle kracht. Want als er niets bedacht kan worden om in principe de onwaarheid van een bewering aan te tonen, dan kan er ook niets bedacht worden om zijn waarheid aan te tonen. Men kan dan kiezen voor een puur fideïstische positie: "Ik kies ervoor om te geloven". Of men kiest een ander fundament voor zijn leerstellige beweringen. Dat is dan vaak een godsdienstfilosofie of –psychologie; en daar kan men maar heel beperkte theologische kernpunten op funderen.



Onfeilbaarheid en verschijnselen in de tekst

De leer van de onfeilbaarheid is niet het resultaat van een inductieve studie van de Bijbel. Zij wordt ook niet expliciet in de Bijbel bevestigd of geleerd. Veeleer is het een afgeleide van de leer van volledige inspiratie. Wat de bijbelschrijvers over hun eigen werk zeggen, impliceert de volledige betrouwbaarheid van de Bijbel. Maar het moet nog duidelijk worden wat die volledige betrouwbaarheid precies inhoudt.

In de verschijnselen van de Bijbel vinden we diverse potentiële problemen: klaarblijkelijke discrepanties tussen parallelle gedeelten in de Evangeliën, of tussen Samuel, Koningen en Kronieken. De weergave van Jezus’ woorden in de synoptici lijkt soms tegenstrijdig, en er zijn chronologische en ethische discrepanties in de andere boeken. Citaten uit het Oude Testament zijn vaak niet nauwkeurig, de bijbeltekst conflicteert soms met archeologische, historische en natuurweten-schappelijke gegevens.

Conservatieve theologen hebben diverse strategieën gehanteerd:

  • De abstracte benadering (o.a. B.B. Warfield) baseert zich primair op een dogmatische overweging van de bijbelse inspiratie. Dat gewicht is zó groot, dat tegenstrijdigheden simpelweg moeilijkheden zijn die daar niet tegenop wegen. Men voelt zich ook niet gedwongen ze allemaal op te lossen.
  • De harmonistische benadering (o.a. Edward J. Young’s Thy Word is Truth) is eveneens gebaseerd op de bijbelse leer van inspiratie. Vertegenwoordigers van deze benadering menen dat de verschillende moeilijkheden op te lossen zijn en trachten dat ook te doen; zij streven naar hamonisering van conflicterende passages en dragen oplossingen aan.
  • De benadering van gematigde harmonisering streeft ook naar oplossing van de problemen, maar vermijdt een geforceerd, prematuur antwoord. Het is mogelijk dat sommige gegevens verloren zijn gegaan of nog niet beschikbaar zijn. Vertegenwoordiger van deze visie is o.a. Everett Harrison.
  • Edward Carnell heeft als mogelijke strategie geopperd dat onfeilbaarheid ook kan inhouden dat de schrijvers nauwgezet hun bronnen hebben gekopieerd, inclusief de daarin aanwezige fouten. Ook Feinberg (302) houdt deze mogelijkheid open.
  • Tenslotte zijn er evangelicals (zoals Dewey Beegle) die rechtuit verklaren dat de Bijbel fouten bevat. We dienen dat, zeggen zij, te erkennen en een leer van inspiratie dienovereenkomstig te ontwikkelen, dus niet abstract en a priori.

De eerste benadering legt terecht de grootste nadruk op het onderwijs van de Bijbel, maar geeft te weinig aandacht aan de verschijnselen. De harmonistische school heeft vele malen creatieve oplossingen aangedragen, maar heeft zich in haar streven om problemen op te kunnen lossen helaas ook uitgeput in een aantal geforceerde en ongeloofwaardige oplossingen. Het is beter soms te erkennen dat we (nog) geen antwoord hebben. De strategie van Carnell zou ons alleen zekerheid van de waarheid geven als we overtuigd waren dat een tekst geen bronnen had gebruikt. De vijfde visie loopt uit op een niet-propositionele openbaring en valt daarmee buiten het conservatieve spectrum. Al eliminerend blijft alleen de derde benadering over.



Onfeilbaarheid definiëren

De Bijbel is volledig betrouwbaar in alles wat hij beweert, mits hij correct wordt geïnterpreteerd in het licht van het niveau tot welk de cultuur en de communicatiemiddelen in de tijd van schrijven zich hadden ontwikkeld.

  • Onfeilbaarheid heeft te maken met wat wordt gesteld of beweerd, niet per se met wat wordt verslagen (weergegeven). Dit impliceert dus Carnell’s punt: inspiratie garandeert niet dat alles wat in de bijbel staat waar is; alleen dat alles getrouw is weergegeven. Is het een echte, geloofwaardige oplossing te stellen dat dit ook geldt voor de weergave van bepaalde niet-geïnspireerde uitspraken van overigens godvrezende mensen? Wanneer een bijbelschrijver iets als bewering (niet alleen als verslag) overneemt uit een bron, moeten we dat als waarheidsgetrouw beschouwen. Dat impliceert niet noodzakelijk canoniciteit. Ook ongelovigen kunnen in bezit van een deel van de waarheid zijn. Te stellen dat de Bijbel waarheid is, betekent niet dat alle waarheid in de Bijbel alleen is.

  • We moeten de betrouwbaarheid van de beweringen beoordelen in het licht van de culturele context waarin ze geuit werden. Met andere woorden, we moeten de Bijbel beoordelen in het licht van de vormen en criteria van zijn eigen cultuur (bijv. geen moderne criteria van nauwgezetheid en vorm van citeren toepassen)

  • De beweringen van de Bijbel zijn volledig waar wanneer ze worden beoordeeld in het licht van het doel waarvoor ze werden geschreven. De nauwgezetheid van de tekst kan wisselen in overeenstemming met het beoogde doel. Dit kan gelden voor afgeronde getallen, chronologische ordening in verhalen, of de weergave van woorden om dezelfde betekenis naar verschillende personen/groepen te communiceren.

  • De weergave van historische gebeurtenissen en natuurwetenschappelijke zaken gebeurt niet in technische, maar in fenomenologische termen (zoals ze zich aan het oog voordoen). Bijvoorbeeld: "de zon gaat onder".

  • Moeilijkheden in een bijbelgedeelte moeten niet te snel worden geïnterpreteerd als aanwijzing van onjuistheid. Het is beter om te wachten met een oordeel, in het vertrouwen dat het probleem op te lossen is wanneer we alle gegevens zouden hebben. Soms komen die gegevens nooit en moeten we leven met een onopgeloste vraag. Soms levert de archeologie ons de missende informatie, soms werpt de studie van antieke documenten nieuw licht op de betekenis van een woord waardoor een probleem wordt opgelost.

Aangezien de term 'onfeilbaarheid' is ingeburgerd, is het goed hem te blijven gebruiken, als hij tenminste niet wordt begrepen in de zin van wetenschappelijke nauwgezetheid. Er wordt ook niet mee bedoeld dat de Bijbel ons uitputtend alle informatie over een gegeven onderwerp verstrekt.

Wanneer we de term gebruiken, moeten we ook zorgvuldig duidelijk maken wat we ermee bedoelen en wat niet. We moeten dus ook definiëren wat we verstaan onder een fout. Ons begrip 'onfeilbaar' moet in principe falsifieerbaar zijn; anders is het een holle term geworden. Onder fouten vallen beweringen in de Bijbel die strijdig zijn met de feiten.

In strikte zin refereert onfeilbaarheid alleen aan de oorspronkelijke handschriften (autographa); kopieën zijn alleen onfeilbaar in de mate waarin ze die weerspiegelen. Is dit een belachelijke uitvlucht omdat niemand ooit die originelen heeft gezien? In de dagelijkse praktijk wordt dit argument zelden gebruikt aangezien dankzij de tekstkritiek het aantal tekstplaatsen met een twijfelachtige lezing beperkt is. Bedoeld wordt dat terwijl Gods voorzienigheid zeker werkzaam was in het proces van overlevering, inspiratie zich niet uitstrekte tot de kopiisten en vertalers.

Wat zouden we hebben aan een onbetrouwbare, gebrekkige openbaring van God? God is heilig en totaal anders dan zondige mensen. Daarom kunnen wij Hem niet kennen zonder een betrouwbare openbaring van Hemzelf. Een zondig mens kan in een feilbare Bijbel waar niet van onwaar onderscheiden. Een hopeloze toestand.

De Bijbel is niet alleen betrouwbaar inzake geloof en moraal. Ook waar de Bijbel spreekt over geschiedenis en ontstaan van de aarde, is hij betrouwbaar. Er schuilt een groot gevaar in het loskoppelen van leer en geschiedenis en wetenschap. De Bijbelse boodschap is geworteld in de geschiedenis. Wie de historische betrouwbaarheid van de boodschap ontkent, ontkent de boodschap zelf!

Selecte bibliografie

Boer, Harry R. The Bible & Higher Criticism (Grand Rapids: Eerdmans, 1981). Eerder (1975, 1976, 1977) bij dezelfde uitgever gepubliceerd onder de titel Above the Bible? The Bible and Its Critics.

Carson, Donald A., and John D. Woodbridge eds. Scripture and Truth. Leicester: IVP, 1983.

-------- , Hermeneutics, Authority and Canon. Leicester: IVP, 1986.

Erickson, Millard J. Christian Theology. Unabridged, one-volume edition (Grand Rapids: Baker, 1983, 1984, 1985).

Geisler, Norman L. ed. Inerrancy (Grand Rapids: Zondervan, 1979).

Gaussen, Louis Inspiration of the Holy Scriptures (Chicago: Moody, 1949).

Henry, Carl F. ed. Revelation and the Bible (Grand Rapids: Baker, 1959).

Lindsell, Harold. The Battle for the Bible (Grand Rapids: Zondervan, 1976).

Packer, James I. Fundamentalism and the Word of God (Grand Rapids: Eerdmans, 1958). Reprint 1983.

-------- , Under God's Word (London: Lakeland, 1980).

-------- , God has Spoken (Downers Grove, Ill.: IVP, 1979).

Saucy, Robert L. The Bible: Breathed from God (Wheaton, Ill.: Victor Books, 1978).

Young, Edward J. Thy Word is Truth (Grand Rapids: Eerdmans, 1957).



De Chicago verklaring over de onfeilbaarheid van de Bijbel

Korte Verklaring

  1. God, die Zelf waarheid is en alleen waarheid spreekt, heeft de Heilige Schrift geïnspireerd om daardoor Zichzelf te openbaren aan de verloren mensheid in Jezus Christus als Schepper, Heer, Verlosser en Rechter. De Heilige Schrift is Gods getuigenis van Zichzelf.
  2. De Heilige Schrift, als Gods eigen woord, geschreven door mensen die voorbereid en voorbestemd waren door Zijn Geest, is van onfeilbare Goddelijke autoriteit in alle zaken, waarover zij zich uitspreekt: Zij moet geloofd worden als Gods instructie in alles wat zij verklaart, gehoorzaamd als Gods bevel in alles wat zij vereist, omhelsd als Gods belofte in alles wat zij belooft.
  3. De Heilige Geest, de Goddelijke schrijver van de Schrift, getuigt van de echtheid ervan door Zijn innerlijk getuigenis in ons en opent ons verstand om de betekenis ervan te begrijpen.
  4. Doordat de Schrift volledig en woordelijk door God gegeven is, is zij zonder fout of vergissing in alles wat zij leert. Zowel in wat zij verklaart over Gods daden in de Schepping, gebeurtenissen in de wereldgeschiedenis, en over haar eigen literaire bronnen onder God als over haar getuigenis van Gods reddende genade in individuele levens.
  5. De autoriteit van de Schrift wordt onvermijdelijk aangetast, indien deze totale Goddelijke onfeilbaarheid op enige wijze verminderd of veronachtzaamd wordt, of gerelativeerd door een waarheidsbegrip dat tegenstrijdig is aan dat van de Bijbel zelf; en zulke misstappen brengen serieus verlies met zich mee zowel voor het individu als voor de Kerk.

Artikelen van bevestiging en ontkenning

  1. Wij bevestigen dat de Heilige Schrift ontvangen moet worden als het gezaghebbende Woord van God. Wij ontkennen dat de Schrift zijn gezag ontvangt van de kerk, traditie of enige andere menselijke bron.
  2. Wij bevestigen dat de Schrift de hoogste geschreven vorm is waardoor God het geweten bindt en dat het gezag van de kerk ondergeschikt is aan dat van de Schrift. Wij ontkennen dat kerk belijdenissen, vergaderingen of verklaringen groter of gelijk gezag hebben dan het gezag van de Schrift.
  3. Wij bevestigen dat het geschreven Woord in zijn geheel door God gegeven openbaring is. Wij ontkennen dat de Bijbel slechts een getuigenis is van openbaring, of slechts openbaring wordt door confrontatie, of afhankelijk is van de reacties van mensen voor haar geldigheid.
  4. Wij bevestigen dat God die de mensheid maakte naar Zijn beeld, taal gebruikt heeft als een middel tot openbaring. Wij ontkennen dat menselijke taal zo beperkt is door onze geschapenheid dat het een ongeschikt middel is voor Goddelijke openbaring. Wij ontkennen ook dat de verdorvenheid van de menselijke cultuur en taal door de zonde, Gods werk van inspiratie gedwarsboomd heeft.
  5. Wij bevestigen dat er een voortgang is in Gods openbaring in de Schrift. Wij ontkennen dat latere openbaring, die een eerdere kan aanvullen, deze ooit kan verbeteren of tegenspreken. Wij ontkennen ook dat enige gezaghebbende openbaring is gegeven sinds de completering van de Nieuwtestamentische geschriften.
  6. Wij bevestigen dat de gehele Schrift in al zijn delen, tot zelfs ieder woord van het origineel, werd gegeven door Goddelijke inspiratie. Wij ontkennen dat de inspiratie van de Schrift erkend kan worden van het geheel maar niet van de delen of van sommige delen maar niet van het geheel.
  7. Wij bevestigen dat inspiratie het werk was waardoor God ons door Zijn Geest, door menselijke schrijvers, Zijn Woord heeft gegeven. De bron van de Schrift is Goddelijk. De manier van Goddelijke inspiratie blijft grotendeels een mysterie voor ons. Wij ontkennen dat inspiratie kan worden verlaagd tot menselijk inzicht, of tot enige soort van verhoogde staat van besef of waarneming.
  8. Wij bevestigen dat God in Zijn werk van inspiratie de verschillende persoonlijkheden en literaire stijlen heeft gebruikt van de schrijvers die Hij had gekozen en voorbereid. Wij ontkennen dat God toen Hij de schrijvers de precieze woorden die Hij had gekozen deed gebruiken,daarmee buiten hunpersoonlijkheid omging.
  9. Wij bevestigen dat inspiratie, hoewel zij geen alwetendheid verleende, garandeert dat ware en betrouwbare uitspraken werden gedaan over alle zaken, waarover de bijbelse schrijvers bewogen werden te spreken en te schrijven. Wij ontkennen dat de feilbaarheid of zondigheid van deze schrijvers, verdraaiing of vervalsing heeft geïntroduceerd in Gods Woord.
  10. Wij bevestigen dat inspiratie, strikt genomen, alleen geldt voor het originele handschrift van de schrijvers. Dit kan echter in de voorzienigheid van God met grote zuiverheid gereconstrueerd worden met behulp van de aanwezige handschriften. Wij bevestigen ook dat kopieën en vertalingen van de Schrift het Woord van God zijn in zoverre als zij waarheidsgetrouw het origineel weergeven. Wij ontkennen dat enig essentieel deel van het Christelijk geloof wordt aangetast door het ontbreken van de originele handschriften. Wij ontkennen ook dat deze afwezigheid tot gevolg heeft dat de verzekering van de bijbelse onfeilbaarheid ongeldig of zinloos is.
  11. Wij bevestigen dat de Schrift die ons door Goddelijke inspiratie is gegeven onfeilbaar is, zodat in plaats van ons te misleiden, zij waar en betrouwbaar is in alle zaken die zij behelst. Wij ontkennen dat het voor de Bijbel mogelijk is om tezelfdertijd onfeilbaar en misleidend te zijn in zijn beweringen.
  12. Wij bevestigen dat de Schrift in zijn geheel onfeilbaar is en vrij van alle valsheid, bedrog of misleiding. Wij ontkennen dat Bijbelse onfeilbaarheid beperkt is tot geestelijke, religieuze of verlossende thema's en niet geldt voor historische en wetenschappelijke beweringen. Wij ontkennen ook dat wetenschappelijke beweringen over geschiedenis en ontstaan van de wereld gebruikt mogen worden om het onderwijs van de Schrift over de schepping en de zondvloed omver te werpen.
  13. Wij bevestigen de juistheid van het gebruik van onfeilbaarheid als theologische term met betrekking tot de volledige waarheid van de Schrift. Wij ontkennen dat het juist is om de Schrift te beoordelen naar normen van waarheid en onjuistheid die haaks staan op haar gebruik of doel. Wij ontkennen verder dat onfeilbaarheid wordt tegengesproken door verschijnselen in de Bijbel, als gebrek aan moderne technische precisie, onregelmatigheden in grammatica of spelling, onwetenschappelijke beschrijvingen van de natuur, het rapporteren van onwaarheden, het gebruik van overdrijving en ronde getallen, thematische rangschikking van materiaal, verschillende beschrijvingen van dezelfde gebeurtenis of het gebruik van vrije aanhalingen.
  14. Wij bevestigen de eenheid en innerlijke overeenstemming van de Schrift. Wij ontkennen dat veronderstelde fouten en nog niet opgeloste tegenstrijdigheden de waarheidsaanspraken van de Bijbel ongeldig maken.
  15. Wij bevestigen dat de leer van de onfeilbaarheid is gegrond op datgene wat de Bijbel zegt over inspiratie. Wij ontkennen dat Jezus' leer over de Schrift afgedaan kon worden met een beroep op aanpassing aan of beperking door Zijn menselijkheid.
  16. Wij bevestigen dat de leer van de onfeilbaarheid een essentieel deel uitgemaakt heeft van het geloof van de Kerk door de eeuwen heen. Wij ontkennen dat onfeilbaarheid een leer is die is uitgevonden door scholastisch protestantisme, of die een tegenaanval is in reactie op negatieve Schriftkritiek.
  17. Wij bevestigen dat de Heilige Geest getuigenis geeft van de Schrift en gelovigen verzekert van de waarheid van Gods geschreven woord. Wij ontkennen dat dit getuigenis van de Heilige Geest plaats vindt los van, of tegen de Schrift in.
  18. Wij bevestigen dat de tekst van de Schrift verklaard moet worden door grammaticaal - historische uitleg, rekening houdend met de literaire vormen en opzet. Ook dat Schrift met Schrift moet worden uitgelegd. Wij ontkennen de geldigheid van enige behandeling van de tekst of bronnenonderzoek die leidt tot relativeren, geschiedvervalsing of verminderen van de Bijbelse leer, of het afwijzen van haar eis met betrekking tot de schrijver.
  19. Wij bevestigen dat een belijdenis van de volledige autoriteit en onfeilbaarheid van de Schrift van levensbelang is voor een juist verstaan van het geheel van het Christelijk geloof. Verder bevestigen wij dat zo'n belijdenis behoort te leiden tot een groeiende gelijkvormigheid aan het beeld van Christus. Wij ontkennen dat zo'n belijdenis noodzakelijk is voor behoudenis hoewel wij ook ontkennen dat onfeilbaarheid afgewezen kan worden zonder grote consequenties voor het individu, zowel als voor de Kerk.
  • De oorspronkelijke (1978) Chicago Statement on Inerrancy met toelichting vindt u hier.
  • De Chicago Statement on Biblical Hermeneutics (1982) met toelichting vindt u hier.

Laatst aangepast op maandag, 01 november 2010 13:46
 
Reageer (0 reacties)

You need to login or register to post comments.
Reageer op dit artikel in het forum. (0 posts)