close

YOOtoppanel

otseminar  
Onze eerstvolgende seminars:

Het Nieuwe Testament in Vogelvlucht, 6 maart, Baptistengemeente Sneek

Het Nieuwe Testament in Vogelvlucht, 20 maart, evangeliegemeente Soest
ntseminar

Top Panel
donderdag, 13 december 2018
Afdrukken
maandag, 30 november 2009 17:36

De betrouwbaarheid van de Bijbel

 

Colossians_1_from_Beatty_papyrusBijna iedereen heeft wel eens Asterix en Obelix gelezen. Je weet zeker dat Julius Caesar heeft bestaan. Dat staat als een paal boven water, toch? Of toch niet? Per slot van rekening kennen we al die verhalen over Julius Caesar uit maar acht kopieën van zijn eigen boeken, die dateren van een slordige 1000 jaar na zijn dood. Maar niemand twijfelt aan hem. Wonderlijk genoeg hanteren veel mensen wel heel andere maatstaven als het gaat om Jezus Christus en wat de Bijbel over Hem vertelt. Zijn woorden, werken, wonderen, Zijn opstanding en soms zelfs Zijn loutere bestaan worden in twijfel getrokken of regelrecht ontkend. En toch is de Bijbel vele malen betrouwbaarder dan de verhalen over de Gallische oorlogen of het paard van Troje.

De Bijbel is het Woord van God. Zo noemt dit Boek zichzelf: elk van God ingegeven schriftwoord .. En zijn karakter stemt daar voor 100% mee overeen. In tegenstelling tot allerlei andere godsdienstige boeken is de Bijbel uniek in zijn inhoud en eenheid, in zijn overleven van talloze pogingen hem te vernie­tigen en in de grote aantallen nauwgezet vervulde profetieën. De wetenschap van de tekstkritiek (niet te verwarren met de schriftkritiek) leert ons dat de tekst van de Bijbel buitengewoon getrouw is overgele­verd.

De geschriften van het Nieuwe Testament waren veruit de meest gekopieerde van de Oudheid. Er zijn nu meer dan 5300 bekende Griekse handschriften van (delen van) het Nieuwe Testament, waaronder ruim 200 complete testamenten, en ca.50 met uitzon­dering van de evangeliën. Al die handschriften worden met elkaar vergeleken om na te gaan hoe nauwkeurig de tekst is gekopieerd.

De betrouwbaarheid van de handschriften wordt verder bevestigd door de oude versies (vertalingen). Vertaling gebeurde in de Oudheid maar zelden. Maar het Christendom was zendingsgericht en daarom werden al heel vroeg (ca. 150 na Chr.) vertalingen gemaakt in het Syrisch, Latijn en Koptisch. Zo zijn er meer dan 10.000 manuscripten van de eerste Latijnse vertaling, de Vulgata, en tenminste 9300 andere vroege vertalingen. Dat brengt het totaal op meer dan 24.000 kopieën van (delen van) het Nieuwe Testament. Geen ander geschrift uit de Oudheid kan dit ook maar benade­ren.

Van het Oude Testament hebben we niet zo'n overvloed aan handschriften. Ondanks het geringe aantal handschriften kunnen we uitermate zeker zijn van de betrouwbaarheid van de tekst van het Oude Testament. De Joodse schrijvers waren namelijk bijzonder zorgvuldig bij het overschrijven van de originelen van het Oude Testament. Vergelijking van de Dode Zeerollen (ca.125 voor Christus) met de oudste middeleeuwse manuscripten (ca. 1000 na Christus) toont geen noemenswaardige verschillen.

Het oudst bewaarde handschrift van een volledig Nieuw Testa­ment dateert van de vierde eeuw. De oudste fragmenten van het Nieuwe Testament (o.a. stukjes uit het Evangelie van Johannes) dateren van minder dan 30 jaar na de laatst beschreven gebeur­tenissen (95  - 125 na Chr.). Tenslotte hebben de kerkvaders in hun geschriften zo vaak uit het Nieuwe Testament geciteerd, dat uit hun citaten op elf verzen na het hele Nieuwe Testament valt te reconstrueren.

Voor een deel waren deze kerkvaders nog tijdgenoten van de apostelen. En als zij tegen het einde van de eerste eeuw gedeelten van de evangeliën en de brieven van de apostelen aanhalen, moeten die natuurlijk al eerder geschreven zijn - en dat zijn ze: het merendeel tussen 50 en 70 na Christus. Die korte tijd laat geen mythevorming toe. Als de boodschap van het Evangelie een mythe was, had de aanklager talloze ooggetuigen tot zijn beschikking.

In contrast daarmee benadrukt vrijwel iedere schrijver van het Nieuwe Testament dat hij zijn boodschap niet van horen zeggen heeft, maar ooggetuige was: Hetgeen was van den beginne, hetgeen wij gehoord hebben, hetgeen wij gezien hebben met onze eigen ogen, hetgeen wij aanschouwd hebben en onze handen getast hebben van het Woord des levens …. dat verkondigen wij ook u (1 Joh.1:1,3). Johannes, Petrus, Lukas, en Paulus legden daar de grootste nadruk op, omdat juist allerlei dwaalleren (zoals de Gnostiek) beweerden dat God nooit werkelijk mens was geworden in Jezus Christus - nooit uit een maagd was geboren, was gestorven en opgestaan uit de doden. En daarmee staat of valt het Evangelie! Met vuur roept Paulus de Korintiërs toe: ‘Als Jezus niet is opgestaan, zijn wij de meest beklagenswaardige van alle mensen. Dan hebben we ons alles ontzegd, en de wereld tot vijand gemaakt, voor iets wat fictie is. Maar de opstanding is een feit! Niet alleen de apostelen zijn daarvan ooggetuigen - er zijn nog minstens 500 ooggetuigen in leven! Geloof je het niet? Koop een ticket naar Jeruzalem en vraag het hen zelf!’ (1 Kor.15)

Waren deze ooggetuigen dan misleide en gehersenspoelde sekteleden? Een typerend kenmerk van een sekte is dat zij haar leden helemaal probeert te beheersen en de mogelijkheid tot zelfstandig denken ontneemt. De bekering van Paulus staat daar wel radicaal tegenover: van een fel vervolger werd hij een vurig verkondiger. En in zijn brief aan de Galaten benadrukt hij juist, dat hij nooit in de leer is geweest bij de andere apostelen. Integendeel, na zijn bekering heeft hij zich jaren terug getrokken in Tarsus. Hij moest de schok verwerken dat degene die hij zo vervolgd had, de Zoon van God bleek te zijn. Alleen met God en Zijn Woord moest hij eruit komen.

Nee, in het Nieuwe Testament zijn geen misleide mensen met oogkleppen aan het Woord. Ze staan met beide benen en open ogen in de wereld. Mannen (en vrouwen) die hun leven hebben gegeven voor de boodschap die ze verkondigden. En die elkaar tot het laatste toe bemoedigden met de zekerheid dat de marteldood de doorgang was tot de eeuwige heerlijkheid. Daarvan getuigen zelfs Joodse en Romeinse geschiedschrijvers en gouverneurs.

De Bijbel is betrouwbaar. De geschiedenis bevestigt dat op vele manieren. Dat is precies wat we mogen verwachten van het Woord van God. Maar voor mij kwam het niet als een verrassing. Meer dan dertig jaar geleden besloot mijn beste vriend ons intensieve gesprek over het geloof met de woorden: “Ik kan je niet overtuigen, en toch heeft Jezus gezegd: ‘Ik ben de weg, de waarheid en het leven; niemand komt tot de Vader dan door Mij’.” Die bijna wanhopige woorden zaten een week later als een weerhaak in mijn hart en zijn er nooit meer uitgegaan. Net zomin als de belofte die Hij me kort daarna gaf: ‘Ik ben gekomen opdat zij leven hebben en overvloed.’ Ruim dertig jaar geleden heb ik die belofte aangegrepen, nadat ik van alles had geprobeerd. Die woorden hebben de test van de tijd doorstaan. Ze hebben zichzelf bewezen.

 

Laatst aangepast op maandag, 01 november 2010 13:45
 
Reageer (0 reacties)

You need to login or register to post comments.
Reageer op dit artikel in het forum. (0 posts)