close

YOOtoppanel

otseminar  
Onze eerstvolgende seminars:

Het Nieuwe Testament in Vogelvlucht, 6 maart, Baptistengemeente Sneek

Het Nieuwe Testament in Vogelvlucht, 20 maart, evangeliegemeente Soest
ntseminar

Top Panel
dinsdag, 11 december 2018
Oude Testament

Verenigd Koninkrijk


De opkomst van het Verenigd Koninkrijk

Israël als verenigd koninkrijk van twaalf stammen komt op in de 10e eeuw voor Christus. De opkomst is mede mogelijk door een internationaal politiek vacuüm: de Hethieten zijn verslagen door Assur, Assur zelf is tijdelijk verzwakt, Egypte is op zijn retour. De belangrijkste bedreiging in deze periode komt van kleinere machten als de Filistijnen (Zeevolken), aan wie de naam 'Palestina' is ontleend (er is overigens geen etnische verbinding met de hedendaagse Palestijnen).


Lees meer...
 
PDF 
Geschreven door hans   
donderdag, 10 december 2009 19:49

De Tempel van Salomo

tempel_van_Salomo Salomo bouwde de Eerste Tempel op de heuvel Moria in Jeruzalem. Het gebouw was een opvolger van de Tabernakel, de tent die als heiligdom dienst deed tijdens de tocht van het volk Israël van Egypte naar Kanaän. De tempel moet voltooid zijn rond 960vChr en werd in 587/6 verwoest door de Babyloniërs. Op dezelfde plaats werd later door Zerubbabel en Jozua de Tweede Tempel gebouwd, die werd uitgebreid en verfraaid door Herodes en in het jaar 70 verwoest door de Romeinen. Een deel van de orthodoxe Joden verwacht daar ook een Derde Tempel. De Klaagmuur (kotel) is overigens een deel van een later toegevoegd terras van de tempel die sinds 34 v.Chr. door Herodes vergroot werd, niet van deze eerste tempel.

Vanwege de extreme politieke gevoeligheid van de locatie zijn er maar weinig opgravingen verricht op de Tempelberg zelf. Tot op heden is er niet veel archeologisch bewijs voor de tempel van Salomo gevonden en de enige informatie m.b.t. de eerste tempel is te vinden in de bijbelboeken 1-2 Samuel en 1-2 Koningen.

 

Geschiedenis

De woonplaats van de HEER, de God van Israel, was oorspronkelijk de tabernakel, waarin de ark van het verbond stond. Nadat koning David alle stammen verenigd had, bracht hij de Ark naar zijn nieuwe hoofdstad Jerusalem. Daar wilde hij een tempel bouwen om de ark een permanent verblijf te geven. David kocht de dorsvloer van de Jebusiet Arauna en wijdde die als plaats voor de tempel (2 Samuel 24). Maar de HEER vertelde hem door de profeet Nathan, dat niet hij maar zijn zoon Salomo de Tempel zou bouwen (1 Kon 6-8).

Koning Salomo verzocht koning Hiram van Tyrus hem te helpen met hoogwaardige bouwmaterialen en geschoolde ambachtslieden. Er werd een speciale binnenkamer gebouwd, in het Hebreeuws Kodesh Hakodashim (Heilige der heiligen), om de ark van het verbond met daarin de twee stenen tafelen te huisvesten (1 Kon 8:6-9).

 

De tempel werd in latere eeuwen meer dan eens beschadigd, door plunderende legers uit o.a. Egypte en Assyrië en ook door tijdelijke verwaarlozing van het onderhoud, maar telkens toch weer hersteld. De Babylonische koning Nebukadnezar verwoestte echter de tempel volkomen in 586 v.Chr. en nam de inventaris mee naar zijn rijk. De Perzen, die het Babylonische rijk enkele decennia later veroverden, stonden de herbouw van Salomo's tempel toe en gaven zelfs een deel van de geroofde tempelinventaris terug. Diverse malen werd deze 'tweede tempel' uitgebreid en gerenoveerd. De laatste verbouwing was rond het begin van de gangbare jaartelling door Herodes de Grote. Deze tempel werd in het jaar 70 verwoest en de Westmuur is het enige wat van dit gebouw nog zichtbaar over is. Van de tempel van Salomo zelf is, voor zover bekend, niets meer zichtbaar, hoewel er vermoedelijk nog wel restanten onder de huidige Islamitische gebouwen op de Tempelberg zijn.

Rotskoepelmoskee op de Tempelberg in JeruzalemDe exacte locatie van de tempel van Salomo is onbekend. Men veronderstelt dat hij op de heuvel stond, waar later de tempel van Herodes verrees en nu de Rotskoepelmoskee staat: de Tempelberg. Er zijn echter twee verschillende plaatsen aangewezen voor deze zelfde heuvel. Eén mening plaatst het stenen altaar op de plek die nu onder de gouden koepel ligt, met de rest van de Tempel naar het Westen. De bron der zielen (de grot onder de rots waar de moskee omheen gebouwd is) was, volgens deze theorie, een put voor de restanten van de bloedoffers (de korbanot). De andere theorie plaatst het allerheiligste bovenop deze rots. Er is nog een locatie voorgesteld tussen de Rotskoepel en de Al Aqsa moskee, gebaseerd op de oriëntatie op de oostelijke muur, adfwateringskanalen, de oriëntatie van de stenen in het platform en de locatie van wat misschien het voetstuk van de zuil Boaz was.

2 Kon 12:4-16 beschrijft hoe koning Joas van Juda in de 9e eeuw vChr de Tempel laat verfraaien. Volgens 2 Kon 14:14 werd de Tempel geplunderd door Joas van Israel in de vroege 8e eeuw en nogmaals door koning Achaz aan het eind van diezelfde eeuw (2 Kon 16:8). Achaz bracht ook vernieuwingen in de Tempel aan die de schrijver van 1-2 Koningen met afschuw vervulden (2 Kon 16:10-18).De Tempel figureert ook in het verslag van de regering van Hizkia, die Juda zich deed afkeren van de afgoden. Wanneer hij wordt belaagd door de Assyrische koning Sanherib (2 Kon 18:23, 19:1 en het Taylor prisma), plundert Hizkia de tempelschatten niet maar gebruikt hem zoals hij bedoeld is  - als bedehuis (2 Kon 19:1-14). Hizkia's zoon is echter heel anders dan zijn vader. Manasse brengt tijdens zijn bewind in het begin en midden van de 7e eeuw (2 Kon 21:4-9) vernieuwingen in de eredienst aan. Zoals Salomo in afgoderij verviel, zo bouwt Manasse hoge plaatsen voor afgodendienst (2 Kon 21:3-7, vgl. 1 Kon 11:7 en Deut 12). Maar waar Salomo’s afgoderij werd bestraft met de scheuring van zijn rijk, wordt die van Manasse op termijn bestraft met de ballingschap.

Koning Josia, kleinzoon van Manasse, herstelde de Tempel, verwijderde cultusvoorwerpen en vervolgde afgodspriesters c. 621 vChr (2 Kon 22:3-9; 23:11-12). De Tempel werd door de Babylonische koning Nebukadnezar geplunderd tijdens de korte regering van Jojakin c. 598 (2 Kon 24:13), kleinzoon van Josia. De Babyloniërs belegerden Jeruzalem opnieuw in 587/6 en verbrandden de Tempel en het grootste deel van de stad (2 Kon 25). Volgens de Joodse traditie vond die verwoesting plaats op Tisha B'Av, de 9e dag van de maand Av.

 

Architectonische beschrijving

SolomonsTempleEastVoorzijde Salomo's tempel

Schets van Salomo's Tempel gebaseerd op beschrijvingen in de Tenach

SolomonsTemple  

 

Het allerheiligste

solomon_s_cherubim

Het Kodesh Hakodashim (1 Kon 6:19; 8:6) was was 20 el lang, breed en hoog. De tempel als geheel was 30 el hoog. Kennelijk lag het dus op een verhoging, zoals de cella van andere antieke tempels. Vloeren en wanden waren bekleed met ceder van de Libanon (1 Kon 6:16) en overtrokken met goud (6:20, 21, 30). Er stonden twee cherubs van olijfhout, elk 10 el hoog (1 Kon 6:16, 20, 21, 23-28) met uitgespreide vleugels met een spanwijdte van 10 el, zodat hun vleugels de wanden aan weerszijden raakten omdat ze naast elkaar stonden. Een dubbele, met goud overdekte deur (2 Kron 4:22) en een voorhangsel van blauw, purper, donkerrood en fijn linnen (2 Kron. 3:14; vgl Ex 26:33) scheidde het allerheiligste van het heilige. Het had geen ramen (1 Kon 8:12) en werd beschouwd als de woonplaats van de "naam" van God. Het kleurenschema van het gordijn was symbolisch. Blauw stelde de hemel voor, rood de aarde. Purper, een menging van de twee kleuren, stelt de ontmoeting van hemel en aarde voor.

 

320px-Close-Up-Without-Ceiling

Opengewerkte voorstelling van het tempelhuis in een 3-D computer model.

 

 

 

 

 

 

 

Het heilige

incense_altar320copyDe He'chal – een woord dat ook ‘paleis’ betekent- , het heilige (1 Kon 8:8-10), was even breed en hoog als het allerheiligste, maar 40 el lang. De wanden waren bedekt met cederhout, waarin cherubs, palmen en open bloemen waren uitgesneden, overtrokken met goud. Gouden kettingen scheidden het nog verder af van het allerheiligste. De vloer van de Tempel was van naaldhout overtrokken met goud. De deurposten van olijfhout ondersteunden vouwdeuren van naaldhout. De deuren van het allerheiligste waren van olijfhout. Op beide stellen deuren waren cherubs, palmen en bloemen uitgesneden die waren overtrokken met goud (1 Kon 6:15v).

Portaal

De Ulam, het portaal, diende als entree voor de Tempel aan de oostkant (1 Kon 6:3; 2 Kron 3:4; 9:7). Het was 20 el breed (even breed als de Tempel) en 10 el diep (1 Kon 6:3). In het portaal stonden de twee zuilen Jachin en Boaz (1 Kon 7:21; 2 Kon 11:14; 23:3), 18 el hoog.

Boaz en Jachin

Twee koperen pilaren met de namen Boaz en Jachin stonden in het tempelportaal (1 Kon 7:15; 7:21; 2 Kon 11:14; 23:3). Boaz stond links, Jachin rechts. De Bijbel vermeldt hun afmetingen als 8.2 m hoog en 1.8 m breed (18 bij 12 el); ze waren hol en het metaal was 4 vingers dik. (Jer 52:21-22). Hun 2.4 m hoge koperen kapitelen waren elk gedecoreerd met rijen van 200 uitgesneden koperen granaatappelen, versierd met zeven kettingen en daarbovenop lelies (1 Kon 7:13-22, 41-42; 2 Kron 4:13).

Kamers

Aan de Zuid-, West- en Noordzijde waren kamers om de Tempel heen gebouwd (1 Kon 6:5-10). Zij maakten deel uit van het hoofdgebouw en werden gebruikt voor opslag. Waarschijnlijk waren ze eerst één verdieping hoog; mogelijk zijn er later nog twee aan toegevoegd.

Voorhoven

250px-Temple-of-Solomon-Exterior

Buitenaanzicht van het hele Tempel complex in een 3-D computer model.

800px-Close-Up

 

  

 

Gedetailleerde aanblik van de binnenste voorhof en het Tempelhuis in het 3-D computer model.

Volgens de Bijbel lagen om het Tempelhuis twee voorhoven. De binnenste voorhof (1 Kon 6:36) of voorhof van de priesters (2 Kron 4:9) was omgeven door een muur van drie lagen gehouwen stenen, met daarbovenop cederhouten balken (1 Kon 6:36). Het bood plaats aan het brandofferaltaar (2 Kron 15:8), het koperen wasvat of ‘zee’ (4:2-5, 10) en tien andere wasvaten (1 Kon 7:38, 39). Een koperen altaar stond voor de Tempel (2 Kon 16:14), 20 el in het vierkant en 10 el hoog (2 Kron 4:1). De buitenste voorhof omgaf de hele Tempel (2 Kron 4:9). Op deze plaats kwam het volk samen om te aanbidden. (Jer 19:14; 26:2).

Koperen wasvat

De koperen zee mat 10 el in doorsnee, 5 el diep met een omtrek van 30 el, en rustte op de ruggen van twaalf koperen stieren (1 Kon 7:23-26). Het boek van de Koningen noemt een inhoud van "2000 bath" (24,000 US gallons), maar Kronieken spreekt zelfs van 3000 bath (36,000 US gallons) (2 Kron 4:5-6). Hier konden de priesters zich reinigen.

De wasvaten die elk veertig bath bevatten (1 Kon 7:38), rustten op draagbare bronzen onderstellen met wielen en versierd met afbeeldingen van leeuwen, cherubs en palmen. De auteur van het boek van de Koningen beschrijft de kleinste details met grote belngstelling (1 Kon 7:27-37). Volgens 1 Kon 7:48 stond er voor het allerheiligste een gouden reukofferaltaar en een tafel voor toonbroden. Ook deze tafel was van goud, net als de vijf kandelaars aan weerszijden ervan. De instrumenten om de kandelaars te verzorgen—tangen, bekkens, snuiters en vuurpannen—waren van goud, evenals de scharnieren van de deuren.

Gerelateerde archeologische artefacten

  • 071023-jerusalem-artifacts_big In 2007 werden artefacten uit de 8e-6e eeuw voor Christus beschreven als mogelijk de eerste fysieke bewijsstukken van menselijke activiteit op de Tempelberg uit de periode van de Eerste Tempel. De vondsten omvatten botten van dieren; randen, bodems en scherven van aardwerken potten; de bodem van een schenkkruik voor olie; het handvat van een kleine kruik, en de rand van een opslagvat.
  • Tegen 2006 had de Temple Mount Antiquities Salvage Operation talrijke artefacten uit de 8e-7e eeuw vChr gered uit het puin dat de Waqf (het islamitische religieuze bestuur van de Tempelberg) in 1999 uit de stallen van Salomo had verwijderd. Daarbij waren stenen gewichten om zilver te wegen en een zegelafdruk (bulla) in oud-Hebreeuws schrift uit de periode van de Eerste Tempel, dat mogelijk heeft behoord aan een bekend priestergeslacht dat wordt genoemd in het boek Jeremia.
  • 041224_solomons_temple_vmed_12p_widec Van een duimgrote ivoren granaatappel van 44 mm hoog met de oud-Hebreeuwse inscriptie "Heilige schenking voor de priesters in het huis van YHWH" veronderstelde men ooit dat hij de scepter van de hogepriester in de Tempel van Salomo versierde. Hij werd beschouwd als het topstuk onder de bijbelse oudheden in de verzameling van het Israel Museum. In 2004 beweerden enkele experts echter dat hij onderdeel was van een oudheidkundige fraude door enkele antiquairs. Nu gaat men ervanuit dat het artefact dateert uit de 14e-13e eeuw v Chr. Geleerden hebben niet kunnen bepalen of de inscriptie authentiek is of modern namaak.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Laatst aangepast op dinsdag, 10 mei 2011 08:08
 
PDF 
Geschreven door hans   
donderdag, 10 december 2009 19:57

De tweede tempel

temple_pbsDe Tweede Tempel heeft bestaan als middelpunt van de Joodse offerdienst van 516 vChr tot 70 AD. Hij verving de Eerste Tempel die in 586 vChr verwoest werd toen het Joodse volk in ballingschap ging naar Babylon.

Een jaar nadat Cyrus de Grote de stad Babel had ingenomen, gaf hij de weggevoerde volken toestemming om naar hun vaderland terug te keren en hun heiligdommen te herbouwen (538 vChr). Ruim 42.360 Joodse ballingen keerden terug onder leiding van de landvoogd Zerubbabel, een nakomeling van David, en de hogepriester Jozua. Zerubbabel nam vrijwel direct maatregelen om het verwoeste koninkrijk Juda te reorganiseren. De teruggekeerde ballingen waren na hun tocht van vier maanden vol godsdienstig vuur en maakten aanstalten om hun heiligdom te herbouwen en de offerrituelen (korbanot) te hervatten.

 

Herbouw van de Tempel

 Op uitnodiging van landvoogd Zerubbabel, die hen een opmerkelijk voorbeeld van vrijgevigheid gaf door naast andere giften 1000 goudstukken bij te dragen, stortten de mensen enthousiast hun giften in de heilige schatkist. Eerst richtten zij het brandofferaltaar op op de exacte plaats waar het vroeger gestaan had. Toen ruimden zij de verbrande puinhopen van het terrein van de oude tempel en legden in 535 vChr onder gejuich de fundamenten voor de Tweede Tempel op de plaats die bijna 50 jaar woest en verlaten had gelegen. Toch ontbraken gemengde gevoelens niet, omdat dit bouwwerk in het niet viel bij de glorie van Salomo´s Tempel. Al snel eisten de zorg om onderdak en voedselproductie alle aandacht op en raakte de herbouw van de Tempel op de achtergrond. De Samaritanen stelden voor om mee te werken. Zerubbabel en de oudsten wezen dat echter af. Vanaf dat moment begonnen de Samaritanen hen tegen te werken en stuurden zelfs boodschappers naar de koningssteden Ecabatana en Susa, zodat het werk werd stilgelegd.

Zeven jaar later stierf Cyrus de Grote en werd opgevolgd door zijn zoon Cambyses. Na diens dood maakte Smerdis zich voor korte tijd van de troon meester; toen werd Darius I van Perzië koning (522 vChr). In diens tweede jaar (521) werd de herbouw van de Tempel na een hiaat van ruim 15 jaar hervat onder aansporing van de profeten Haggai en Zacharia. omstreeks 521. In de lente van het jaar 516 was het klaar om ingewijd te worden, meer dan twintig jaar na de eerste terugkeer. De Tempel werd voltooid op de derde dag van maand Adar, in het zesde regeringsjaar van koning Darius. Het was een feestelijk gebeuren, ook al was het duidelijk dat de Joden niet langer een onafhankelijke natie waren, maar onderworpen aan een vreemde macht. Het boek Haggaï bevat de voorspelling dat de heerlijkheid van de Tweede Tempel groter zou zijn dan die van de eerste.

 

Reconstructie onder Herodes

second_temple_modelOmstreeks 19 vChr begon Herodes de Grote met de renovatie en uitbreiding van de Tempel, in een streven zich te manifesteren als de ware koning van de Joden en hun loyaliteit te winnen. Omstreeks 19 vChr begon Herodes de Grote een enorme renovatie en uitbreiding van het Tweede Tempelcomplex. De Tempel zelf werd in delen neergehaald en een nieuwe Tempel in zijn plaats gebouwd. Het eindresultaat wordt soms ´Tempel van Herodes´ genoemd, maar is nog steeds de Tweede Tempel omdat de offerdienst ononderbroken doorging tijdens de bouw.

Deze prachtige Tempel, nog maar enkele jaren daarvoor voltooid, werd samen met de stad verwoest in het jaar 70, toen de jerusalem_modelomeinen Jeruzalem innamen en een eind maakten aan de Joodse Opstand die vier jaar eerder begonnen was. Zoals Jezus eerder had gewaarschuwd, bleef geen steen ervan op de andere. Alleen de onderste lagen van de westelijke steunmuur van het platform dat Herodes had laten construeren, bleven bewaard. Door de eeuwen heen hebben Joden bij deze Klaagmuur (kotel) gerouwd om de ramzalige verwoesting.

 

Model van Herodes' Tempel

 

 

Verwoesting

In 66 AD kwamen de Joden in opstand tegen het Romeinse Imperium. Vier jaar later namen de Romeinse legioenen onder Titus of Jeruzalem en de Tempel in en verwoestten die. Titus´ triomfboog op het Forum Romanum, gebouwd om zijn overwinning in Judea te vieren, toont Romeinse soldaten die de menora wegdragen uit de Tempel. Jeruzalem werd door keizer Hadrianus met de grond gelijk gemaakt aan het eind van de Bar Kochba opstand in 135 vChr. Er moest een heidense stad, Aelia Capitolina, voor in de plaats komen. Volgens de Hebreeuwse kalender vond de verwoesting van de Tempel plaats op Tisha B´Av, de 9e Av (29 of 30 juli 70). Nog steeds is dat de droevigste dag van het Joodse jaar.

Deze steen (2.43x1 m) met de Hebreeuwse inscriptie "naar de plaats van de trompetters",  opgegraven door Benjamin Mazar aan de voet van de Zuidwestelijke hoek van de Tempelberg was hoogstwaarschijnlijk onderdeel van de Tweede Tempel. Op die hoek van het tempeldak (op de afbeelding hierboven goed te zien) werd de trompet gestoken om het begin en eind van de sabbat aan te geven. Bij de verwoesting van de To_the_trumpeting_placeTempel werden de grote steenblokken losgewrikt en stortten dwars door het wegdek van de eronder liggende straat. Daar hebben ze meer dan 1900 jaar gelegen. Pas sinds enkele jaren is dit deel van de muur (in het verlengde van de Klaagmuur) vrijgemaakt.

 

  

0176Tempelberg_Westmuur_m_gevallen_puin_AD70Rondom dit deel van de Westmuur (in het verlengde van de Klaagmuur, achter de scheiding op de achtergrond van de foto) wordt nog volop gegraven.

Aan weerszijden van deze straat stonden tot aan 70 AD winkeltjes. Over de straat heen welfde het viaduct naar de toegang van de Tempel, waarvan nu alleen nog Robinson's Boog (de aanhechting in de tempelmuur) over is.

Net om de hoek, in de Zuidmuur, waren diverse dubbele toegangpoorten die via ondergrondse doorgangen toegang boden tot het grote tempelplein. De trappen daar naartoe zijn inmiddels deels gereconstrueerd. Onderaan de trappen waren de mikvot (rituele baden) waar de pelrgims zich konden reinigen voordat ze de Tempel betraden.

  0180Tempelberg_mikveh_bij_Zuidmuur

 

 

 

 

 

 

Tempelmuur Zuid onder Al Aqsa 0178Tempelberg_Zuidmuur_dichtgemetselde_toegangspoorten 0179Tempelberg_Zuidmuur_dichtgemetselde_toegangspoort
Zuidelijke Tempelmuur onder de Al Aqsa moskee Huldapoort in de Zuidelijke muur - die naam kan zoiets betekenen als 'muizengaatje' vanwege de tunnels erachter. Detail van de Huldapoort

Laatst aangepast op dinsdag, 09 november 2010 16:11
 
<< Start < Vorige 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 Volgende > Einde >>

Pagina 7 van 10