close

YOOtoppanel

otseminar  
Onze eerstvolgende seminars:

Het Nieuwe Testament in Vogelvlucht, 6 maart, Baptistengemeente Sneek

Het Nieuwe Testament in Vogelvlucht, 20 maart, evangeliegemeente Soest
ntseminar

Top Panel
dinsdag, 11 december 2018
Oude Testament
PDF 
Geschreven door hans   
dinsdag, 08 december 2009 21:35

Komt er een derde tempel?

kotel20at20sunrise Vanwege onze zonden werden wij verdreven uit ons land, verbannen uit ons land. Wij kunnen niet als pelgrims opgaan om U te aanbidden, om onze te vervullen in Uw uitverkoren huis, de grote en heilige Tempel die bij Uw naam genoemd werd, vanwege de hand die losgelaten werd tegen Uw heiligdom. Moge het Uw wil zijn, Heer onze God en God van onze vaderen, barmhartige Koning, in Uw overvloedige liefde weer barmhartig te zijn over ons en Uw heiligdom; herbouw het spoedig en vermeerder zijn heerlijkheid. (Het Joodse Gebedenboek)

Sinds de verwoesting van de Tweede Tempel in het jaar 70 AD hebben vrome Joden gebeden dat God de bouw van een Derde Tempel zou toestaan. Dit gebed is deel van de traditionele drie maal daags gehouden Joodse gebedsdiensten. Ook al is de tempel nooit herbouwd, de gedachte aan en het verlangen naar een Derde Tempel is heilig in het Jodendom, met name het orthodoxe deel, voor wie de tempel nog steeds de meest heilige plaats van aanbidding is. De bijbelse profeten riepen op tot die bouw, die zij voorzagen in de dagen van de Messias. Ezechiël 40-47 (dit visioen dateert van vóór de Tweede Tempel, maar zijn afwijkingen daarvan maakten dit boek voorwerp van langdurige discussies bij de vaststelling van de canon in Jamnia) en de Tempelrol die bij Qumran onder de Dode Zeerollen werd ontdekt, geven diverse afmetingen voor de te bouwen Derde Tempel.


aerial

Vogelvlucht opname van de Tempelberg in zuidoostelijke richting


Vandaag de dag wordt de Tempelberg in Jeruzalem omgeven door een trapeziumvormige steunmuur: de Zuidmuur is ruim 300 meter lang, de Noordmuur ruim 340 meter, de oostelijke 500 meter en de westelijke ruim 520 meter. Het hele platform ligt gemiddeld 800 meter boven de zeespiegel. De gebouwen erop zijn islamitisch; er zijn geen zichtbare sporen van de Eerste of de Tweede Tempel meer op het platform te vinden. Het gebied oogt als een park met groepjes bomen en struiken, oude gebouwen en monumenten die er gedurende 1300 jaar van islamitisch beheer zijn neergezet.
Het platform ligt net onder de top van bergrug waarop Jeruzalem ligt en die bekend staat als de berg Moria. Dit is de plek die David laat in zijn regering kocht van de Jebusiet Ornan. David trof voorbereidselen om hier een permanent Huis van God te bouwen dat de tabernakel moest vervangen en tweemaal zo groot was. Hij bracht grote hoeveelheden bouwmateriaal bijeen, maar het was zijn zoon Salomo die de Eerste Tempel daadwerkelijk bouwde (1 Kron 22:14-15, 28:11-20). Volgens de traditie is de Tempelberg ook de plaats waar duizend jaar eerder Abraham zijn zoon Izaak moest offeren (Moria, Gen 22:1-2).


Heilige grond

Volgens rabbijnse bronnen werden de Eerste en Tweede Tempel op hetzelfde fundament gebouwd. Het moest heilige grond zijn, waar niet eerder graven of heidense offerplaatsen waren geweest. Het binnenste heiligdom waar de ark van het verbond werd geplaatst, markeerde het middelpunt van de wereld en was in het Joodse denken de binnenste zone van heiligheid. Daaromheen lagen in gradaties van afnemende heiligheid het heilige, de voorhoven van de priesters, de mannen, de vrouwen en de heidenen.

De lange geschiedenis van de Eerste en Tweede Tempel wordt beschreven in de Bijbel en diverse buitenbijbelse bronnen. De Tweede Tempel was bescheiden van formaat en opsmuk totdat Herodes de Grote met een grootse verbouwing begon die meer dan 40 jaar in beslag nam. Het was in deze verfraaide en vergrote Tweede Tempel dat Jezus zijn naam ontving en besneden werd (Luc 2:21-39), hij als twaalfjarige de godsdienstige leiders verbijsterde met zijn inzicht (Luc 2:41-50), en twintig jaar later de geldwisselaars en handelaars wegranselde (Joh 2:12-25; Matt 21:23-26).

In één van zijn laatste gesprekken met zijn leerlingen (Matt 24) voorspelde Jezus de verwoesting van de Tweede Tempel – nog geen zes jaar nadat het werk eindelijk voltooid was, op de 9e Av in het jaar 70 AD. De tempel werd zo grondig neergehaald en de plaats zo uitgebreid gewijzigd in de latere perioden van Romeinen, Moslims en Kruisvaarders, dat er aanzienlijke twijfel bestaat waar de Tempels nu exact gestaan hebben. Er zijn drie theorieën in omloop, waarover pas echt duidelijkheid zal komen als er grondig archeologisch onderzoek gedaan kan worden op de berg. De Waqf, de islamitische autoriteit, verzet zich daar echter met klem tegen. De drie veronderstelde locaties zijn:

  1. De traditionele locatie: huidige plaats van de Rotskoepel. Dit is de keuze van de meeste rabbijnen in Israël heden ten dage. Dr. Dan Bahat, voorheen archeoloog van het district Jeruzalem, verdedigt deze visie vurig.
  2. Een recente minderheidsvisie: ten Zuiden van de Rotskoepel.
  3. 100 meter ten Noorden van de Rotskoepel.

jerusalem20image20--20broad20shot Is de precieze locatie voor sommigen een zaak van historische interesse, voor anderen een zaak van nationale identiteit en trots, voor een kleinere maar spraakmakende groep in en buiten Israël heeft die locatie alles te maken met een diepgevoelde wens tot herbouw van het Huis van de Allerhoogste. In dit artikel willen wij een kort overzicht geven van de verschillende gedachten die leven onder met name joden en christen rond de herbouw van de Tempel en de hervatting van de offerdienst.

 

Rol van de Derde Tempel in het Orthodoxe Jodendom

Het Orthodoxe Jodendom gelooft in de herbouw van de Tempel en de hervatting van de offerdienst, ook al verschilt men van mening over hoe die herbouw exact plaats moet vinden of wat de aard van de eredienst precies zal zijn. Orthodoxe autoriteiten geloven meestal dat de herbouw plaats zal vinden door Gods voorzienigheid in de dagen van de Messias, hoewel een minderheid in navolging van de latere Maimonides meent dat joden ernaar dienen te streven om de Tempel zelf te herbouwen wanneer dit maar enigszins mogelijk is. Gezaghebbende Orthodoxe bronnen voorspellen over het algemeen de hervatting van het complete traditionele offerstelsel, maar sommige zijn het daar niet mee eens. Traditioneel is verondersteld dat enigerlei dierlijk offer opnieuw zal worden ingesteld in overeenstemming met de regels in Leviticus en de Talmoed. Deze overtuiging krijgt ook uitdrukking in de Orthodoxe liturgie. Iedere orthodoxe gebedsdienst bevat gebeden voor het herstel van de tempel en de hervatting van de offerdienst, en iedere dag wordt de orde van de dagelijkse offers en de daarbij horende psalmen die de Levieten gezongen zouden hebben gereciteerd.

0257Temple_InstituteDe algemeen aanvaarde positie onder Orthodoxe joden is dat de volledige offercultus wordt hervat zodra de tempel is herbouwd. In zijn vroege werk "Gids der Verdoolden” (Moreh Nevuchim) schreef Maimonides "dat God doelbewust de joden heeft weggeleid van offers naar gebed, omdat gebed een hogere vorm van aanbidding is", maar in zijn uiteindelijke, gezaghebbende "Mishneh Torah" stelde hij dat er in de Derde Tempel weer dierenoffers plaats zouden vinden en beschreef gedetailleerd hoe. De eerste hoofdrabbijn van de joodse gemeenschap in Palestina, Abraham Isaac Kook, lijkt er zich wat dubbelzinnig over te hebben uitgelaten.


Rol in het publieke gebed

0257Temple_Institute_menorah Orthodox-joodse gebeden omvatten in iedere gebedsdienst een gebed voor de herbouw van de tempel en de hervatting van de offers. De liturgie van het morgengebed omvat een lezing uit het dagelijkse tempelritueel en de offers als een herinnering, inclusief details van de offers van dieren en wierook. De dienst omvat ook de psalmen die de Levieten dagelijks en bij bijzondere gelegenheden plachten te zingen in de tempel. Na de doordeweekse lezing uit de Torah volgt er een gebed om "het Huis van onze levens te herstellen en de Shekinah onder ons te doen wonen". De Amidah bevat gebeden om aanvaarding van de “vuuroffers van Israel" en eindigt met een meditatie voor het herstel van de tempel. "Mogen de offers van Juda en Jeruzalem de HEER met vreugde vervullen, zoals in vroeger jaren, zoals in de dagen van weleer" (Mal 3:4). Daarenboven is de theologische en dichterlijke taal van het Hebreeuws vol woorden met dubbele connotaties, die zowel refereren aan elementen van tempelarchitectuur en ritueel, als metaforisch en poëtisch aan de relatie tussen de aanbidder en God.


Bewaring van Kohanim en Levi'im

Het orthodoxe Jodendom houdt de Kohanim, de afstammelingen van de priesterlijke familie van Aaron, en de Levi’im (Levieten), de afstammelingen van de stam van Levi, in stand voor de dienst in een herbouwde tempel. Men ziet Kohanim en Levieten als nog steeds gewijd aan de goddelijke eredienst; ze hebben de plicht zich daarvoor te melden zodra de tempel herbouwd wordt. Kohanim zijn nog steeds onderworpen aan bijbelse reinheidsvoorschriften. Zij mogen geen gescheiden partner of een proseliet huwen en zijn gebonden aan beperkingen bij het betreden van een begraafplaats.


Onderhouden van reinheidsvoorschriften

In de tempel golden uitgebreide reinheidsvoorschriften die de toegang ontzegden aan mensen die een rituele onreinheid (tumah) droegen door aanraking van een dode, zaadlozing en menstruatiebloed, niet-koshere dieren, bepaalde ziekten, en een aantal andere zaken. Veel van de oorspronkelijke reinigingsceremonieën (zoals die van de rode vaars) zijn onmogelijk geworden doordat er geen tempelriten meer uitgevoerd kunnen worden. Toch hielden het rabbijnse en latere orthodoxe Jodendom joden de plicht voor waar mogelijk zulke rituele reinheidswetten na te leven, en hebben zij een groot aantal van deze regels als principes voor het dagelijks leven in stand gehouden. De huiselijke reinheidswetten zijn in functie en taal direct gebaseerd op de tempelwetten. Een aantal andere vereisten, zoals de onderdompeling in een mikveh voor Yom Kippur, ‘s ochtends en voor het eten en na een begrafenis de handen wassen, zijn daarvan afgeleid. Veel hedendaagse en schijnbaar losse regels voor het dagelijks leven zijn in werkelijkheid nauw verbonden met deze tempelriten en regels. Zo wordt bijvoorbeeld het Shema Yisrael gebed gezegd op het moment van de dag dat ritueel verontreinigde Kohanim een deel van hun reinigingsritueel voltrokken hadden; en de takken die op het dak van een hedendaagse sukkah gelegd mogen worden zijn van soorten die niet onderhevig zijn aan tumah. Religieuze autoriteiten die Joden toestaan de tempelberg te betreden, vergen van hen dat zij zich aan een nog uitgebreider stelsel van reinheidswetten houden dan die al gelden voor het dagelijks leven, zoals onderdompeling in de mikveh na een zaadlozing.


Rol van de Derde Tempel in het Conservatieve Jodendom

Het Conservatieve Jodendom gelooft in een Messias en een herbouwde tempel, maar niet in hervatting van de offers. Het heeft dan ook de gebeden aangepast. Conservatieve gebedenboeken roepen tot God om het herstel van de tempel, maar niet om hervatting van de offerdienst. De Orthodoxe lezing over offers in het morgengebed is vervangen door passages uit de Talmoed die leren dat daden van barmhartigheid nu verzoening doen voor zonde. In het dagelijkse centrale Amidah gebed zijn de beden om “de vuuroffers van Israël” en "de offers van Juda en Jeruzalem" te aanvaarden (Mal 3:4) weggelaten. In het bijzondere Mussaf Amidah gebed op sabbat en Joodse hoogtijdagen is de Hebreeuwse zinsnede na'ase ve'nakriv (wij zullen aanbieden en offeren) gewijzigd in asu ve'hikrivu (zij boden aan en offerden), wat impliceert dat offers tot het verleden behoren. Het gebed in de doordeweekse Torah lezing voor het herstel van "het Huis van onze levens " en om de Shekinah "onder ons" te doen wonen is in Conservatieve gebedenboeken bewaard gebleven, hoewel het niet in alle Conservatieve diensten gezegd wordt. In Conservatieve gebedenboeken zijn dubbelzinnige woorden en zinsneden, die zowel aan eigenschappen van de tempel(-dienst) als een theologische of poëtische concepten refereren, over het algemeen gehandhaafd. Maar vertalingen en commentaren verwijzen meestal alleen naar de poëtische of theologische betekenissen. Het Conservatieve Jodendom neemt ook een tussenpositie in m.b.t. Kohanim en Levieten. Het handhaaft patrilineaire afstamming en bepaalde rolaspecten, maar heft beperkingen op wat betreft toegestane huwelijkspartners.


Rol van de Derde Tempel in het Reform Jodendom

Het Reform en Reconstructionistisch Jodendom geloven niet in de herbouw van de tempel of in de hervatting van de bijbehorende eredienst en offers. Zij beschouwen de periode van tempel en offercultus als een primitieve rituele fase dat het Jodendom achter zich gelaten heeft en waarnaar het ook niet terug dient te keren. Voor hen vertegenwoordigt een bijzondere rol voor Kohanim en Levieten een achterhaald kastensysteem dat niet verenigbaar is met moderne gelijkheidsbeginselen. Men vindt hier ook wel de gedachte dat de sjoel of synagoge een moderne tempel is; dat is terug te zien in de namen van vele gemeenten in het Reform Jodendom. Dit was één van de kenmerken van de Reform beweging in het vroeg 19e-eeuwse Duitsland, waar Berlijn werd uitgeroepen tot het nieuwe Jeruzalem en veel Joden prat gingen op hun Duitse nationalisme. Het voor deze beweging kenmerken antizionisme is sinds de Holocaust en het ontstaan van de moderne staat Israël wat weggeëbd. Maar een geloof in de terugkeer van Joden naar de tempel in Jeruzalem behoort nog steeds niet tot het gedachtegoed van het Reform Jodendom.


 

Historische pogingen tot herbouw

De Bar Kochba opstand

Simon Bar Kosiba, beter bekend als Bar Kochba veroverde Jeruzalem op de Romeinen in 132 AD. Men begon met de bouw van een nieuwe tempel en hernieuwde tempeldienst. Het neerslaan van deze opstand leidde tot het schrijven van de Mishna, omdat de godsdienstige leiders meenden dat het eeuwen kon duren voordat er weer een poging gedaan zou worden om de tempel te herbouwen. In de tussentijd zou de herinnering aan de juiste rituelen en ceremonieën verloren gaan.


De Tempel van Julianus

De opvolger van de Romeinse keizer Constantijn de Grote, Julianus de Afvallige (361-363), trachtte de beslissing van zijn voorganger ongedaan te maken en het rijk weer te ontdoen van de invloed van het Christendom. Hij bekeerde zich van het Christendom tot het Neoplatonisme, heropende gesloten heidense tempels en stimuleerde allerwegen hun cultus. Onderdeel van dit programma was zijn toestemming aan de Joden om de Tempel te herbouwen. Rabbi Hilkiyah, één van de leidende rabbijnen van die tijd, wees Julianus' giften verachtelijk af met de boodschap dat heidenen geen deel dienden te hebben in de herbouw van de Tempel. Er was nog maar net een begin gemaakt met de herbouw, toen een zware aardbeving de werkzaamheden alweer ongedaan maakte – wat christenen natuurlijk aan goddelijke interventie toeschreven. Korte tijd later sneuvelde Julianus op zijn veldtocht tegen de Sassaniden, de christenen herwonnen hun invloed en verhinderden verdere herbouw.


De Sassanidische vazalstaat

In 610 AD verdreven de Perzische Sassaniden de Byzantijnen uit het grootste deel van het Midden Oosten met de hulp van de Joden uit Babylon. Die kregen als dank het gouverneurschap over Palestina. Met Jeruzalem onder hun bewind, braken zij de Byzantijnse kerk op de tempelberg af en maakten een begin met de bouw van een nieuwe tempel, inclusief de offerdienst zoals beschreven in de Mishna.

Kort voor de Byzantijnen het gebied heroverden, gaven de Perzen het bestuur weer aan het christelijke volksdeel, dat het onvoltooide bouwwerk weer sloopte en in een vuilnisbelt veranderde. Dat was het nog toen kalief Omar in 638 de stad innam. In 1267 schreef Nahmanides in een brief aan zijn zoon over land en tempel:

“Wat zal ik over dit land zeggen … Hoe heiliger de plaats, hoe groter de verlatenheid. Jeruzalem is het meest desolaat van al … Het heeft ongeveer 2000 inwoners … maar er zijn geen Joden, want na de komst van de Tartaren zijn de Joden gevlucht en sommigen zijn omgebracht door het zwaard. Er zijn nu slechts twee broers, vollers, die hun kleurstof van de overheid kopen. In hun woning komt op Sabbat een groepje gelovigen samen. We hebben hen bemoedigd en hebben een vervallen huis gevonden met pilaren en een prachtige koepel, waarvan we een synagoge hebben gemaakt … Er komen geregeld mensen naar Jeruzalem, mannen en vrouwen uit Damascus en Aleppo alle delen van het land, om de Tempel te zien en er over te wenen. Moge Hij die ons waardig heeft gekeurd om de puinhopen van Jeruzalem te zien, ons schenken dat we haar herbouwd en hersteld zullen zien, en met de teruggekeerde heerlijkheid van de Goddelijke Tegenwoordigheid.”


Actuele pogingen tot herbouw

Ook al laat de hoofdstroom van het Orthodoxe Jodendom de herbouw van de tempel over het algemeen over aan de komende Messias en aan de zorg van de Allerhoogste, toch zijn er enkele organisaties ontstaan (die meestal maar een klein deel van zelfs maar de Orthodoxe joden vertegenwoordigen) die de onmiddellijke herbouw van een Derde Tempel nastreven. Daaronder vallen de Getrouwen van de Tempelberg en het Land Israël , het Tempelinstituut (dat al een groot aantal gebruiksvoorwerpen en gewaden voor de toekomstige tempeldienst heeft gemaakt) en de Revava beweging die al vele malen pogingen om de Tempelberg te betreden heeft aangekondigd.[1]


Hinderpalen

Het meest overduidelijke obstakel voor het realiseren van dit doel is dat de Al Aqsa moskee en de Rotskoepel op de Tempelberg gebouwd zijn. Men gaat ervan uit dat de Rotskoepel precies op de plaats staat waar ooit de Tempel stond. De staat Israël heeft de internationale verplichting op zich genomen de toegang tot deze gebouwen te garanderen. Elke poging om deze gebouwen te beschadigen, de toegang ertoe te versperren of er joodse bouwwerken in plaats van, naast of tussen te bouwen, zal hoogstwaarschijnlijk leiden tot zeer ernstige internationale conflicten vanwege de grote betekenis die deze heilige plaatsen voor moslims wereldwijd hebben.[2]

Daarnaast wijzen de meeste Orthodoxe geleerden elke poging af om de Tempel te herbouwen voordat de Messias komt. Dit komt voort uit de vele twijfels rond de exacte plaats waar gebouwd zou moeten worden. Zo is er strijd over de precieze lengte van een el, waardoor niet duidelijk is hoe groot het altaar precies zou moeten zijn. De Talmoed verhaalt dat de Tweede Tempel alleen gebouwd kon worden onder de directe profetische aanwijzingen van Haggaï, Zacharia en Maleachi. Zonder zulke profetische openbaring is het onmogelijk de Tempel te herbouwen, zelfs al zouden de moskeeën er niet meer staan.


Status van de Tempelberg

De staat Israël beperkt Joden de toegang tot de Tempelberg op religieuze en politieke gronden. Volgens vele religieuze autoriteiten, waaronder het hoofdrabbinaat, verbiedt de halacha het gebied te betreden om te voorkomen dat iemand onvoorzien verboden plaatsen als het heilige der heiligen (kadosh kadoshim) betreedt en ontheiligt. Het Tempelgebied heeft immers zijn volle heiligheid en alle daarbij horende beperkingen behouden. De seculiere overheid, die met zorg terugdenkt aan de gewelddadige botsingen op de Tempelberg, zoals die de Intifada inluidde, tracht verdere confrontaties tussen Joodse religieuze activisten en moslims te voorkomen. Inmiddels kijken wel steeds meer religieuze Joden en archeologen met grote bezorgdheid en ergernis naar de onduidelijke bouw- en graafwerkzaamheden van de waqf die er louter op gericht lijken te zijn om sporen van eerdere Joodse aanwezigheid op de Tempelberg uit te wissen. Daarbij lijkt grote schade aangericht te worden aan het archeologisch bodemarchief.[3]


Christelijke opvattingen

Onder christenen bestaan, evenzeer als onder Joden, uiteenlopende meningen over de noodzaak van de herbouw van de Derde Tempel in Jeruzalem. De meesten geloven echter dat het nieuwe verbond waarvan Jeremia 31:31-34 spreekt, gekenmerkt wordt door de inwoning van de Heilige Geest in de gelovige (Ezech 36:26-27). De gelovige, of de gemeenschap van gelovigen, is de tempel. Paulus illustreert dit in zijn brief aan de Korintiërs: “Of weet u niet dat uw lichaam een tempel is van de heilige Geest, die in u woont en die u ontvangen hebt van God, en weet u niet dat u niet van uzelf bent? U bent gekocht en betaald, dus bewijs God eer met uw lichaam” (1 Kor 6:19-20).

Veel christenen zien daarom een Derde Tempel als overbodig, terwijl met name onder evangelische en charismatische christenen velen de herbouw zien als een integraal deel van de bijbelse profetieën over de eindtijd. De verschillende meningen over de betekenis van de herbouw van de Tempel zijn daarom verbonden met een reeks factoren waaronder: de mate van letterlijke of geestelijke interpretatie van eindtijdprofetieën; de veronderstelde relaties tussen bijbelgedeelten als Daniël, Jezus’ toespraak over de laatste dingen, 2 Thessalonicenzen en Ezechiël, en de betekenis van het nieuwe verbond (één nieuw volk in Christus, of een aparte betekenis voor een theocratisch Israël). Enkele van deze standpunten worden hieronder geïllustreerd.


Protestantse opvattingen

zurbaran-agnus-dei-lamb-of-god-madrid-1339x800 Het overheersende standpunt binnen het Protestantisme is dat de bloedige offers in de Tempel een vooraf-schaduwing waren van het offer dat Jezus door zijn dood bracht voor de zonden van de wereld. Dat offer was volmaakt, en dus eens en voor altijd afdoende (Hebr 9:11-12, 25-26). Daarom gelooft men dat er niet langer een fysieke tempel met bijbehorende offerrituelen nodig is. Dit geldt niet alleen voor protestanten met gereformeerde wortels, maar ook evangelicalen die meestal neigen naar het premillennialisme (chiliasme).

Een veel kleinere groep dispensationalisten (aanhangers van de bedelingenleer) is wel vast overtuigd van de betekenis van een herbouwde Tempel, en ondersteunt deels Joodse initiatieven tot herbouw.[4] Zij menen dat deze tempel gebouwd zal worden rond de zogenaamde opname van de gemeente, wanneer Gods plan met zijn verbondsvolk verder gaat. Kan er in de dagen van de “grote verdrukking” sprake zijn van een misplaatste eredienst, in het Duizendjarig Rijk (het millennium) zal er, menen zij, naar Gods bedoeling (volgens Ezechiël 39v en andere profetische verwijzingen) sprake zijn van een offercultus die òf Christus’ offer aan het kruis voortdurend in herinnering brengt (zoals nu de viering van het Avondmaal dat doet)[5], òf theocratisch Israël de diepte van zonde beeldend onderwijst en een rituele verzoening teweeg brengt zonder af te doen aan het eenmalige van Christus’ volmaakte offer.[6] Men meent dat de gedetailleerdheid van Ezechiëls tempelvisioen een geestelijke vervulling uitsluit.


Rooms-katholiek en Oosters Orthodox perspectief

De Katholieke en Orthodoxe kerken geloven dat de eucharistie een hoogwaardiger offer is dan de louter voorbereidende offers in de Tempel, zoals de brief aan de Hebreeën verklaart. Zij geloven ook dat Christus zelf de nieuwe tempel is, zoals de Openbaring aangeeft. Hun kerkgebouwen modelleren de Tempel van Salomo en de tabernakel; de eucharistie is het nieuwe “heilige der heiligen”. Daarom hechten zij geen enkele waarde aan een mogelijke toekomstige herbouw van de Tempel in Jeruzalem. De Orthodoxe kerk citeert ook Daniel 9:27 om aan te tonen dat met de komst van de Messias alle offers ten einde komen, en stelt dat volgens Jezus, Paulus en de kerkvaders de Tempel alleen herbouwd zal worden in de dagen van de Antichrist (Matt 24:15; 2 Thes 2:3-4).


Islamitisch perspectief

De meeste moslims menen dat plannen om de Derde Tempel te bouwen slechts een dekmantel zijn om de Rotskoepel en de Al Aqsa moskee als bijzonder heilige plaatsen van de Islam te verwoesten. De Al Aqsa moskee heeft bijzondere betekenis voor moslims omdat het de oorspronkelijke qibla (gebedsrichting) was en na de Ka’aba in Mekka en de Al-Masjid-al-Nabawi moskee in Medina de derde heilige plaats van de Islam.


Samenvatting en conclusie

Zowel onder Joden als christenen lopen de opvattingen en verwachtingen sterk uiteen. Orthodoxe Joden en aanhangers van een bedelingenleer vinden elkaar in de verwachting van een Derde Tempel. Die verwachting lijkt moeilijk te rijmen met de boodschap van het hele Nieuwe Testament, dat offerdienst in de Tempel een voorafschaduwing was van het offer eens-voor-altijd dat Jezus Messias gebracht heeft. De opgaande zon maakt kaars die 's nachts onmisbaar is overbodig.




[1] Initiatieven als die van de Raëlians (een New Age sekte die de tempel voor de ambassade van een buitenaardse intelligentie houdt) en de Bouwers van de Derde Tempel op Second Life laten we verder maar buiten beschouwing.

[2] Alleen al de Israëlische opgravingen aan de voet van de Zuidmuur nabij de Al Aqsa moskee, en de bouw van een verbeterde voetgangersbrug naast de Kotel hebben tot grote spanningen geleid, omdat ze door religieuze leiders werden geduid als heiligschennis.

[3] Zie o.a. de blog van archeoloog Dr. Leen Ritmeyer op http://blog.ritmeyer.com/2007/07/ .

[4] O.a. J. Randall Price, The Temple and Bible Prophecy. A Definitive Look at Its Past, Present and Future (2005). De vroegere president van Dallas Theological Seminary, John F. Walvoord, schreef het voorwoord. Het werk van Price wordt onder meer warm aanbevolen door het Zoeklicht.

[5] J. Dwight Pentecost, Things to Come (Grand Rapids: Zondervan, 241985), 517.

[6] John C. Whitcomb, “Christ’s Atonement and Animal Sacrifices in Israel” (Grace Theological Journal 6:2), 201-7.

Laatst aangepast op dinsdag, 09 november 2010 16:09
 
Geschreven door hans   
maandag, 14 december 2009 22:03

Wiens land?

God heeft aan Israël beloofd hun het Heilige Land te geven. Geldt die belofte vandaag nog steeds? Moet die belofte letterlijk of geestelijk worden verstaan? En als dat eerste waar is, kan Israël dan nu al het land claimen of kan dat pas als de Messias terug komt?



De landbelofte vóór de ballingschap

In de Bijbel wordt menigmaal gesproken over de beloften die God aan de aartsvaders en aan Israël gegeven heeft met betrekking tot het land Kanaän/Israël/Palestina. De eerste keer is dat in Gen 12:7: 'Toen verscheen de HERE aan Abram en zeide: "Aan uw nageslacht zal Ik dit land geven".' Deze belofte wordt meermalen herhaald, ook tegenover Izaäk en Jakob.
Deuteronomium bevat niet minder dan 45 verwijzingen naar Gods belofte om het land Kanaän aan Israël te geven. “Zie, Ik heb dat land tot uw beschikking gesteld; trekt er binnen en neemt bezit van het land, waarvan de Here aan uw vaderen, Abraham, Izaäk en Jakob gezworen heeft, dat Hij het hun en hun nakroost geven zou.” – Deut 1:8 (cf. 6:10,18; 7:8; 34:4). Deze belofte is alleen gebaseerd op Gods onvoorwaardelijke verbond met Abraham zoals gegeven in Genesis 15:9-17. Ze zullen het land krijgen omdat zij afstammelingen van Abraham zijn door Izaäk en Jakob. Het verbond wordt een ‘eeuwig verbond’ genoemd en het land zal hun ‘eeuwigdurende bezitting’ zijn (Gen 17:7-8; 48:4).

Eenmaal in Genesis (15:18-21) en tweemaal in Deuteronomium (1:7; 11:24) wordt verteld wat de omvang van dat beloofde land zou zijn: van de beek van Egypte (niet de Nijl, maar wadi el-Arish in de Sinaï) tot de grote rivier, de rivier de Eufraat. Het machtsgebied van koning Salomo had daadwerkelijk die uitgestrektheid (1 Kon 8:65; 2 Kron 7:8), maar de volle vervulling van de profetie wacht nog tot de Messiaanse tijd.

De hernieuwde landbelofte tijdens de ballingschap

Dit ‘eeuwige verbond' is niet vervallen zijn toen Israël in ballingschap werd gevoerd. Ook tijdens de Babylonische ballingschap wordt de landbelofte herhaald, en wel met het oog op de Messiaanse tijd: 'Te dien tijde zal men Jeruzalem noemen de troon des HEREN, en alle volken zullen zich daarheen verzamelen om de naam des HEREN te Jeruzalem, en zij zullen niet meer wandelen naar de verstoktheid van hun boos hart. In die dagen zal het huis van Juda naar het huis van Israël gaan, en zij zullen tezamen uit het Noorderland komen naar het land dat Ik aan uw vaderen ten erfdeel gegeven heb' (Jer 3:17v.). Verderop in Jeremia wordt het verblijf in het land verbonden aan een voorwaarde: 'als gij werkelijk uw handel en wandel betert, als gij werkelijk onder elkander recht doet, vreemdeling, wees en weduwe niet verdrukt, geen onschuldig bloed vergiet op deze plaats en andere goden niet achternaloopt, u tot onheil, dan wil Ik u op deze plaats, in het land dat Ik aan uw vaderen gegeven heb, laten wonen van eeuw tot eeuw' (7:5-7).

Omdat Israël niet aan deze voorwaarde voldeed, werd het in ballingschap gevoerd. Mozes’ waarschuwingen in Deut 28-31 werden waargemaakt in de dramatische geschiedenis van het volk, zoals 2 Kon 17 constateert. Maar Deut 30 geeft ook een belofte van herstel: 'wanneer gij u dan tot de HERE, uw God, bekeert ( ... ) dan zal de HERE, uw God, in uw lot een keer brengen en Zich over u erbarmen. Hij zal u weer bijeenbrengen uit al de volken naar wier gebied de HERE, uw God, u verstrooid heeft ( ... ) de HERE, uw God, zal u brengen naar het land dat uw vaderen bezeten hebben; gij zult het bezitten en Hij zal u weldoen en u talrijker maken dan uw vaderen' (vs2-5).
Andere profetieën, uit de tijd van de ballingschap, sluiten daarop aan: de HEER zal omzien naar zijn volk en hen terugbrengen naar hun eigen land (Ezech 11:17; 36:24; 39:25 28).

Al daarvoor had Jesaja Mozes’ waarschuwing in herinnering gebracht en over ballingschap en herstel geprofeteerd: 'Uw volk zal geheel uit rechtvaardigen bestaan, voor altoos zullen zij het land bezitten: een scheut die Ik geplant heb, een werk mijner handen, tot mijn verheerlijking' (Jes 60:21).


Drie opvattingen

Dr. W.J. Ouweneel vat de drie opvattingen kort samen die we tegenwoordig onder christenen aantreft ten aanzien van de landbelofte:

(a) De landbelofte moet geestelijk verstaan worden

Deze uitleggers menen dat de landbelofte aanvankelijk wel een letterlijke vervulling heeft gekregen, maar dat zij sinds de komst van Jezus geestelijk moet worden verstaan. Zo betekenen het Hebr. èrets en Gr. niet alleen 'land', maar ook 'aarde': in Op1:7 zijn de 'stammen van het land' de 'stammen van de aarde' geworden. In de zaligsprekingen wordt beloofd dat de zachtmoedigen, de volgelingen van Jezus Messias, de aarde zullen beërven. Dit betekent niet noodzakelijk dat het hier om een vervangingstheologie gaat. Deze opvatting kan wel degelijk samengaan met geloof in een bijzondere geestelijke toekomst voor het etnische volk Israël, als een massale bekering van het volk in de Messiaanse tijd en opname van deze Joodse gelovigen in de gemeente (OT qahal, NT ekklèsia) van Jezus Messias. De landbelofte wordt vervuld op de nieuwe aarde, de Jeruzalembelofte wordt vervuld in het nieuwe Jeruzalem (Open 21) en de tempelbelofte (Ezech 40-44) wordt vervuld in het volk van Jezus Messias, dat is de Tempel van God (1 Kor 3:16; 2 Kor 6:16; Ef 2:20-22). Soms – maar beslist niet altijd, integendeel - concludeert men hieruit dat de Joden geen bijzondere aanspraken kunnen laten gelden op het land en ‘de Palestijnen’ (een betrekkelijk recent begrip) de sterkste rechten hebben omdat zij er het langst gewoond hebben.

(b) Landbelofte letterlijk, en in 1948 in principe vervuld

Volgens deze opvatting moet de landbelofte vandaag de dag nog even letterlijk verstaan worden als dat in de Tenach het geval was. Het land waarvan de profeten spreken kan geen ander land zijn dan dat waarin Israël vanouds gewoond heeft. Dit is het land dat God in de twintigste eeuw in zijn voorzienigheid aan het volk Israël heeft teruggegeven en waarin het in 1948 zijn staat heeft kunnen stichten. De wijze waarop God én de harten van de Verenigde Naties heeft bewerkt, én zijn kleine volk keer op keer overwinningen heeft geschonken tegen zijn machtige naburen, bewijst dat God met dit volk is, ook al is er van echte toewijding aan de God van Israël, laat staan aan de Messias van Israël, momenteel nog weinig te zien. Dit laatste zal dan ook pas op Gods tijd komen. In de profetieën gaat het nationale herstel van Israël aan het geestelijk herstel vooraf: 'Ik zal u weghalen uit de volken en u bijeenvergaderen uit alle landen, en Ik zal u brengen naar uw eigen land; Ik zal rein water over u sprengen, en gij zult rein worden; van al uw onreinheden en van al uw afgoden zal Ik u reinigen' (Ezech 36:24v.; vgl. 11:17-20). Zie vooral het visioen van het dal der dorre doodsbeenderen in Ezech 37, waar het uitwendig herstel eveneens aan het inwendig herstel voorafgaat.

Exodus_schip(c) Landbelofte letterlijk, maar pas door de Messias vervuld

Ook volgens deze opvatting moet de landbelofte vandaag de dag nog even letterlijk verstaan worden als dat in de Tenach het geval was. Maar dat betekent niet dat Israël na de eeuwen waarin het bijna geheel afwezig was in het land, 'zomaar' kan terugkomen om het weer in bezit te nemen. Het land is nog altijd 'van Mij', zegt de HERE (Lev 25:23; vgl. Joel 3:2). Niemand kan er dus 'aanspraak' op laten gelden. God heeft in 1948 toegelaten dat Israël in het land Palestina een staat kon stichten, maar dat is niet hetzelfde als dat Hij het land aan Israël gegeven zou hebben.

Praying_Man_Wayling_Wall_69In de profetieën is de teruggave van het beloofde land altijd verbonden met bekering, en bijv. uit Ezech 20:34 43 blijkt dat deze bekering voorafgaat aan het nationaal herstel (zie verder Joel 2:27 32; Zach 12:7-14). 'Wie bij Mij schuilt, zal het land beërven' (Jes 57:13) in die volgorde (vgl. 60:21; Ps 25:12v.; 37:9,11,22,29,34; 69:37, Jer 32:39 41). Vooral Deut 30:1 10 is heel duidelijk: eerst bekering, dan teruggave van het land.

Veel christenen (waaronder ikzelf) combineren de eerste en deze derde optie. In Rom 9-11 betoogt Paulus eerst uitvoerig dat ‘Israël’ een nieuwe betekenis gekregen heeft: het volk van Jezus Messias – al degenen uit etnisch Israël en de volken die Hem hebben aangenomen. Maar vervolgens spreekt hij in 11:25 toch de vurige verwachting uit, dat aan het eind van de tijd ‘heel Israël behouden’ wordt. Er blijft een plaats voor etnisch Israël. Het blijft Gods oogappel. Daarmee lijkt een concrete landbelofte onverbrekelijk verbonden.

Maar de belofte aan Israël kan niet over de rug van de Palestijnen – van wie een kwart onze broeders en zusters in Christus zijn - gaan, die al meer dan duizend jaar in dit land wonen. Ook in het oude Israël hadden de vreemdelingen en bijwoners hun rechten. Toen koning David besloot de tempel te laten bouwen op de dorsvloer van de Jebusiet (!) Arauna, onteigende hij die niet, maar trad deze niet-Jood respectvol tegemoet en kocht zijn bezit voor de volle prijs en op een rechtsgeldige manier. Amos riep op het recht te laten stromen als een rivier, en Mozes sloot daar met nadruk ook de vreemdeling bij in (Deut 27:17-29).

 

Laatst aangepast op dinsdag, 10 mei 2011 08:09
 
Geschreven door hans   
dinsdag, 10 november 2009 14:20

Verdeeld Koninkrijk

 931-722 voor Christus

Scheuring

 

doodsmasker_van_farao_Sheshonk

De scheuring van het koninkrijk van David en Salomo is een direct gevolg van Rehabeams onwijze politiek. De onderliggende oorzaak is Salomo’s afgoderij als gevolg van al zijn diplomatieke huwelijken (1 Kon 11:11). Farao Sisak/Sheshonq ziet een kans en stuurt de politieke vluchteling Jerobeam terug als kandidaat voor de troon in het Noorden. De grens tussen Israël en Juda komt te liggen tussen Mizpa en Bethel, maar enkele kilometers ten Noorden van Jeruzalem. Het Tweestammenrijk bestaat uit Juda en Benjamin. De hoofdstad blijft Jeruzalem en het koningschap blijft tot het einde bij het huis van David. Godsdienstig centrum blijft de tempel in Jeruzalem.

 

Laatst aangepast op dinsdag, 10 mei 2011 08:12
Lees meer...
 
<< Start < Vorige 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 Volgende > Einde >>

Pagina 8 van 10