close

YOOtoppanel

otseminar  
Onze eerstvolgende seminars:

Het Nieuwe Testament in Vogelvlucht, 6 maart, Baptistengemeente Sneek

Het Nieuwe Testament in Vogelvlucht, 20 maart, evangeliegemeente Soest
ntseminar

Top Panel
dinsdag, 11 december 2018
Oude Testament
PDF  | Afdrukken |  E-mailadres
Geschreven door hans   
donderdag, 27 januari 2011 19:34

Zondvloedgeologie

rainGenesis 6-9 vertelt het verhaal van de zondvloed die de hele aarde bedekte, zelfs de hoogste bergen, en alle leven vernietigde. Gods scheppingswerk wordt ongedaan gemaakt: de Geest trekt zich terug, het water loopt weer over het droge land, het leven verdwijnt en de chaotische leegte keert terug. Tot het keerpunt: En God dacht aan Noach ... Dan waait Gods wind (Hebr. ruach, adem, Geest) weer over het water. Het daalt en land, orde, leven keren terug. Na een jaar strandt Noach's ark op de berg Ararat en vandaar verspreidt de mensheid zich opnieuw over de aarde. Noach krijgt vrijwel dezelfde zegen en opdracht als Adam. De schepping krijgt een herkansing.

Jonge- en oude-aarde creationisten zien in deze catastrofe de oorsprong van alle fossielhoudende gesteentelagen op aarde. Zondvloedgeologie speelt dus een sleutelrol in hun verklarende model. Dat gold algemeen tot in de vroege 19e eeuw. Toen kwamen voor het eerst geologen op grond van veldstudie tot de conclusie dat de aarde zeer oud moest zijn. Dat gold ook voor uitgesproken christelijke geologen. De uitgestrekte leem- en grindlagen en zwerfkeien van Noordwest Europa werden begrepen als resten van de zondvloed. Fossiele schelpenbanken en vissen hoog in de Alpen en Pyreneeën waren het gevolg van de enorme krachten tijdens de zondvloed waardoor sommige gebieden werden opgeheven en vervormd terwijl andere wegzonken.

Zondvloedgeologie spreekt de wetenschappelijke consensus in de geologie, natuur- en scheikunde, moleculaire genetica, evolutiebiologie, archaeologie en paleontologie tegen. De wetenschappelijke gemeenschap beschouwt het dan ook als pseudowetenschap.

rainbowDe geschiedenis van de zondvloedgeologie is op allerlei plaatsen op het internet te vinden en laat ik hier dus maar grotendeels achterwege. In creationistische kring ligt het begin in de 20e eeuw bij de Adventistische amateurgeoloog George McCready Price. Zijn werk werd door Henry M. Morris en John C. Whitcomb, Jr. opgenomen en aangevuld in hun boek The Genesis Flood van1961. Whitcomb was geprikkeld door het lezen van The Christian View of Science and Scripture (1954) van de theoloog en apologeet Bernard Ramm. Die bepleitte de opvatting dat christen-wetenschappers de scheppingsdagen niet per se hoefden zien als letterlijke etmalen. Volgens Ramm waren er alternatieve verklaringen mogelijk die zowel bijbels waren als in harmonie met het wetenschappelijk bewijs. Morris en Whitcomb betoogden dat de aarde geologisch recent is, dat de zondeval heeft geleid tot de tweede wet van de thermodynamica en dat de zondvloed het overgrote deel van de aardlagen heeft neergelegd in het bestek van een enkel jaar. Ramm steunde de standpunten van de American Scientific Affiliation (ASA), een verband van christen-natuurwetenschappers die afstand namen van de zondvloedgeologie en zich niet wilden laten leiden door een literalistische interpretatie van de Bijbel. In reactie organiseerden jonge-aarde zondvloedgeologen zich in Morris' Institute for Creation Research. Dit heeft grote invloed onder behoudende christenen wereldwijd.

 

Argumenten voor een wereldwijde zondvloed

Fossielen

De geologische kolom en het fossiele archief zijn de belangrijkste bewijsstukken in de moderne wetenschappelijke verklaring van de ouderdom van de aarde en de ontwikkeling van het leven. Jonge-aarde creationisten als Morris en Whitcomb ontkennen dat het fossiele verslag in de geologische kolom de evolutie van he leven gedurende miljoenen jaren rpresenteert. De ouderdom van de fossielen hangt af van de tijdsduur die men de geologische kolom toekent, en volgens hen is dat een jaar. Sommige zondvloedgeologen betwisten het bestaan van de totale geologische kolom, omdat men gidsfossielen gebruikt om geografisch ver van elkaar verwijderde aardlagen met elkaar in verband te brengen. Fossielen worden vaak gedateerd ten opzichte van nabije lagen met gidsfossielen waarvan de ouderdom is bepaald door hun plaats in de geologische kolom. 

cambrische_explosie_vs_DarwinAndere creationisten aanvaarden de geological kolom en geloven dat hij een reeks gebeurtenissen weerspiegelt die zich kunnen hebben voltrokken tijdens de zondvloed. Dit is de benadering van Institute for Creation Research geologen als Andrew Snelling, Steven A. Austin en Kurt Wise, en van Creation Ministries International. Zij wijzen de Cambrische explosie — het geologisch gezien plotselinge verschijnen van een menigte fossiele levensvormen in het vroege Cambrium - aan als de ondergrens van de zondvloedlagen. Ze verklaren de aanwezigheid in zulke sedimenten van fossielen die verderop in de aardlagen niet voorkomen als deel van het leven dat in de zondvloed omkwam, en de afwezigheid van gefossiliseerde latere levensvormen (zoals zoogdieren en bedektzadige planten) als gevolg van erosie van de zondvloedsedimenten toen het water zich terugtrok. Creationisten benadrukken dat fossilisatie alleen kan plaatsvinden wanneer een organisme snel begraven wordt om het te beschermen tegen aaseters of ontbinding. Ze stellen dat het fossiele verslag het bewijs is van een enkele rampzalige wereldwijde vloed en niet de weergave van een reeks opeenvolgende langzame veranderingen over miljoenen jaren.

fossilisatie-verdronken_dieren Zondvloedgeologen hebben veel hypothesen aangedragen om de volgorde van de fossielen in de aardlagen te rijmen met het letterlijke verslag van de zondvloed. Whitcomb en Morris hebben drie mogelijke factoren genoemd. De eerste is hydrologisch: het verschil in drijfvermogen van de karkassen - afhankelijk van de vorm en dichtheid van de organismen - bepaalde de plaats en volgorde waarin hun resten tot rust kwamen op de bodem van de wateren van de zondvloed. De tweede was ecologische zonering, waarbij organismen op de bodem van de oceaan het eerst stierven en degene in de hoogst gelegen gebieden het laatst. De derde was anatomisch en gedragsbepaald: de meest mobiele en intelligente dieren konden het langst voor het water uitvluchten voordat ze achterhaald werden en verdronken. Sommige creationisten geloven dat olie en steenkoollagen snel gevormd werden in sedimentatielagen toen vulkanen of vloedwateren bossen verpletterden en begroeven. Ze menen dat de plantengroei snel werd omgezet in olie en steenkool vanwege de hitte die vrijkwam toen onderaardse watermassa's werden ontketend tijdens de zondvloed of toen het werd samengeperst door water en sediment. Creationisten blijven zoeken naar aanwijzingen voor hun voorgestelde scenario, zoals bewijs van snelle formatie van olie- en steenkoollagen. Ze wijzen op vermeende sporen van regendruppels en golfribbels op de grens van aardlagen, soms in combinatie met het geclaimde samengaan van voetsporen van mensen en dinosauriërs. Tenminste een deel van die claims bleek op misvattingen te berusten.

  

Wijdverbreide zondvloedverhalen

pg_BlackSea In zeer veel culturen, plaatsen en religies komen zondvloedverhalen voor. Dit zou kunnen wijzen op een werkelijk historisch gebeuren. Plaatselijke overstromingen zouden de overeenkomsten tussen deze verhalen niet kunnen verklaren. Antropologen wijzen deze opvatting veelal af en benadrukken dat een groot deel van de mensheid nabij waterbronnen als rivieren en kusten leeft, waar zware overstromingen en tsunami's af en toe kunnen voorkomen en in de overlevering voortleven. De geologen William Ryan en Walter C. Pitman, III hebben de hypothese aangedragen dat het snelle vollopen van de Zwarte Zee aan het eind van de laatste ijstijd (c. 7000 vChr) verantwoordelijk zou zijn voor de zondvloedmythen in het Nabije Oosten. Meer recente bevindingen trekken die hypothese weer in twijfel.

  

Voorgestelde zondvloedmechanismen

Versnelde subductie

subductie In de laatste twee decennia draaien de meeste geologische zondvloedhypothesen in de een of andere vorm om "versnelde subductie", de snelle beweging van tectonische platen. Een specifieke vorm van versnelde subductie is de "catastrofale plaattectoniek" van geofysicus John Baumgardner, die wordt ondersteund door het Institute for Creation Research en Answers in Genesis. Hij veronderstelt een versneld onderduiken van vroegere oceanische platen in de  aardmantel. Dat zou veroorzaakt zijn door een onbekend mechanisme dat de druk plaatselijk in de mantel dusdanig deed toenemen dat zijn viscositeit (stroperigheid) dramatisch afnam in vergelijking met hedendaagse waarden. Toen dat eenmaal begonnen was, verspreidden de zinkende platen de lage viscositeit door de hele mantel. Het resultaat was dat de convectiestromen in de mantel op hol sloegen en in catastrofale tectonische bewegingen de continenten over het oppervlak van de aarde sleurden. Toen de vroegere oceanische platen, met een hogere dichtheid dan de mantel, de bodem van de mantel bereikten, ontstond er een nieuw evenwicht. De druk daalde, de viscositeit nam weer toe, de convectiestromen kalmeerden, en de continenten kwamen op hun nieuwe locatie tot stilstand. Voorstanders van deze hypothese wijzen op relatief koele subductieblokken in de mantel, waaruit zij afleiden dat die nog miljoenen jaren in deze hete omgeving verkeren.

De hydroplaattheorie van Walt Brown veronderstelt dat ongeveer de helft van wat nu oceaanwater is, ooit lag opgeslagen in de aardkorst en daar onder gigantische druk uitbrak (de "sluizen van de diepte") en de aarde overstroomde. Andere creationisten veronderstellen ook dat tijdens de zondvloed het aardmagnetisch veld vele malen snel achtereen is omgekeerd.

Bovengenoemde hypothesen worden door de meeste geologen afgewezen. Zij gaan uit van de conventionele theorie van plaattectoniek. Men heeft tegengeworpen dat de immense energie die nodig is om zulke processen teweeg te brengen, de oceanen aan het inkoken zou brengen, wat een wereldwijde zondvloed onmogelijk zou maken. Er is geen enkel plausibel geofysisch mechanisme bekend dat zulke veranderingen kan veroorzaken. Bovendien is het in tegenspraak met aanzienlijk geologisch bewijs (dat weer consistent is met conventionele plaattectoniek), zoals:

  • Het feit dat een aantal vulkanische oceanische eilandketens, zoals de Hawaii eilanden, aanwijzingen vertoont dat de oceaanbodem zich over vulkanische hot spots heeft bewogen. Deze eilanden verschillen sterk in ouderdom (bepaald d.m.v. radiometrische datering en relatieve erosie); dat spreekt de hypothese van catastrofale tektoniek (die snelle beweging en dus gelijke ouderdom impliceert) tegen.

  • Radiometrische datering en sedimentatiesnelheden op de oceaanbodem zijn evenzeer in strijd met de hypothese dat het allemaal bijna tegelijk ontstond.

  • Catastrofale tektoniek laat onvoldoende tijd om de top van guyots (vulkanische bergen in de oceaan) weg te eroderen tot hun karakteristieke platte top.

  • Versnelde subductie biedt geen verklaring voor het soort botsing van continenten zoals van de Indische en Euraziatische platen.

Conventionele plaattektoniek biedt wel een verklaring voor zulke geologische gegevens.

  

Water(damp)koepel

In 1912 leidde de Quaker onderwijzer Isaac Vail (1840–1912) in zijn boek The Earth's Annular System uit de zonnenevel-hypothese af, dat de aarde oorspronkelijk was omringd door een aantal ringen (denk aan Saturnus) of waterkoepels. Hij veronderstelde dat die de een na de ander, met onbekend lange tussenpozen, waren ineengestort in een reeks gigantische cataclysmen en daarbij fossielen begraven hadden. Hij veronderstelde dat de zondvloed de laatste van deze rampen was. Deze hypothese kreeg hernieuwde en nadrukkelijke aandacht in The Genesis Flood in 1961. De meeste creationisten hebben deze theorie achter zich gelaten. Anderen, zoals Dillow en Vardiman, hebben geprobeerd de theorie nieuw leven in te blazen. Kent Hovind propageert de theorie in een gepopulariseerde vorm nog steeds.

  

Kritiek op zondvloedgeologie

Erosie

Hutton's discordantie op Siccar Point UK200px-Hutton_Unconformity_JedburghHet is moeilijk in te zien hoe de zondvloed een geologisch verschijnsel als discordanties (Eng. angular unconformities) kan verklaren. Daarbij zijn sedimentsgesteenten onder een kleine hoek omhoog gestuwd en vervolgens geërodeerd. Daarna zijn er nieuwe lagen afzettingsgesteente horizontaal bovenop gelegd. Deze processen vereisen lange perioden. Dit wees Hutton en andere - vaak gelovige - geologen al lang voor Darwin op de hoge ouderdom van de aarde. Er is ook lange tijd vereist voor het uitslijten van dalen in gebergten van afzettingsgesteente. Het is ook moeilijk om in te zien hoe zondvloedgeologie het voorkomen van hoge en spitse jonge gebergten als de Alpen naast afgesleten oude gebergten als de Jura kan verklaren.
 
  

Geochronologie

Fossiele oesterbank uit het Jura tijdperk. De sporen van organische erosie kunnen onmogelijk zijn ontstaan tijdens een zondvloed.Geochronologie is de wetenschap die de absolute ouderdom van gesteenten, fossielen, en meteorieten onderzoekt m.b.v. een hele reeks technieken. Deze methoden wijzen op een ouderdom van de aarde van tenminste 4.5 miljard jaar. De aardlagen die volgens de zondvloedgeologie minder dan 6000 jaar geleden werden afgezet, blijken in werkelijkheid geleidelijk te zijn gevormd gedurende vele miljoenen jaren.

Deze oesterbank op harde kalksteen uit het Jura tijdperk met zijn vergaande bioerosie zou zich niet hebben kunnen vormen onder de veronderstelde condities van een wereldwijde zondvloed.

 

Paleontologie

Als de zondvloed verantwoordelijk zou zijn voor alle fossielen, moeten al die wezens voor de zondvloed tegelijk op aarde geleefd hebben. De grote aantallen fossielen in bijv. de Karoo formatie in Zuid-Afrika leiden dan tot onmogelijke populatiedichtheden van duizenden grote dieren per ha. Bovendien maken kalksteenlagen en de bijbehorende fossielen duidelijk, dat wat men aanziet voor zondvloedafzettingen, aanwijzingen bevat voor lange onderbrekingen in de afzetting die niet te rijmen zijn met de enorme krachten en korte duur van de zondvloed.

  

Geochemie

CalciteAragonite Voorstanders van zondvloedgeologie hebben ook grote moeite om de afwisseling tussen zeeën met afzettingen van calciet en aragoniet gedurende het Fanerozoïcum te verklaren. Het cyclische patroon van harde kalksteenlagen, calcitische en aragonitische oöiden en kalkhoudende schelpdieren lijkt bepaald door het wisselende tempo van oceanische spreiding en het doorspoelen van zeewater door hydrothermale bronnen die de verhouding tussen Mg en Ca wijzigen.

Op meerdere plaatsen op aarde (zoals in de Golf van Mexico) vinden we honderden meters dikke zoutlagen in de ondergrond, bedekt door jongere pakketten mariene sedimenten. Zulke zoutlagen worden gevormd door het langdurig indampen van zeewater. Zondvloedgeologen stuiten ook hier op een probleem. Hoe kunnen ze zulke zoutlagen verklaren uit de zondvloed, als daarboven ook zeer dikke lagen sediment zijn neergelegd door de zee?

 

Links

  1. Global flood
  2. Biblical chronogenealogies, door Dr. Jonathan Sarfati, CMI Australia
  3. Geology Questions and Answers, op de website van Creation Ministries International (CMI).
  4. Fossils Questions and Answers, op de CMI website.
  5. Animals, a Deluge and Noah's Ark, door Dr. Murray R. Adamthwaite
  6. Noah's Flood covered the whole earth


Wereldwijde zondvloed


Locale overstroming

 

     
Laatst aangepast op dinsdag, 10 mei 2011 08:03
 
Geschreven door hans   
donderdag, 06 januari 2011 10:35

genetica_schepping Geleide evolutie

Veel christenen accepteren de evolutietheorie geheel en aanvaarden in de wetenschap het methodologisch naturalisme. Zij duiden zichzelf aan als evolutionair creationist of theïstisch evolutionist. Tot hen behoren de bioloog Asa Gray die met Darwin over zijn theorie correspondeerde, de orthodoxe theoloog Benjamin B. Warfield, dr. Francis S. Collins (bekend geworden als hoofd van het enorme Human Genome Project dat het menselijk DNA ontcijferde) en in Nederland o.a. de nanowetenschapper dr. Cees Dekker. Ook de beroemde evolutiebioloog en geneticus Theodosius Dobzhansky zag evolutie als Gods instrument.

galaxyngc1300 Het heelal is waarschijnlijk zo'n 13.8 miljard jaar geleden ontstaan uit de Big Bang. De aarde is waarschijnlijk 4.6 miljard jaar oud en het leven op aarde tussen 3.5-0.6 miljard jaar. De aardlagen van de geologische kolom zijn gedurende vele miljoenen jaren afgezet. De volgorde van de fossielen in de geologische kolom is de weergave van het evolutieproces, dat door God geleid is. Al het leven inclusief de mens is een bedoeld voortvloeisel van dit proces. Aanhangers geloven dus niet in afzonderlijke schepping van de soorten en deze stroming wordt daarom normaliter niet als creationisme aangeduid. 

Maar zij houden vast aan het geloof in God als Schepper en als Degene die heelal en leven in stand houdt. Daarbij wijzen ze overigens het verwijt van deïsme af. In zijn boek The Language of God (2006) voert Collins aan dat het menselijk geweten en de fijne afstemming van het heelal (het antropisch principe) voor hem twee beslissende argumenten zijn om te geloven in de bijbelse Schepper. Hij ervaart geen conflict met zijn steeds overtuiging dat de evolutietheorie juist is. Integendeel, zijn ontrafeling van het menselijk genoom en de aanwijzingen voor de ontwikkeling van het leven is voor hem een bron van voortdurende verwondering en aanbidding. Bij de presentatie van het resultaat van The Human Genome Project in het Witte Huis legde hij daar publiekelijk getuigenis van af. Tevens heeft hij de organisatie Biologos gesticht, die een harmonieus samengaan van christelijk geloof en (evolutie-)wetenschap bepleit en ook vanuit bijbel en theologie probeert te onderbouwen.

Theïstische evolutionisten aanvaarden het methodologisch naturalisme. Ze geloven dat God het heelal geschapen heeft en zijn verdere ontwikkeling bepaald heeft door natuurwetten die ingenieuze en uiterst complexe processen aansturen. Bestudering en ontsluiering daarvan kan voor een gelovige wetenschapper een daad van rentmeesterschap en aanbidding zijn. God is niet de beruchte Afwezige Klokkenmaker.  Evolutionaire creationisten erkennen dat Hij zijn schepping naar een doel stuurt (vanwege het probabilistische karakter van veel natuurwetten is dat niet in strijd met hun naturalisme). Hij kan ingrijpen in zijn schepping en heeft dat ook gedaan in de heilsgeschiedenis. Hij verhoort gebeden en doet wonderen. In tegenstelling tot het progressief creationisme ziet theïstisch evolutionisme nieuwe levensvormen echter niet als even zoveel scheppingsdaden van God.

zondeval Het theïstisch evolutionisme vergt meer denkwerk en subtiliteit dan creationisme en heeft dus meer moeite zich aan een breed publiek te presenteren. Jonge-aarde creationisten en evolutionisten kritiseren theïstische evolutie als een laf compromis, vlees noch vis. Evolutionisten verwijten hen dat God geen plaatst heeft in de wetenschap, maar dat verwijt treft geen doel. Immers, in wetenschappelijk werk, gericht op het hoe van de dingen, hanteert TC het methodologisch naturalisme. Maar de wetenschap geeft geen antwoord op vragen naar zin en doel en er zijn goede redenen om die te zoeken in het christelijk geloof. "Young Earthers" verwijten dat TC de wetenschap zo belangrijk vindt dat de bijbelse boodschap van schepping, zondeval en zondvloed daarvoor moet wijken. Inderdaad heeft TC veel vragen te beantwoorden over de historiciteit van Adam en Eva, van de zondeval, en of het sterven van dieren vóór de zondeval wel te rijmen is met de Bijbel. Nog zo'n vraag is of Gods goedheid wel samengaat met de wreedheid en onverschilligheid van het evolutieproces. Er worden scherpe vragen gesteld, want als er geen historische Adam en geen zondeval was, dan is er ook geen bijbelse verzoening in de laatste Adam en geen hoop op een nieuwe hemel en aarde zonder zonde, dood en pijn. Organisaties als Biologos en Christians in Science (met o.a. Alister McGrath) trachten zulke vragen op wetenschappelijk of bijbels-theologisch gebied te beantwoorden.

 

Links

Vóór theïstische evolutie

BioLogos_logoBiologos, de organisatie van Francis S. Collins.

Christians in Science, een Britse christelijke organisatie voor natuurwetenschappers en studenten.

theistic_evol_ttlPerspectives on Theistic Evolution

Een BBC clip waarin Alister McGrath theïstische evolutie uitlegt.

 

Kritisch

Creation Compromises, jonge-aarde kritiek van Ken Ham's Answers in Genesis.

icr-homeInstitute for Creation Research, pagina gewijd aan TC kritiek

Een video van een toespraak van pastor Rick Phillips in Bethlehem Bible Church, MA 2010 

 

 

Laatst aangepast op dinsdag, 10 mei 2011 08:04
 
Geschreven door Hans   
donderdag, 06 januari 2011 14:34

Intelligent Design (ID)isnautilus3

Het leven en de kosmos dragen volgens deze beweging wetenschappelijk aantoonbare sporen van ontwerp. De ID-beweging doet geen uitspraak over de ontwerper. Zij heeft geen eenduidige visie over de geschiedenis van het leven op aarde. ID laat de keuze tussen jonge- en oude-aarde creationisme of geleide evolutie open, maar wijst naturalistische evolutie af. Voortrekkers hier zijn de biochemicus Michael Behe, jurist Philip Johnson en wiskundige William Dembski van het Discovery Institute.

William_Dembski De centrale stelling van de ID-beweging is: "Er bestaan natuurlijke systemen die niet voldoende kunnen worden verklaard in termen van ongeleide natuurlijke krachten en die eigenschappen hebben die we in elke andere omstandigheid aan intelligentie zouden toeschrijven." (Dembski) Aanhangers van ID zien aanwijzingen voor "tekenen van intelligentie": fysieke eigenschappen van levende systemen die zonder (intelligent) ontwerp onmogelijk zouden zijn. Twee vaak genoemde aanwijzingen zijn onherleidbare complexiteit (irreducible complexity) en specifieke complexiteit (specified complexity).

Michael_Behe Het concept van "onherleidbare complexiteit" is naar voren gebracht door Michael Behe in zijn geruchtmakende boek Darwin's Black Box (1996) dat ook in een Nederlandse vertaling verscheen met een voorwoord van de Delftse oud-hoogleraar natuurkunde dr. Arie van den Beukel. Behe definieert het als: "..een systeem dat bestaat uit goed passende samenwerkende onderdelen die elk bijdragen aan de basisfunctionaliteit en waarin het weghalen van één van de onderdelen tot gevolg heeft dat het systeem niet meer functioneert."

 muizenvalOm duidelijk te maken wat hij bedoelt, gebruikt Behe het voorbeeld van de muizenval, die bestaat uit een plankje, een metalen beugel, een veer, een grendel en een scharnierend stukje hout dat bij beweging de vergrendeling opheft. Alle onderdelen zijn noodzakelijk voor het functioneren van de muizenval, en als één van de onderdelen wordt verwijderd, werkt het geheel niet meer. Er is echter op allerlei manieren aangetoond dat muizenvallen nog steeds kunnen functioneren als er onderdelen verwijderd worden. Daarnaast is er het evolutionaire principe van co-optie, waarbij een bestaande functie van een orgaan, eiwit enz. wordt gebruikt als basis voor een geheel nieuwe functie. In het voorbeeld van de muizenval hoeft een evolutionaire voorganger niet per se de functie van muizenval gehad te hebben.

 De stelling is dat dergelijke onherleidbare complexiteit niet door een evolutieproces kan ontstaan: in een proces van natuurlijke selectie kan een dergelijk systeem niet stap voor stap ontstaan, want alle onderdelen moeten aanwezig zijn voordat er een selectief voordeel is.

FlagellumDiagram Als concrete voorbeelden van onherleidbare complexiteit noemde Behe de zweepstaart van de bacterie E. coli, trilharen, het mechanisme van bloedstolling, de werking van het oog en het immuunsysteem. Tegenstanders van ID wezen als reactie op het vele wetenschappelijke onderzoek dat verricht is naar deze voorbeelden, onderzoek dat geleid heeft tot gedetailleerde verklaringen voor de evolutie van deze systemen. Het lijkt erop dat ID een verkapt "God-van-de-gaten argument" is. Onherleidbare complexiteit kan namelijk ook betekenen: we hebben geen idee hoe het werkt en hoe het er gekomen is. En inderdaad hebben vorderingen in de wetenschap binnen tien jaar sinds de eerste formuleringen van Michael Behe zijn voorbeelden ontkracht. De complexiteit ervan blijkt door volhardend onderzoek wel degelijk herleidbaar. Het noodlot van een dergelijke verklaring is dat de gaten waarvoor men een beroep op "God"doet, steeds kleiner worden.

Het concept van "gespecificeerde complexiteit" (ook: specifieke complexiteit) is ontwikkeld door William Dembski. Hij argumenteert dat als iets zowel complex als specifiek (betekenisvol) is, het aannemelijk is dat het ontworpen is. Een enkele letter van het alfabet is specifiek maar niet complex, een lange reeks willekeurige letters is complex maar niet specifiek. Een sonnet van Shakespeare is echter zowel complex als specifiek. Onderdelen van organismen kunnen hiermee worden vergeleken, evenals DNA, dat de erfelijke code bevat. Volgens Dembski's definitie is iets complexe specifieke informatie als de kans dat het spontaan ontstaat kleiner is dan 1 op de 10150.

Er zijn diverse argumenten ingebracht tegen dit concept:

  • Het concept is niet zinnig, de kans dat een oog ontstaat is niet te berekenen.
  • Bekijk het als een loterij: de kans dat een bepaalde deelnemer de loterij wint is miniem, maar dat betekent niet dat er nooit iemand een loterij wint.
  • Dembski's kansberekening gaat uit van de situatie dat er geen selectie plaatsvindt, terwijl dit natuurlijk wel het geval is. Vergelijk het met het gooien van tien zessen: als je telkens met tien dobbelstenen gooit, lukt het bijna nooit. Als je daarentegen na elke worp de zessen opzij legt en met de rest verder gooit, zul je vrij snel tien zessen hebben. Met andere woorden: Specifieke complexiteit is juist datgene wat er volgens de evolutietheorie ontstaat, natuurlijke selectie is precies dat wat het verschil maakt tussen willekeur en geëvolueerde complexiteit. Met computermodellen kan dit onderscheid duidelijk gedemonstreerd worden.

Intelligent design laat zich niet uit over de aard van de ontwerpende intelligentie. Veel aanhangers van deze visie vinden dat ze, ondanks het feit dat ontwerp creatie impliceert, niet bij de creationisten ingedeeld moeten worden. In de praktijk zijn de meeste ID-aanhangers behoudende christenen, wat de suggestie zou kunnen wekken dat met "ontwerpende intelligentie" de christelijke God wordt bedoeld.

Schitterend_ongelukIn juni 2005 verscheen het boek "Schitterend ongeluk of sporen van ontwerp?" onder redactie van Cees Dekker, Ronald Meester en René van Woudenberg. Voor de publicatie van dit boek had Maria van der Hoeven, toen minister van OC&W een gesprek met Dekker over de relatie tussen geloof en wetenschap, en schreef in haar weblog naar aanleiding hiervan onder meer: "Als we erin slagen om wetenschappers van verschillende geloofsrichtingen met elkaar te verbinden, kan het [intelligent design] uiteindelijk misschien zelfs wel worden toegepast op scholen en in lessen." Zij beoogde daarmee een debat over ID te laten voeren tussen wetenschappers en het onderwijsveld. Er stak echter een storm van protest op en er werden zelfs Kamervragen gesteld. Van een open debat kwam niets terecht.

Korte tijd kon ID zich in grote bekendheid en populariteit verheugen, maar dat lijkt voorbij. Veel tegenstanders van intelligent design zien het hele idee als niet meer dan vermomd creationisme, en stellen bovendien dat het in wetenschappelijke termen geen theorie genoemd mag worden. Zij zeggen dat de enige ondersteuning voor ID uit de religieuze hoek komt, en niet uit die van de biologische wetenschap. Niettemin zijn sommige kritische argumenten van ID tegen de evolutietheorie ook te horen bij 'reguliere' biologen en natuurwetenschappers, zoals Lynn Margulis en Fred Hoyle. De kritiek van Cees Dekker:

"ID is geen Godsbewijs. Ik heb wat ID betreft een evolutie doorgemaakt. Wat ik in de biologie interessant vind is de vraag wat leven is. En ID trok me aan, omdat het een antwoord wilde geven op de vraag hoe je de complexiteit kwantificeert van DNA, eiwitten, cellen en van ingewikkelder biologische systemen. Maar als wetenschappelijk programma faalt het. Ik ben erin teleurgesteld. ID had de pretentie objectieve wetenschap te bieden, maar het heeft die pretentie niet waargemaakt".

Voor dit artikel is o.m. met dank gebruik gemaakt van Wikipedia.

 

Laatst aangepast op dinsdag, 10 mei 2011 08:04
 
<< Start < Vorige 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 Volgende > Einde >>

Pagina 3 van 10